Magellan

Struikelend over de doden

Datum
01-07-2026
Auteur
Verschenen in
Regie
Lav Diaz
Te zien vanaf
06-08-2026
Land
Filippijnen, Spanje, Portugal, Frankrijk, Taiwan, 2025

Magellan

De Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan krijgt in Lav Diaz’ fenomenale Magellan nooit de kans de held te worden van zijn eigen verhaal.

We zien hem niet, de witte man die haar observeert. Wat we zien is haar realisatie dat ze wordt bekeken, de uitdrukking van ontzetting op haar gezicht. In paniek vlucht ze de jungle in en waarschuwt haar stamgenoten. “De belofte van onze goden en voorouders is hier!” Wie ontdekt hier wie?

Enkele scènes later spreekt de Portugese generaal Afonso de Albuquerque zijn manschappen toe, hun glimmende metalen helmen afstekend tegen het oerwoud. Ze zijn verder de jungle binnengedrongen dan wie dan ook, oreert hij vanaf de veranda van een hut die daar ver voor zijn komst gebouwd werd. Hij fulmineert nog wat over de islam, die ze van de aarde zullen vagen, om dan stomdronken ter aarde te storten.

In Lav Diaz’ Magellan (Magalhães) is kolonialisme als een groteske en gruwelijke wie-kan-er-het-verst-pissen-competitie. “Zulke nutteloze mannen”, mompelt een vrouw in Lissabon wanneer ze een groep mannen passeert die net van een expeditie zijn teruggekeerd. Een van die mannen is Ferdinand Magellaan, de befaamde ontdekkingsreiziger naar wie de film vernoemd is, maar die van Diaz niet de kans krijgt de held te worden van zijn eigen verhaal. En is het eigenlijk wel zijn verhaal?

In elk geval is hij het die de Spaanse koning ervan overtuigt hem een westwaartse route te laten vinden naar de Specerijeneilanden, waarbij hij uiteindelijk stuit op de Filipijnen. Een tocht die jaren zal duren en honderden levens zal kosten. Een tocht van mythische proporties, maar Diaz laat die mythe knellen in een vierkant beeldformaat.

De overzeese tocht is een opeenstapeling van scheurbuik, nachtmerries en muiterij. Op een ondergrond die aldoor deint en kraakt en klotst. Het schip voelt krap, benauwend, druk. Als Magellaans schepen in gevecht raken op zee, is dat gefilmd van grote afstand. Een paar kanonskogels vliegen over en weer, maar wie precies op wie schiet, is eigenlijk niet te onderscheiden. Elke zweem van heroïek wordt in de kiem gesmoord.

Het camerawerk van Arthur Tort (vaste cinematograaf van Albert Serra, wiens koortsdroomvisie op kolonialisme ook in deze film rondwaart) is van een soms sublieme schoonheid, maar ook consequent afstandelijk.

Elke keuze die Diaz maakt, lijkt erop gericht om het verhaal nooit een verhaal te laten worden. Om het dominante koloniale narratief geen kans te geven. De sprongen door de tijd, waarin cruciale gebeurtenissen zijn overgeslagen (maar cruciaal vanuit wiens perspectief?). De compositie van shots, waarin de hoofdpersonages geregeld ergens achter in het beeld zijn geplaatst, terwijl op de voorgrond naamloze, inheemse doden een groot deel van het beeld vullen.

Magellaan, gespeeld door Gael García Bernal, loopt enigszins verdwaasd rond in dit verhaal dat het zijne zou moeten zijn, struikelend over de doden en zijn eigen ego. Op de Filipijnen arriveren hij en zijn manschappen met ziektekiemen waar de oorspronkelijke bevolking geen resistentie tegen heeft, en het woord Gods dat vervolgens redding moet brengen. Als de bevolking het christendom niet zomaar blijkt te accepteren, worden Magellaans bekeringspogingen almaar hardvochtiger.

Een van de schadelijke clichés van het koloniale narratief is dat van het christendom als een ‘beschaafde’ religie, tegenover de ‘primitieve’ inheemse geloven. In de slotakte werpt Diaz dat idee omver, wanneer de godvrezende Magellaan, de man die zo hard probeert zijn eigen mythe te creëren, geveld wordt door een fantoom.