Jane Schoenbrun over Teenage Sex and Death at Camp Miasma

‘Hollywood bepaalt niet of ik mag spreken’

Datum
01-07-2026
Verschenen in

Jane Schoenbrun

Jane Schoenbrun putte uit haar liefde voor het horrorgenre voor een intiem zelfportret over onderdrukt genot en seksuele bevrijding. “Slasherfilms zijn films over gender.”

Regisseurs die hun films volstoppen met verwijzingen naar oudere films verschuilen zich nog wel eens achter die cinefiele citaten en blijven daardoor als maker zelf wat onzichtbaar.

Jane Schoenbrun doet het tegenovergestelde. In Teenage Sex and Death at Camp Miasma vormt elke knipoog naar eerdere slasher- en horrorfilms een bouwsteen van het zelfportret dat de film uiteindelijk blijkt te zijn.

Het hoofdpersonage is Schoenbruns alter ego: queer filmmaker Kris, die door een filmstudio wordt ingehuurd om de fictieve Camp Miasma-franchise, die bepalend was in haar queer ontwaken, nieuw leven in te blazen. Met de reboot probeert Kris de dominante vrouwonvriendelijke stereotypen van de slasher van binnenuit, nou ja, de keel door te snijden.

Onder alle horrorverwijzingen, het campy melodrama en de freudiaanse zinspelingen, gaat Teenage Sex and Death at Camp Miasma over iets hoopvols: seksuele bevrijding en gendereuforie. In een groepsgesprek in Cannes, waar de film de Queer Palm won, sprak Schoenbrun over de filosofie achter de film.

Teenage Sex and Death at Camp Miasma

Je film loopt over van verwijzingen naar oude slashers. Hoe voorkom je dat die een schild worden om je als maker achter te verschuilen? “Ik strooi graag met voetnoten om dieper in thema’s te graven. Als queer en trans persoon wil ik het hebben over genderdysforie in de slasher, een genre dat het culturele beeld van trans mensen mede heeft bepaald en daarmee ook het beeld dat ik van mezelf heb. Ik had dus referenties nodig, Psycho [Alfred Hitchcock, 1960] voorop. De douchescène in Psycho is bepalend geweest in de beeldvorming rond gender en seksualiteit. Vandaar de grap in de film over een remake vanuit het perspectief van het douchegordijn: aan de ene kant de moordenaar, aan de andere het slachtoffer. Voyeur en naakte vrouw, geweld en verlangen, in een freudiaanse brij. Zulke beelden blijven rondspoken in onze cultuur. Sommige maken mijn leven nog altijd moeilijker, zoals de transfobische angst voor de man in vrouwenkleren op het toilet. Ook dat is Hitchcock.”

In je vorige film I Saw the TV Glow [2024] zat ook al dat idee dat we gevormd worden door wat we zien. “Freud heeft er een woord voor: de oerscène. Dat je als kind je ouders ziet vrijen voordat je weet wat seks is en overvallen wordt door een angst waar je geen naam voor hebt, samen met het verlangen van dat moment. Dat is wat ons vormt als seksuele wezens. Volgens Freud maken we de oerscène ons leven lang opnieuw, net zoals ze de Camp Miasma-films jaar na jaar opnieuw maken.”

Dit is de eerste film waarin je seksualiteit zo openlijk verbeeldt. Hoe benader je die intieme scènes? “Ik wilde vooral eerlijk zijn over mijn eigen verhouding tot seks. Tot mijn 32ste had ik met precies één persoon gezoend en geslapen; seks was iets traumatisch, iets wat ik vermeed. Na mijn transitie werd het naast beangstigend ook vreugdevol. Om een heel mens te worden heb je immers een gezonde band met seks nodig. We praten nu veel over de kloof tussen generaties, dat Gen Z bijvoorbeeld geen seks meer heeft. Voor mij is duidelijk waarom: de wereld is eenzamer en lelijker geworden. Een bezoek aan Pornhub volstaat om dat te begrijpen. Geen wonder dat deze generatie seks wil vermijden, en dat ik het ook deed.
“Ik hoop dat mijn film dat een beetje heelt, zoals ik me nu geheeld voel. Ook daar zijn horrorfilms goed voor: een veilige plek bieden om in de duisternis te staren. Zoals de tagline op de VHS-band van Camp Miasma stelt: ‘Als het te echt wordt, kun je het afzetten.’ Dat is consent.”

Gillian Anderson zet een prachtrol neer van een in vergetelheid geraakte horrordiva. Wat betekende het voor jou om met haar te werken? “Als kind schreef ik fanfictie over The X-Files; mijn kostbaarste bezit was mijn verzameling boeken gebaseerd op de serie. Toen ik haar voor het eerst ontmoette, dacht ik: ‘Oh mijn god, ik ken je al zo lang. Jij hebt me in feite opgevoed!’ Voor heel veel mensen betekende zij een queer ontwaken, en ik hoop dat je daar iets van proeft in de film.”

Dit is je grootste film tot nu toe, met financiële steun van een Hollywood-studio. Zat dat systeem je progressieve ideeën over gender en seksualiteit in de weg? “Voor Hollywood-maatstaven is het budget niet groot, ergens tussen de acht en negen miljoen, maar dat was meer dan ik gewend was. Het betekent onder meer dat je regelmatig op Zoom met een stel mannen de geldzaken bespreekt. Omdat de film gaat over queer bevrijding via het maken van kunst, zou het een leugen zijn om de druk van de commercie weg te laten.
“Ik word er namelijk gek van om als trans kunstenaar eerlijk, persoonlijk werk te maken in een systeem dat mijn waarden niet deelt. Kris vecht in de film voor volledige creatieve vrijheid, iets wat ik zelf niet helemaal had: ik had geen final cut. Niemand heeft me uiteindelijk gedwongen tot grote veranderingen, maar zo’n machtsverhouding drukt op je, zeker bij zulk persoonlijk werk.
“Het schrijven van mijn eerste roman [Public Access Afterworld, HE] was in die zin bevrijdend. Bij een boek, zonder miljoenenbudget, kan ik schrijven wat ik wil. Ik blijf natuurlijk films maken, maar die roman gaf me een gevoel van veiligheid: Hollywood bepaalt niet of ik mag spreken. Dat doe ik zelf.”


Teenage Sex and Death at Camp Miasma draait vanaf 20 augustus 2026 in de bioscoop.