Cinema onder vuur: Hongarije
Over de staat van de Hongaarse cinema
Op de set van Son of Saul
Filmkrant verzamelde het afgelopen jaar een serie internationale bijdragen over de politieke en economische krachten die de vrijheid van filmmakers bedreigen. Viktor Tóth over cinema in het land van Enyedi en Mundruczó.
Tussen 2019 en 2020 kreeg de Hongaarse filmindustrie twee schokken te verwerken. Eerst: de dood van Andy Vajna in januari 2019. Vajna, een producent met een Hollywood-carrière, was aangesteld als directeur van het Nationaal Film Instituut NFI. Dat was in 2011 opgericht tijdens het eerste mandaat van de regering geleid door Orbáns partij Fidesz, door het vroegere Hongaars Nationaal Film Fonds (MNFA) samen te voegen met het Filmarchief en andere organisaties.
Het NFI bepaalt sindsdien welke films steun krijgen bij ontwikkeling, productie en distributie – de Hongaarse filmindustrie, zoals die in meer Europese landen, steunt grotendeels op overheidssubsidies. De besluitvorming van het NFI is op dit moment online te raadplegen, teruggaand tot ongeveer 2014, met enkele omissies: bij projecten die worden afgewezen, hoeft het NFI geen rechtvaardiging te vermelden en de namen van filmmakers en bedrijven achter het afgewezen project worden niet vermeld. Ook sommige documenten ontbreken.
Vajna’s voorzitterschap van die commissie heeft al tot meerdere controverses geleid. Tegen 2015 was de producent eigenaar van een van de grootste commerciële tv-kanalen (het NFI steunt ook televisie) en vaak blijken de beslissingen van het NFI problematisch.
In een specifieke zaak in december 2014 werd het recordbedrag van 790 million HUF (ongeveer 2,6 miljoen euro) toegekend aan Veszettek (Home Guards, 2015), geproduceerd door Gábor Kalomista en mede geschreven door een lid van de selectiecommissie: Réka Divinyi. In diezelfde selectieronde werd minder dan de helft van dat bedrag toegekend aan Son of Saul. Die laatste won een Oscar na eerst nog gelauwerd te zijn in Cannes, terwijl voor Veszettek 3.694 kaartjes werden verkocht, aldus nieuwssite Origo. Kalomista produceerde in 2021 Elk*rtuk (The Cost of Deception), een politieke thriller die veel kritiek oogstte vanwege de negatieve portrettering van leden van de politieke oppositie en die, in ieder geval officieel, geen overheidssteun kreeg.

Inmiddels heerst de perceptie dat Vajna toch voor enige steun zorgde aan kritische en onafhankelijke makers – misschien om regelrechte beschuldigingen van politieke vooringenomenheid te vermijden. Vanaf 2015 bood het Inkubátor-programma debuterende makers de mogelijkheid om financiering te vragen voor de ontwikkeling, productie en distributie van hun eerste project. Bij de dankzij dit programma gerealiseerde en uitgebrachte films zaten ook meer kritische projecten.
Studentenprotesten
In de zomer van 2020 kreeg de Hongaarse cinema een tweede schok te verduren. Aan de top van The National Film and Theatre University (SZFE) dwong de staat een reeks veranderingen af. Bijna het hele docentenkorps werd ontslagen, waarna studentenprotesten uitbraken. De Free SZFE-beweging, die de steun had van de meeste kritische en prominente Hongaarse filmmakers, zoals Béla Tarr, Ildikó Enyedi en Kornél Mundruczó, zette in korte tijd een onafhankelijk onderwijssysteem op dat studenten van een alternatief curriculum voorzag.
