De landschappen van Wuthering Heights
Toevlucht, afgrond, hel
Wuthering Heights
Wie aan Wuthering Heights denkt, denkt aan het landschap. Toch durfde een aantal filmmakers het in het verleden aan om het verhaal naar een heel andere locatie te verplaatsen dan de drassige heide van Yorkshire.
“Als we mensen open zouden maken, zouden we landschappen vinden”, zei Agnès Varda ooit. In het geval van Cathy en Heathcliff, de hoofdpersonages uit Emily Brönte’s Wuthering Heights, zou je in dat geval de ‘wily, windy moors’ vinden waar Kate Bush over zong. Het gure, drassige hoogveen van Yorkshire is onlosmakelijk verbonden met hun obsessieve liefde voor elkaar.
De meeste verfilmingen van Brönte’s roman blijven dan ook trouw aan die locatie. Zo ook Emerald Fennell met haar adaptatie Wuthering Heights, die op het moment van schrijven nog niet te zien was. Maar een paar van de interessantste filminterpretaties van Brönte’s roman verplaatsen het verhaal juist naar een totaal andere omgeving. Wat gebeurt er als je Heathcliff en Cathy uit de modder trekt en transplanteert naar stoffig Mexico of de bergen van Zuid-Frankrijk? Als er plots een ander landschap in hen huist?
De drassige heide van Yorkshire
Maar eerst de verfilming die de oorspronkelijke locatie misschien wel het beste vangt. Aan het begin van Andrea Arnolds Wuthering Heights (2011) beweegt de camera laag bij de grond door de Yorkshire moors, een landschap van drassige modder, gure mist en een wind die onophoudelijk giert.
Een landschap waar je niet doorheen kunt lopen zonder vies te worden. Zonder met je schoenen in de modder weg te zakken of de zoom van je jurk open te halen aan distels. Dat fysieke, zintuiglijke, erotische is waar Arnolds verfilming om draait. Veel close-ups van handen: op de flank van een paard, door de golvende heide. Alle onderlinge verhoudingen – gewelddadig of liefdevol – worden door aanraking verkend of bevestigd.
Vanaf het moment dat Cathy de wereld van de naburige Lintons betreedt, verandert haar kleding. De tonen zijn net wat minder aards, de stoffen luxer. Het is kleding die haar losmaakt van het landschap. En losmaakt van Heathcliff. Ze trouwt met Edgar Linton en Heathcliff vertrekt. Wanneer hij enkele jaren later terugkeert en de twee elkaar voor het eerst weer ontmoeten, is dat in de boomgaard van de Lintons, een stuk gecultiveerde grond. Het tekent de transformatie die ze beiden hebben doorgemaakt. Ook Heathcliff is inmiddels rijk en goedgekleed.
In de daaropvolgende periode trekken de twee opnieuw dat drassige landschap in. Eerst te paard, dan te voet. Steeds weer benadrukt Arnold hoe hun liefde is verbonden aan dit landschap. Hoe die daarbuiten, in de gecultiveerde realiteit, niet kan bestaan. Omdat dat gure landschap meer is dan een toevlucht voor hun rusteloze, opstandige zielen. Het is het antwoord op die mijmering van Cathy, wanneer ze onder woorden tracht te brengen wat hen bindt: “Waar onze zielen ook van gemaakt zijn, de zijne en de mijne zijn dezelfde.”

De stoffige woestijn van Mexico
In 1954 maakte Luis Buñuel een van de compactste versies van Wuthering Heights. Niet alleen negeert hij (zoals de meeste adaptaties) de tweede helft van het boek, hij slaat ook het eerste deel over, waarin Cathy en Heathcliff nog kinderen zijn. Zijn verfilming begint op het moment dat Heathcliff, die in deze adaptatie Alejandro heet, terugkeert. Abismos de pásion (‘afgronden van passie’) speelt zich af in een stoffig woestijnlandschap in Mexico. Een locatie kaalgeslagen als Buñuels interpretatie van het verhaal. Een openingstekst stelt dat de film gaat over personages “overgeleverd aan hun instincten en verlangens”. Dat Alejandro’s liefde voor Catalina “woest en onmenselijk” is en “alleen kan worden vervuld door de dood”.
Een liefde die ten dode opgeschreven is in een landschap waarin vrijwel niets groeit. Een omgeving waarin levende en dode materie nauwelijks te onderscheiden zijn. Bomen wortelen op een muurtje, in het contrastrijke zwart-wit is er nauwelijks verschil tussen de dikke stammen en stenen gewelven. Het landhuis waar het boek zijn naam aan ontleent, lijkt rechtstreeks uit een berg gehakt te zijn. Alles in verhoudingen die de personages nietig maken.
Er is niets romantisch aan deze versie, alles ademt fatalisme. Buñuel eindigt zijn film met Alejandro die het mausoleum betreedt waarin Catalina begraven ligt. Op de tonen van Wagners Tristan und Isolde opent hij de kist waar hij op haar lichaam datzelfde stoffige woestijnzand aantreft dat buiten alles bedekt, dat hij door zijn hand laat glijden voordat hij haar voorhoofd kust. Het landschap en het lichaam samen in een kist.

