Kleber Mendonça Filho over The Secret Agent

‘Ik weiger het publiek te verwennen met het verleden’

Kleber Mendonça Filho op de set van The Secret Agent

In deze politieke thriller verbeeldt Kleber Mendonça Filho de militaire dictatuur uit het Brazilië van zijn jeugd.

Het is toepasselijk dat Kleber Mendonça Filho zijn heerlijk tegendraadse genrefilm over het leven onder de Braziliaanse militaire dictatuur opent met de tekst dat we ons begeven in “a period of great mischief”. Want in The Secret Agent (O agente secreto) vangt hij in geuren en kleuren hoe het Brazilië van de jaren zeventig voor hem aanvoelde.

“Ik moet altijd een beetje zuchten,” begint hij in Cannes, tegenover een klein groepje journalisten, “als ik een historische film aanzet en een tekst aan het begin iets aangeeft als: ‘Het is 1943. Frankrijk is bezet door de nazi’s.’ Ja, ik weet wat er in die tijd in Frankrijk gebeurde. Voor feiten ga ik niet naar zulke films. Ik ben op zoek naar mysterie, naar hints dat de film die ik zie een persoonlijk werk van de maker is.”

Met films als Aquarius (2016) en Bacurau (2019) staat Mendonça Filho bekend als auteur die de diepere pijn van de Braziliaanse samenleving op uiterst persoonlijke wijze verbeeldt. In tegenstelling tot Walter Salles’ recente succesfilm I’m Still Here (2024) is The Secret Agent allesbehalve een feitelijk relaas over het Braziliaanse bewind. Zijn broeierige politieke thriller, waarin een man (Wagner Moura op zijn best) op de vlucht voor de staat onderduikt in Recife, is eerder een kleurrijke verbeelding van Mendonça Filho’s eigen jeugd. Dat zijn “mistige herinneringen”, geeft de cineast toe. “Maar met genoeg afstand durfde ik mijn ideeën over die tijd wel in een film te stoppen.”

Een paar flarden bleven hem vooral bij. “Bizarre beelden, die me eraan herinnerden hoe diep dat militaire bewind was doorgedrongen in het dagelijkse leven. Hoe mijn babysitter de soldaten in uniform ongelooflijk sexy vond; hoe ik als jongetje in de woonkamer speelde en de kletsende volwassenen ineens met de hand voor de mond begonnen te fluisteren; en hoe we op mijn basisschool elke vrijdag als kleine soldaatjes over de binnenplaats moesten marcheren. Ik zie dat absurde beeld nog zo goed voor me: jongetjes die in een rechte lijn over het schoolplein paraderen, met de hand op de schouder.”

The Secret Agent

Dosis humor
Door die absurditeit is het woord “mischief” zo belangrijk voor Mendonça Filho. Voor hem betekent het niet alleen onheil, maar ook kattenkwaad. En juist daarin blinkt hij uit. The Secret Agent is veel meer dan een politieke thriller. De voormalige filmcriticus en veelzijdige regisseur grossiert in speelse films die moeiteloos door genres laveren: een vleugje western, een tikje horror, een gezonde dosis humor. In politiek tumultueuze tijden is zijn unieke beheersing van de filmtaal het wapen waarmee hij van zich af slaat.

Cinema is bovendien altijd zijn toevluchtsoord geweest. “Mijn cinefilie stamt uit deze periode,” vervolgt hij. “Eind jaren zeventig was mijn moeder ernstig ziek. Daardoor nam mijn oom me vaak mee naar de bioscoop, wat een tweede thuis voor me werd. Het is als die memorabele quote uit Goodfellas [1990]: ‘As far back as I can remember, I always wanted to be a gangster.’ Dat dacht ik over films maken! En dat idee van cinema als toevluchtsoord zie je terug in mijn werk. In The Secret Agent heb je een geheime bijeenkomst die zich in een filmtheater voltrekt. Daar draait op dat moment The Omen [1976], wat de film meteen in de tijd verankert.”

Lelijk geweld
Mendonça Filho’s liefde voor de cinema uit zijn jeugd zie je het sterkst terug in de documentaire Pictures of Ghosts (2023), een nostalgisch eerbetoon aan de historische filmtheaters van Recife. The Secret Agent ziet hij als de “grote broer” van die eerdere film: “Een veel grotere en kwadere fictiefilm, die alsnog overloopt van liefde voor het verleden.” De grootste uitdaging was om geen al te rooskleurig beeld van die tijd te schetsen. Braziliaanse vrienden van me kwamen na de première naar me toe om te zeggen dat ze een bepaald straat-shot prachtig vonden en hadden gewild dat het tien seconden langer duurde. Dat is precies wat je niet moet doen! Ik ben er niet om het publiek te verwennen met het verleden.”

Daarom benadrukt de regisseur dat The Secret Agent meer is dan een nostalgische exercitie. “Het is een film over groot onheil, over geweld. Geweld dat allesbehalve mooi is. Ik dacht veel na over David Cronenberg en het idee dat geweld in cinema lelijk moet blijven. In films zijn pistoolschoten meestal cool en clean. Maar een kogel takelt een menselijk lichaam enorm toe. Het is gruwelijk en vies. En daarna begint het te stinken. Die lelijkheid moet onderdeel zijn van elk verhaal dat we over de menselijke conditie vertellen: we zijn wandelende stukken organisch materiaal die constant in gevaar zijn.”


The Secret Agent draait vanaf 12 februari 2026 in de bioscoop.