Dansplaining #60

Timothée de Superster

Marty Supreme

Dan Hassler-Forrest zoekt als de Indiana Jones van de filmwetenschappen naar verborgen betekenissen en geheime kamers van de filmgeschiedenis.

Terwijl Nederlandse filmliefhebbers eindelijk ook het overrompelende Marty Supreme kunnen ervaren, voert hoofdrolspeler Timothée Chalamet campagne voor zijn Oscar-nominatie: de derde keer dat hij op de lijst staat, dat deed niemand hem op die leeftijd na. Als de benjamin tussen veteranen als Leonardo DiCaprio en Ethan Hawke lijkt Chalamet de underdog, maar niets is minder waar. De dertigjarige acteur/producent heeft zich ontpopt tot een superster in een filmindustrie die daar ernstig om verlegen zit.

Bijna precies een eeuw geleden bedachten de ondernemende filmproducenten die in Los Angeles waren neergestreken een nieuwe manier om hun films in de markt te zetten. De jaarlijkse omzet bleek te weinig voorspelbaar en na een paar kostbare megaflops was de nood aan de man. Carl Laemmle, eigenaar van Universal Pictures, kwam op het idee dat kijkers meer interesse hadden in de gezichten op het scherm dan in de verhalen die films vertelden.

Zo ontstond in Hollywood het sterrensysteem. Filmstudio’s richtten hele afdelingen in die enkel bezig waren met de promotie van acteurs die tot filmster werden gebombardeerd. Niet alleen hun levensverhalen, maar hun garderobe, hun dieet en zelfs hun namen werden door de studio’s gefabriceerd. Zo was de artiestennaam van Joan Crawford het resultaat van een lezersenquête in het populaire sterrenblad Movie Weekly.

Toen het studiosysteem eind jaren zestig uit elkaar begon te vallen, namen de grootste filmsterren het heft in eigen hand. Ze werkten niet langer in vaste dienst van een studio, maar verhuurden zichzelf aan de hoogste bieder.

Tom Cruise was een van de eerste filmsterren die nog een stap verder ging en zijn eigen productiebedrijf oprichtte om zelf projecten te ontwikkelen.

Inmiddels is er van het sterrensysteem weinig meer over. Er zijn nauwelijks meer sterren die zo geliefd zijn dat hun aanwezigheid garant staat voor omzet. Blockbusters worden in de markt gezet op basis van een merknaam, niet de acteur. Zo staan fans in de rij om de nieuwste Spider-Man of Barbie te zien – niet per se voor Tom Holland of Margot Robbie.

Precies daarom is een jonge acteur als Chalamet zo belangrijk voor de Amerikaanse filmindustrie. In korte tijd heeft hij een cv opgebouwd waarin hij behendig navigeert tussen arthousehits als Call Me By Your Name en de meer prestigieuze blockbusters als Dune. Hij laat zijn veelzijdigheid zien als acteur, terwijl hij – precies zoals Robert De Niro in de jaren zeventig – steevast rollen uitkiest die zijn talent in de schijnwerper zetten. Een Oscar voor Marty Supreme zou daarom meer zijn dan een erkenning van zijn kwaliteit als acteur: voor Hollywood biedt Timothée de Superster ook een sprankje hoop voor een filmindustrie in crisis.

Geschreven door Dan Hassler-Forest