De bergen van Zuid-Frankrijk
Ook in Jacques Rivette’s Hurlevent (1985) geen zompige heide, maar juist heuvels vol gras en lichte zomerjurkjes. Rivette plaatst zijn verfilming in een openingstekst heel specifiek in een tijd en plaats: 1931, tussen de rivieren Beaume en Vidourle. In dat woord ‘tussen’ ligt eigenlijk heel Rivette’s verfilming besloten. Niet alleen speelt Hurlevent zich af tussen twee rivieren, maar ook tussen twee wereldoorlogen, met personages op de grens tussen kind en volwassene.
“Ik vroeg me af waarom niemand ooit een film had gemaakt waarin Catherine en Heathcliff zo jong zijn als ze in het boek zijn”, vertelde Rivette in een interview met Senses of Cinema. Hij haalt de versies van Wyler en Buñuel aan, waarin de personages dertig en zelfs veertig zijn. “Dus zijn ze volwassenen, en betekent het niets. Of nou ja, het betekent iets, maar iets compleet anders.”
Maar twintiger zijn aan het eind van de achttiende eeuw (zoals in het boek) betekent ook weer iets anders dan twintiger zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw. De personages in Hurlevent zijn adolescenten (een term die pas rond 1900 gangbaar werd voor die onbestemde fase tussen kind en volwassene), ook na de sprong in de tijd die het verhaal maakt. Hurlevent is, mede daardoor, misschien wel de meest zonnige, zomerse adaptatie. Maar de luchtigheid is verraderlijk, zoals het gebruik van spookachtige Bulgaarse koormuziek beklemtoont.
In tegenstelling tot de andere films is het landschap veelvormig. Groene valleien, heldere rivieren, bosrijke bergen met rotsachtige toppen. Waar Buñuel zijn adaptatie terugbracht tot grove passies, daar is Rivette’s interpretatie er één waarin de verhoudingen en emoties constant verschuiven. Nog niet gestold zijn, wat het verhaal ook een veel minder fatalistische ondertoon geeft. Precies omdat ze zo nadrukkelijk adolescenten zijn (iets wat de film onderstreept door de anachronistisch moderne kleding), bevindt de liefde tussen Roch en Catherine zich ergens tussen kalverliefde en amour fou.

De vulkanische as van Japan
Waar Rivette het verhaal een stuk richting het heden haalde, daar duwt Yoshishige Yoshida het juist een eind terug de tijd in. Zijn Wuthering Heights (Arashi ga oka, 1988) speelt zich af tijdens de feodale Muromachi-periode, ergens rond de vijftiende eeuw. De locatie is een desolaat, dampend vulkaanlandschap waar alles bedekt is door een laag as. Een landschap dat zelfs in kleur nog zwart-wit lijkt. Het is een nietsverhullend landschap, tegenover binnenruimtes waarin juist heel veel wordt verhuld. Gezichten en lichamen half verborgen door waaiers, sluiers en semi-transparante kamerschermen.
Dat vulkaanlandschap heeft iets van een hel, en dat is hoe Yoshida het verhaal benadert. Van de genoemde films is dit de enige die wel de tweede helft van het boek verfilmt en daarvan maakt Yoshida een afdaling in de hel; een hel van incest en necrofilie. Onimaru graaft de kist met daarin Kinu’s ontbindende lichaam op en sleept die door het desolate landschap mee naar huis, waar hij het elke nacht bezoekt. In het huis woont ook Kinu’s dochter, van wie de film suggereert dat ze niet het kind is van de Linton-figuur maar van Onimaru.
In de ‘verboden kamer’ van het huis gebiedt Onimaru haar zich uit te kleden, in een echo van een eerdere seksscène in diezelfde kamer, tussen Onimaru en Kinu. De geperverteerde herhaling van die scène, het spel met verhulling en die verboden kamer maken de versie van Yoshida tot een cyclus van onderdrukte lusten en taboes. Met dat zwartgeblakerde landschap buiten als verbeelding van hoe vooral Onimaru’s zwartgeblakerde ziel alles om hem heen aantast. In de versie van Yoshida is de dood niet het einde, maar slechts het begin van de hel die uit de as van de bezeten liefde tussen Onimaru en Kinu oprijst.