A Knight of the Seven Kingdoms
Kleine maar fijne spin-off Game of Thrones
A Knight of the Seven Kingdoms
Meteen al vermakelijker dan House of the Dragon, deze nieuwe spin-off van Game of Thrones. Al vliegen de zes afleveringen wel heel snel voorbij.
Zouden de makers achter de schermen weten hoe groot de honger is naar sterke high fantasy-series? Het is bijna wreed, hoe lang we steeds moeten wachten. Wie in 2001 eenmaal geraakt was door de Lord of the Rings-films van Peter Jackson moest jaren wachten op Game of Thrones. Toen dat voorbij was, verschenen The Witcher en The Rings of Power. En nu is er de GoT spin-off A Knight of the Seven Kingdoms.
Er zijn meer fantasy-series, maar er zijn niet veel meer sterke fantasy-series. Dat wil zeggen: met sterke dialogen, sterke personages en sterk production design. Het verklaart deels waarom ze zeldzaam zijn: om dat allemaal goed te krijgen, moet je een flink budget hebben.
Het eerste seizoen van A Knight of the Seven Kingdoms telt zes afleveringen. De eerste aflevering duurt ruwweg drie kwartier, de anderen slechts iets meer dan een half uur. Na alle zes afleveringen te hebben gezien, is het oordeel: uitstekend. Alleen: het is echt heel weinig. Drie uur voor een heel seizoen. Het tweede seizoen is al bevestigd en telt opnieuw zes afleveringen van vermoedelijk ook een half uur. De meeste afleveringen van GoT duurden bijna een uur. Deze nieuwe afleveringen smaken zeker naar meer, maar het hele diner blijkt slechts uit deze zes amuses te bestaan. Daarna is het zeker weer een jaar wachten.
Het is wat het is. Deze eerste zes afleveringen zijn gebaseerd op de novelle The Hedge Knight, het eerste boek in George R. R. Martins trilogie Tales of Dunk and Egg. Ze vertellen over Dunk, een boomlange, niet overdreven slimme kerel die de schildknaap was van Ser Arlan of Pennytree, een oude ridder waarvan vrijwel niemand later blijkt te hebben gehoord. Ser Arlan is eerder die dag gestorven als de serie begint en Dunk is nu alleen op de wereld. Hij besluit om als ridder deel te nemen aan een toernooi, niet ver van de boom waaronder hij net Ser Arlan heeft begraven. Alleen, hij is geen ridder. Dus wat nu?
Een van de dingen die House of the Dragon ontbeerde en die GoT goed maakte, was de humor. Tegenover de bloedserieuze Tywin Lannister (Charles Dance) stond het venijn en het gekonkel van Tyrion Lannister (Peter Dinklage). Je had de next level gluiperigheid van Littlefinger. De incest van Jamie en Cersei Lannister. De voortdurende bacchanalen. En ondertussen wachtte iedereen op de winter die niet kwam. Er was een zwaarte van toon en er was een lichtheid van toon en die twee hadden elkaar nodig.
Wat HotD ook mistte was kleur. Het groen van het gras. Het buiten zijn. Als ik terugdenk aan HotD lijkt alles zich binnen af te spelen. Ook al was dat niet zo. Als ik terugdenk aan GoT denk ik op de eerste plaats aan buiten.
A Knight of the Seven Kingdoms heeft dat allemaal wel weer. De humor en het drama zijn in balans. Vrijwel alles speelt zich buiten af en het kleurenpalet is bont. We zijn nog ver weg van tronen en hoofdsteden. Ook niet onbelangrijk: even geen draken. Alleen maar mensen en zwaarden en drank en wat lichte verdorvenheid. Ridder-in-opleiding Dunk heeft bovendien niet de intelligentie om doortrapt te zijn – hij verkeert nog in de veronderstelling dat alle ridders nobele doelen nastreven – dus hij ontdekt deze nieuwe wereld zo’n beetje samen met ons. Alles is een verrassing. Zoals gezegd: uitstekende serie. Inhoudelijk kan er eigenlijk weinig over verteld worden want door die beperkte speelduur geef je dan al gauw teveel weg.
Dus of je wacht met kijken tot de zes afleveringen beschikbaar zijn. Of je doet elke week een half uur.
A Knight of the Seven Kingdoms is vanaf 18 januari 2026 te zien op HBO Max (VoD).