Blue Sun Palace
Zwoegen in de marges
Blue Sun Palace
In haar bekroonde debuut volgt Constance Tsang Chinese migranten in een massagesalon in Queens, waar tederheid en gevaar dicht bij elkaar liggen.
Het eerste half uur van Blue Sun Palace suggereert een meanderend drama. Didi (Haipeng Xu) en Amy (Ke-Xi Wu) werken samen in een Chinese massagesalon in Flushing, Queens. Voorzichtig zoeken ze een balans tussen vriendschap, liefde en werk.
Maar dan wordt dit tedere portret van migranten die zwoegen in de marges van de Amerikaanse samenleving ruw verstoord door een tragedie. Een geweldsuitbarsting kort na het Chinees Nieuwjaar die alles op zijn kop zet. Constance Tsang, die met haar film de French Touch-prijs won in Cannes, plaatst haar titelkaart pas na die tragedie, waardoor alles wat volgt nog zwaarder weegt.
In het scenario verwerkte Tsang haar rouw nadat haar vader overleed. Het verhaal over mensen die hun geboorteland, cultuur en familie achterlieten, en alleen bij elkaar houvast vinden, is van verlies doordrenkt. Cinematograaf Norm Li verkent in statische shots de volgepropte kamers waar ze wonen en werken; hun armoede is soms schrijnend, soms knus.
Een soortgelijke balans tussen warmte en verdriet zit in het gevoelige acteerwerk van Wu en Xu, die schitteren naast Lee Kang-sheng, icoon van de Taiwanese cinema en vaste acteur van Tsai Ming-liang. Tsang brengt lucht in haar film door nooit te lang bij een enkel leven stil te staan. Haar intieme debuut oogt wellicht klein, maar de optelsom van al die verstrengelde levens levert grootse cinema op.