Top Gun en Amerikaans imperialisme

Dingen moeten boem gaan

Top Gun

Met Top Gun opnieuw in de bioscopen en een Maga-regime dat klungelig over een nieuw Amerikaans imperialisme fantaseert, is het ineens weer actueel om na te denken over wat Amerikaanse blockbusters ons eigenlijk vertellen.

Stel: je hebt een grenzeloze fantasie. Of anders gesteld: je hebt een compleet universum waarin je je verhalen kunt situeren. Personages vliegen op lichtsnelheid tussen sterrenstelsels dus afstand is geen bezwaar en je kunt losgaan op elk idee over buitenaardse samenlevingen dat je in dat prachtige hoofd met die miljarden neuronen kunt bedenken. Met de miljarden dollars ook, die je tot je beschikking hebt.

Een sciencefictionepos creëren dat ons voorstellingsvermogen naar adem laat happen? Wezens op andere planeten bedenken die zelf niet eens wisten dat ze bestonden? Je beschikt immers over de vrijheid van een jonge god.

Niets van dat alles. Wat is sinds 1977 dat ene definiërende ding van vrijwel elke planeet in het Star Wars-universum? Een markt. Kraampjes met spulletjes. In het nauwdenken van elke Amerikaanse scenarist, regisseur en production designer is een markt wat een nieuwe planeet pas echt tot leven brengt. Nou is het waar dat elke nieuwe serie in de franchise nog steeds vastzit aan de visuele stijl van de eerste films, maar kom op: het hele universum is neoliberaal? In de totaliteit van mogelijke combinaties van moleculen en de evoluties die daaruit kunnen ontstaan, is dat wat we kunnen bedenken? Elke planeet heeft een markt? Dat kan geen toeval zijn. Hier wordt iets verkocht.

Het uitventen van dingen is Hollywood niet vreemd. Dat de Amerikaanse filmindustrie warme banden onderhoudt met het leger om van allerlei materieel gebruik te kunnen maken en dat het Pentagon in ruil daarvoor al jaren scenario’s mag aanpassen om ervoor te zorgen dat het niet in een al te beroerd daglicht komt te staan, zal voor weinig mensen nieuws zijn. Ook al verbaast het elke keer weer dat we dit als kijkers prima vinden. Het betekent dat via Hollywood-films geen onschuldige beelden en verhalen worden geëxporteerd: er wordt een idee verkocht van hoe de wereld zou moeten zijn. Vanzelfsprekend zijn er uitzonderingen: de afgelopen jaren bijvoorbeeld in Andor (2022-), de beste serie die Star Wars heeft voortgebracht.

Maar het marketingkabaal aan de andere kant is groter: Mark Wahlberg in een van de Transformer-films in een weids shot op een veranda onder een wapperende Amerikaanse vlag met op de achtergrond de ondergaande zon is een ideologisch beeld van een gedroomd Amerika. Dit was trouwens geen ironisch shot, want die neiging vertonen doorgewinterde filmkijkers ook nog wel eens: om shots als dit te ver door te denken. En al was het wel ironisch: een ironische kijk op Amerika wordt door veel kijkers nauwelijks begrepen. Zie de reacties op Team America: World Police (Trey Parker, 2004) of Starship Troopers (Paul Verhoeven, 1997) toen die films uitkwamen.

Avatar: The Way of Water

Geheimzinnig
In Top Gun (1986) en de Transformers-films is duidelijk wat men wil verkopen (naast Hasbro-speelgoed): de glorieuze kracht en heldhaftigheid van het Amerikaanse leger. Iets geniepiger, net als in de Avatar-franchise, is wat tussen de regels door wordt verkocht: het vertrouwen dat er altijd wel een rebel is die het juiste doet.

Imperialisme is een groot woord, maar het zit ook in kleine dingen. Het verbergt zich vaak in de simplistische moraal van films: dingen zijn goed of slecht, dingen komen altijd wel weer goed et cetera. Het hele idee achter Avatar is trouwens ook krankzinnig Amerikaans militaristisch: 26 duizend miljard mijl de ruimte in trekken om op een schitterende paradijselijke planeet te arriveren en wat is het enige wat de mensheid kan bedenken om daar de tijd door te komen? Oorlog. Dat de fanaten worden verslagen doet er niet toe. Het gaat om dat idee van strijd als menselijke conditie.

AI is zonder twijfel het grootste front van een nieuwe beeldenstrijd, want de betekenis en de waarde van beelden zal door AI opnieuw gedefinieerd worden. Omdat er geld mee verdiend kan worden – daar heb je die markt weer – is die ontwikkeling waarschijnlijk niet tegen te houden. Ook al wordt er nog steeds geheimzinnig over gedaan: omdat Hollywood ook wel merkt dat er veel weerstand tegen is, worden ontwikkelingen niet van de daken geschreeuwd. Ben Afflecks AI-bedrijf InterPositive opereerde in stilte onder de naam Fin Bone LLC, tot het afgelopen maart aan Netflix werd verkocht.

