The Voice of Hind Rajab

Tussen echt en kitsch

The Voice of Hind Rajab

De geluidsopnamen van haar noodoproep werden online verspreid. Kaouther Ben Hania maakte er een gedramatiseerde documentaire van. Maar is re-enactment wel de juiste vorm voor het verhaal van Hind Rajab?

Alleen de stem van de vijfjarige Hind Rajab is echt. In de alarmcentrale van de Rode Halve Maan in Palestina horen we haar in een noodoproep smeken om hulp, terwijl ze in een personenauto wordt beschoten door het Israëlische leger. Alles eromheen wordt nagespeeld door acteurs.

Re-enactment doet me altijd denken aan de dramatische reconstructies in misdaadprogramma’s op televisie, waar waargebeurde verhalen op klungelige wijze worden geïllustreerd. Het is hier dan ook zeker geen cinematische keuze, maar lijkt in de eerste plaats een ethische.

Onder de aanduiding van re-enactment kunnen de dramatische momenten en de conventionele structuur zich verschuilen achter het mom van de waarheid. De film noemt zichzelf overigens een “dramatisering”, maar zet verschillende technieken in om ons te overtuigen van de waarachtigheid van wat er wordt getoond, zoals het leggen van de echte beelden van de medewerkers van de alarmcentrale over de gespeelde beelden.

Dat Kaouther Ben Hania wel de echte stem van Hind Rajab gebruikt, draagt bij aan de indruk dat re-enactment iets onkuis heeft. Misschien dient de overduidelijke nepheid van de rest alleen maar om haar lijden als echter over te doen komen – maar zelfs dan is dit slechts een registratie van haar lijden. En zelfs dan zijn de echte geluidsopnamen, die na haar dood op internet werden verspreid, beter in dit registreren.

Geforceerd
Waarom geen traditionele documentaire over Hind Rajab? Is re-enactment wel de juiste vorm, of alleen de meest voor de hand liggende? Wat voegt die in dit geval toe? Ik denk aan The Act of Killing (2012), de baanbrekende documentaire van Joshua Oppenheimer waar ik vaak naar terugkeer: daar is naspelen een middel om iets in gang te zetten, om dichter bij de waarheid te komen. In Ben Hania’s vorige film, Four Daughters (2023), had ik hetzelfde gevoel: re-enactment was daar een manier om de geleefde werkelijkheid van Olfa en haar twee overgebleven dochters in het verhaal te betrekken, waardoor iets werd blootgelegd dat met standaard interviewtechnieken verborgen zou blijven.

Hier verhult re-enactment de waarheid juist. Niet omdat Ben Hania onwaarheden presenteert, maar omdat ze haar film in kitsch kleedt. Dat geldt niet alleen voor de duidelijk geacteerde gepijnigde gezichtsuitdrukkingen van de acteurs, maar ook voor de geforceerde momenten die bedoeld zijn om de hypocrisie van de hedendaagse mens bloot te leggen. Denk aan de vrijwilliger van de Rode Halve Maan die zich op het toilet terugtrekt om een oorlogsspelletje te spelen ter afleiding van het echte geweervuur in Gaza.

Sluier
Ik kan dit niet met zekerheid zeggen, maar ik denk dat de keuze om geen documentaire over Hind Rajab te maken, voortkwam uit tijdgebrek. De situatie in Palestina is zo urgent dat ze om onmiddellijke actie vraagt en het naspelen van een verhaal is nou eenmaal gemakkelijker dan er een verhaal over te vertellen.

Begrijpelijk, maar juist daar schuurt het. The Voice of Hind Rajab is zelf natuurlijk vooral een toonbeeld van dit kordate handelen – toen Ben Hania de stem van het meisje op sociale media hoorde, liet ze meteen alles uit handen vallen om er een film over te maken; in minder dan anderhalf jaar was die klaar en een paar maanden later ging hij in première in Venetië, waar hij de Zilveren Leeuw won – maar ik vrees dat hij, los van de tranen die hij bij zijn publiek losmaakt, niet veel uithaalt.

Het is niet dat ik emoties per definitie wantrouw. Wel heb ik mijn vraagtekens bij sentimentaliteit, bij emoties zonder betrokkenheid. Bij emoties omwille van emoties. De stortvloed aan tranen aan het einde van de vertoning, die de kijkers meteen reinigen van wat ze zojuist hebben ervaren. In Venetië zagen we al dat de film een symbool werd voor het lijden in Palestina. De film belonen werd synoniem met het erkennen van de genocide. Juist daar schuilt het gevaar: zodra iets een symbool wordt, hebben we het er eigenlijk al niet meer over. Net zoals die re-enactment, die als een soort sluier over de werkelijkheid wordt gelegd, gaat het al snel niet meer over Hind Rajab, maar over Hind Rajab als pars pro toto. En dan gaat het niet eens meer over Palestina, maar over hoe belangrijk het is om films over de Palestijnse genocide te erkennen. Het verfilmen van de situatie, en het onderstrepen van het belang daarvan met prijzen en lofbetuigingen, wordt dan een doel op zich.

Bovenal hoop ik dat het kijken naar de film zelf geen vervanging wordt van actie, geen handeling op zich. Maar ik ben bang dat het kijken naar de film, net als de re-enactment, deel van een optreden wordt.