Mijn vader woont in Rio
Tussen fantasie en leugen
Mijn vader woont in Rio
Mijn vader woont in Rio mag dan de zieleroerselen en fantasieën van een meisje van negen tot hoofdonderwerp hebben, het is een buitengewoon volwassen film. Voor jong en oud.
Het gebrek aan goede scenario’s staat hoog in het vaandel bij personen die in ons land meebeslissen over het al dan niet doorgaan van filmprojecten. Wat klopt is dat in Nederland relatief veel te weinig geld wordt uitgetrokken voor deze poot binnen de filmindustrie. Maar daar zitten niet alleen de problemen, want naast een cursus scenarioschrijven zou er net zozeer behoefte zijn aan een cursus scenario-beoordeling. Want hoe kan het anders dat bij het Fonds voor de Nederlandse Film een project als Dorst van Willy Breebaart wel goed wordt bevonden en Mijn vader woont in Rio van Ben Sombogaart wordt afgewezen?
Alleen steun uit de televisiehoek (VPRO en CoBO-Fonds) zorgde ervoor dat Sombogaart zijn lange speelfilm kon realiseren. Door een eerste prijs in de kindersectie op het afgelopen festival van Berlijn kwam er (eindelijk) ook een distributeur, die hem deze maand in de bioscopen uitbrengt. Voor jong en oud.
Want Mijn vader woont in Rio mag dan de zieleroerselen en fantasieën van een meisje van negen tot hoofdonderwerp hebben, de gedragingen van ouderen spelen een niet mindere rol. Maar bovenal: Mijn vader woont in Rio is een buitengewoon volwassen film, die – gesteund door een goed scenario en goede acteerprestaties – op fantasievolle en filmische wijze een geloofwaardig verhaal vertelt, dat tot aan het einde toe spannend blijft. En niet minder opmerkelijk: het is geen avonturenfilm, zoals er zovele voor de jeugd gemaakt worden, maar juist een ingehouden, stille film, waarin naast de negenjarige Liesje helemaal geen andere kinderen voorkomen.
Liesje leeft thuis in twee fantasiewerelden. De eerste is ‘echt’. Het zijn de herinneringen aan haar grootvader, wiens crematie ze in de eerste beelden van de film bijwoont. Met haar moeder woonde ze de laatste jaren bij hem in en hij vertelde haar onder andere verhalen over zijn onderduiktijd in hetzelfde huis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Via hem kent ze een paar geheimen van het huis, zoals een vernuftig waarschuwingssysteem en een schuilplek achter een kast. Ze weet veel van opa’s modelvlieg tuigjes en zijn schaduwpoppen.
Liesje’s tweede fantasiewereld is ‘onecht’ in die zin dat deze voor haar wel degelijk bestaat, maar wij weten dat hij berust op een leugen van haar ouders. Liesje weet niet beter dan dat haar vader in Rio woont, terwijl hij in werkelijkheid al drie jaar in de gevangenis zit. Van daaruit stuurt hij haar brieven met mooie verhalen, gestopt in enveloppen met valse postzegels en gefingeerde stempels.
Liesje zou niets liever willen dan haar vader eens opzoeken, want er wordt haar wijsgemaakt dat hij voorlopig niet kan overkomen. Onwillekeurig moedigt vader in zijn brieven dat verlangen bij haar aan. Alleen: moeder wil er niets van weten. Met argumenten als ’te duur’ weet ze Liesje aanvankelijk van concrete reispersplannen af te houden.
Gevaarlijke wending
Een nieuwe dimensie wordt aan het verhaal toegevoegd door de intrek van een nieuwe vriend van moeder. Deze Frits komt al spoedig achter het bedrog en moedigt moeder An aan een eind te maken aan deze vertoning. Wanneer hij daar eindelijk in slaagt, is het echter te laat.
Onder andere door het verkopen van een aantal bijzondere postzegels uit opa’s nalatenschap spaart Liesje voldoende geld bij elkaar voor een retourtje Rio en ze zit praktisch al in het vliegtuig als zowel haar vader als moeder bemerken dat het bedrog een gevaarlijke wending heeft genomen. Meer verklappen we niet.
Hoewel kritiek op sommige kleine punten wel degelijk te leveren is, laat het zien van Mijn vader woont in Rio een bevredi gend gevoel na. Jules van de Steenhoven leverde prachtig en voor de belevingswereld van Liesje effectief camerawerk af, het meisje Wenneke schittert in haar debuut, Geert de Jong laat na de moederrollen bij Ruud van Hemert (Schatjes, Mama is boos!) zien ook een niet-karikaturale moeder neer te kunnen zetten en met de keuze van mensen als Theu Boermans (die we toch veel te weinig zien in Nederlandse films), Peter Faber, Hans Veerman, Gerard Thoolen en Paul Meijer blijken ook meer of minder belangrijke (bij)rollen goed invulbaar te zijn.
Regisseur Ben Sombogaart bewijst zich na talloze documentaires, informatieve jeugdprogramma’s (onder meer Achterwerk in de kast) en jeugddrama voor de televisie, zoals Allemaal tuig met Mijn vader woont in Rio als een regisseur die het bioscoopformaat met gemak aan kan. Middels zijn samen met Burny Bos geschreven scenario toont hij aan niet door de knieën te hoeven gaan om – in de eerste plaats – voor kinderen een geloofwaardig verhaal te maken met talloze serieuze en humorvolle zijpaadjes en dit effectief in beeld te brengen.
Een goed concept leverde in dit geval de basis voor een opeenhoping van kwaliteit op allerlei fronten, wat er toe geleid heeft dat Mijn vader woont in Rio ook boeiend is voor volwassenen en zeker een van de grote Nederlandse filmverrassingen van 1989 is.