Acteurs en scenaristen mogen dan iets van bescherming geregeld hebben met betrekking tot AI, de meeste andere ambachten in de filmindustrie zijn minder goed beschermd. De meeste vakmensen in deze industrie zijn freelancer, dus die staan sowieso zwakker. Bovendien: hoe zullen vakorganisaties zich verhouden tot een technologie die een deel van de productie goedkoper kan maken? Vermoedelijk hebben weinig organisaties hier een antwoord op geformuleerd. Imperialisme is trouwens ook: iedereen laten denken dat dit allemaal zomaar kan. Dat het niet is tegen te houden.

Schrijven over imperialisme in cinema klinkt misschien archaïsch en achterdochtig maar na de Tweede Wereldoorlog was de Amerikaanse cinema onderdeel van het Marshallplan dat Europa erbovenop moest helpen. Met als eerste en laatste doel: het communisme tegenhouden. Films werden gebruikt om het idee van ‘de Amerikaanse manier van leven’ te promoten. Gelukkig, juist omdat het een vrije markt was, kregen we ook de films van Sirk en Kubrick en Scorsese. En, ook dat moet gezegd, zelfs de oorspronkelijke Star Wars-trilogie was duidelijk antifascistisch.

Casino

Casino
Maar ook al is het beeld niet eenduidig, onder veel Amerikaanse films schuilt vaak eenzelfde idee van hoe mensen samenleven. Futuristische steden in sciencefiction zijn bijna altijd chaotisch, met een doden-of-gedood-worden-sfeer. Terwijl ik dit schrijf, lees ik dat de Amerikaanse president om een reactie is gevraagd na de arrestatie van een Special Forces-militair, die 400 duizend dollar won door online te gokken op de arrestatie van Nicolás Maduro. Een operatie waar hij direct bij betrokken was. Trumps antwoord: “De wereld is een casino. Het is wat het is.”

Los van wat Oranje Vlek ergens van vindt: dit is hoe de wereld in veel Amerikaanse cinema wordt uitgevent. Ook in films die in wezen kritisch zijn op het land. Een van Scorsese’s films heet nota bene Casino (1995). Trump viert het, Scorsese waarschuwt ertegen. Maar de conclusie van beiden is dat dit het dna is van de samenleving. Als dat zo zou zijn, zouden we nooit geëvolueerd zijn. En al is het dat misschien wel op dit moment in de eeuwigheid, het hoeft niet zo te blijven. Aan een samenleving kan veel meer gemaakt en geschaafd worden dan blockbusters laten zien.

Dat ze dat niet doen, of dat utopieën zonder uitzondering worden ontmaskerd als dystopieën, heeft natuurlijk ook te maken met die ene, al te menselijke fascinatie: elke blockbuster draait om conflict. Conflicten worden opgelost door gebouwen/schepen/steden/planeten op te blazen. Nooit via overleg. Overleg is soft en waarom overleggen als je dingen op kunt blazen? Die fascinatie kan diep in ons verankerd liggen – al is dat ook zo’n ding dat we misschien door herhaling zijn gaan geloven – we betalen er wel een prijs voor: geen enkele studio stopt geld in een film waarin niets wordt opgeblazen.

Ook al zijn er zeker nog blockbusters – Marvelfilms, Avatar-films, de tweede Top Gun, Mission: Impossible – dit gaat niet meer alleen over blockbusters. Want gaandeweg de jaren negentig veranderde de situatie. Conflictoplossing Bruce Willis-stijl ging eruit, gestileerde hypergewelddadigheid kwam erin – de wraakfantasieën van Tarantino, maar ook films als Oldboy (waar natúúrlijk een Amerikaanse remake van kwam). Inmiddels krijgen we in niet mis te verstane hoeveelheden al twee decennia eindtijdvisioenen voorgeschoteld. Ooit waarschuwden films voor de ondergang (Kubricks Dr. Strangelove, Frankenheimers Seven Days in May), inmiddels lijkt die een voldongen feit. Waarbij aan het gegeven van miljarden doden geen woord meer wordt besteed. Dat moet iets doen met hoe we als mensen in de wereld staan.

Oldboy

Gedreun
Dit is geen preek vanaf de kansel. Ik geniet ook van die films. Het punt is dat het goed is om te beseffen hoe invasief die constant herhaalde boodschap van onvermijdelijke strijd en ondergang is, want het gevaar zit in de herhaling natuurlijk, in het gedreun, in het gemarcheer van al die bastonen. Als grote groepen mensen die existentiële onzekerheid geïncorporeerd hebben, zijn ze vatbaarder voor simplistische, fundamentalistische ideeën.

De wereld is geen casino. Conflicten kunnen ook anders opgelost worden dan met bommen en granaten. En strijd is niet de normaalste zaak van de wereld.