Sinds die protesten overheerst de indruk dat het NFI (nu onder leiding van Csaba Káel) vaker scenario’s afwijst van mensen die kritiek hebben geuit op de staat. Bij een industry panel op het Les Arcs Film Festival 2023 over de productie van Explanation for Everything (Magyarázat mindenre) van Gábor Reisz, noemde producent Júlia Berkes het feit dat de subsidieaanvraag van Reisz – van wie eerdere films ondanks hun politieke inhoud wel geld kregen van het NFI – na de SZFE-protesten direct werd afgewezen. Waarna hij de film onafhankelijk realiseerde voor een budget van ongeveer 137 duizend euro.

Veranderingen
Ook het Inkubátor-programma onderging significante veranderingen: de reglementen werden voor editie 2021-22 zodanig aangepast, dat de commissie nu de uitbrengdoelstelling op elk moment kan veranderen, waardoor projecten ontwikkeld voor de bioscoop het soms alsnog met een uitbreng op een streamingplatform of televisie moeten doen. Terwijl acceptatie in het programma voorheen een garantie leek te bieden op voltooiing en uitbreng, werd volgens een artikel van nieuwsdienst Telex in 2022 de steun aan verschillende projecten in de scenario-ontwikkelingsfase stopgezet. Uit de verslaglegging van de beraadslagingen over alle projecten die in dat jaar steun kregen toegezegd is dat echter niet op te maken; het rapport maakt geen onderscheid tussen projecten die naar de volgende fase konden en projecten die per mail een afwijzing ontvingen.
Omdat het NFI schijnbaar steeds vaker financiële steun weigert aan kritische filmmakers, ontstonden alternatieve routes om projecten te realiseren. Zsófia Szilágyi, van wie de film One Day (Egy nap, 2018) via de Inkubátor tot stand kwam, zocht voor haar tweede film Január 2 (2024) steun bij het fonds van het Biennale College. Tijdens de persconferentie van het filmfestival van Venetië zei ze dat ze doelbewust het NFI had gemeden, een sentiment dat breed wordt gedragen onder onafhankelijke Hongaarse filmprofessionals. In 2024 werd ook Fekete pont (Lesson Learned) geselecteerd voor het filmfestival van Locarno. In de credits staan meer dan twintig onafhankelijke producenten genoemd, aangevoerd door Gábor Osváth.
Afgezien van een fysiek incident waarbij filmmaker Ádám Tősér onafhankelijk criticus Géza Csákvári aanviel vanwege zijn recensie van de door het NFI gesteunde film Blokád (2024), vrezen onafhankelijke filmprofessionals vooral fiscale repercussies als institutioneel middel om meer grip op de onafhankelijke filmsector te krijgen.
Met de lancering vorig jaar van het onafhankelijke Budapest International Film Festival is ook een speciaal onafhankelijk fonds in het leven geroepen voor de ontwikkeling van projecten die geen staatssteun (willen) ontvangen. Deze ontwikkelingen zijn bemoedigend. Naast het festival vond begin februari ook de tweede editie van De Hongaarse Filmweek (Magyar Filmszemle) plaats: een competitief evenement gewijd aan Hongaarse cinema, dat elk jaar de belangrijkste Hongaarse film kiest. De eerste Magyar Filmszemle vond plaats in 1989, in de plaats van de eerdere Jatékszemle, en liep tot 2012. Onder aanvoering van de onafhankelijke Hongaarse Film Society (MAFSZ) werd de Filmweek in 2025 hervormd met steun van de stad Boedapest (die wordt bestuurd door oppositiepoliticus Gergely Karácsony).
Zo is in de afgelopen jaren een onafhankelijke gemeenschap opgestaan die het ondanks financiële beperkingen lukt om onafhankelijke Hongaarse makers een stem te geven. De aanstaande nationale verkiezingen in april zullen desondanks van beslissende invloed zijn voor de filmsector.
Viktor Tóth is een Hongaarse filmrecensent en aspirant-filmmaker. Hij woont in Italië en schrijft op regelmatige basis voor de Italiaanse tijdschriften East Journal en ODG Magazine. Ook schreef hij voor Cineuropa, Klassiki Online en EasternKicks.
Vertaling Ronald Rovers