Boeken – 4 april 2016

Bijbel voor beginners

  • Datum 04-04-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Stienette Bosklopper en Carolien Croon

Pas afgestudeerd producent Rosan Boersma is helemaal de doelgroep waar ervaren rotten Stienette Bosklopper en Carolien Croon op mikken met De filmproducent. Handboek voor de praktijk.

Nog niet eens afgestudeerd aan de Nederlandse Film en Televisie Academie rolde ik dit voorjaar zomaar in de functie van Junior Producer bij Pieter van Huystee Film, één van Nederlands grootste documentaireproducenten. Niets kon mij meer tegenhouden: laat maar komen die filmwereld!
Nog geen twee maanden later was ik full time aan het werk en bleken de ingewikkelde projecten wel héél erg ingewikkeld en voor ik het wist regende het subsidieaanvragen, had ik een filmploeg in Iran zitten zonder filmvergunning, een prachtige film gemaakt zonder goede publiciteitsfoto’s en bleek de postproductie, ondanks al die fijne lessen aan de NFTA, één groot vraagteken voor me te zijn. Oh ja, en tussentijds moest ik ook nog eventjes afstuderen.
Mooie zinnen als ‘door schade en schande wijs worden’ en ‘je moet het toch in de praktijk leren’ konden mij deze zomer even gestolen worden. Terug naar de theorie dus maar, en wellicht dat het boek De filmproducent. Handboek voor de praktijk van Stienette Bosklopper (wolfsbergen, calimucho) en Carolien Croon (ex-directeur van de Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten) mij weer snel met beide benen op de grond kon zetten.

RPS-driehoek
Het moet gezegd: hun boek leest als de Bijbel voor de beginnende producent. De beide schrijfsters vangen aan met te stellen dat, net als waar de Filmacademie vanaf dag 1 op hamert, een goede film begint bij de ontwikkeling en samenwerking tussen producent, regisseur en scenarist. De welbekende RPS-driehoek. En dat alles eindigt, niet wanneer de film fysiek klaar is, maar pas als de film zijn werk gaat doen in de bioscoop en/of op festivals. Hoewel De filmproducent vrijwel geheel gericht is op speelfilms en kwaliteitsdrama voor de televisie, valt er ook voor de makers van documentaires genoeg te leren.
Veel wat in het boek wordt beschreven, is algemeen bekend, maar toch zie je het niet altijd terug in de praktijk. Dit geldt met name de aandacht die uit zou moeten gaan naar de postproductie en de distributie van je film. Tot mijn grote vreugde was er een geheel hoofdstuk gewijd aan de door mij zo gevreesde postproductie. Het grootste probleem is namelijk dat die voor elk project anders is. Dan wel met geluid scannen, dan weer niet, dan 16hz en dan weer 24hz geluid. En altijd verandert er tussendoor weer iets. Na het lezen bleven er dus nog zoveel vragen over dat ik er sterk over nadenk om Hans van Helden op te bellen en al mijn vragen op hem af te vuren. Hij is de ‘godfather’ op het gebied van postproductie en moet toch in staat zijn om mij eindelijk helderheid te verschaffen over dit ingewikkelde deel van het proces van filmmaken. Of is het toch echt waar dat ik eerst tig films moet hebben gemaakt, voor ik het een beetje onder de knie heb?
Ook de aandacht die uitgaat naar het belang van de festivals, zeker met betrekking tot documentaires en arthousefilms, is interessant. Zodra een film ‘af’ is, ben je alweer met nieuwe projecten bezig, maar juist voor de continuïteit van je bedrijf is het belangrijk om je films kenbaar te maken aan de (inter)nationale filmwereld.

Lef
Eens te meer blijkt dat produceren ondernemen is. Je moet gewoon een gezond bedrijf runnen. Het boek leert je over de financiering van films, maar vooral ook van je bedrijf. Waar de knelpunten en de grote gevaren zitten. Toch wil je meer weten als startende producent, meer praktische tips en voorbeeldverhalen. Het laatste hoofdstuk ‘Producenten aan het woord’ is dan ook een welkome verrassing en misschien kun je daar nog wel de meeste lering uit trekken. Een producent heeft vooral lef nodig en een grote liefde voor het maken van films. En al dat harde werken en de problemen die je tegenkomt die moet je voor lief nemen.
De ideale situatie voor het maken van een film wordt in het boek beschreven, maar mijn grote vraag is of dit allemaal wel realistisch is. Bestaat die perfecte producent die altijd tijd vrij maakt voor zijn regisseur, een luisterend oor is, met een groot relativerings- en incasseringsvermogen, die geen dankbaarheid verwacht en misschien toch wel het allerbelangrijkste: die de rekeningen op tijd betaalt en zijn bedrijf ook nog eens financieel en organisatorisch op orde heeft. Is dit allemaal haalbaar? Uit het kleine beetje ervaring dat ik heb, kan ik opmaken dat het vreselijk moeilijk is om deze ideale situatie te creëren. De filmproducent is een ideale handleiding voor beginnende producenten, voor jonge makers. Maar alle antwoorden kan het niet geven. Die moeten toch in de praktijk geleerd worden.

Rosan Boersma

De filmproducent. Handboek voor de praktijk
Stienette Bosklopper en Carolien Croon
Uitgeverij Thoeris, 260p, 39,95 euro

Fifty key British films
Sarah Barrow
2008, Routledge, 27,50 euro
Beredeneerd overzicht, met credits en verwijzingen, van vijftig legendarische Engelse films. Uitgangspunt is dat besproken films een waarachtige reflectie vormen van de tijd waarin ze gemaakt zijn, zodat we goldfinger naast ratcatcher aantreffen.

Cinematic identity. Anatomy of a problem film
Cindy Patton
2008, University of Minnesota Press, 21,50 euro
Met pinky (Elia Kazan, 1949) als uitgangspunt schetst auteur een beeld van de culturele revolutie in de Verenigde Staten aan het eind van de jaren veertig, toen begrippen als ‘ras’ en censuur van groot belang waren in de filmindustrie. Ook de opkomst van de method acteur komt aan bod.

The Pixar touch. The making of a company
David A. Price
2008, Alfred A. Knopf, 33,50 euro
Geld, zakenmannen, techniek en tenslotte nog wat film stijgen op deze biografie van de firma Pixar, dat uitgroeide van een animatie-Calimero tot de gigant die door zijn grootste concurrent werd opgekocht voor tientallen miljoenen dollars.

Beyond the frame. Dialogues with world filmmakers
Liza Béar
2008, Praeger, 34,50 euro
Zo’n zestig rijke interviews met zeer uiteenlopende regisseurs (en ook een aantal acteurs en producenten) in chronologische volgorde vanaf 1987 behandelen een heel spectrum aan onderdelen van het filmmaken en de omstandigheden waarin een film tot stand komt. Zo gelooft de producer van the battle of algiers dat het moeilijker is om een goede film te maken dan een revolutie te winnen.

Time Out film guide 2009
John Pym
2008, Time Out Group, 32,95 euro
Nieuwe editie van jaarlijks verschijnend en blijvend uitstekend naslagwerk, elk jaar met natuurlijk nieuw besproken films (in deze editie ongeveer 500) en additionele artikelen (Jonathan Rosenbaum over films over (de politiek van) George W. Bush) en overzichten (‘Movie clicks: 100 links every film lover should know’).

Reel to real. Race, class and sex at the movies
Bell Hooks
2008, Routledge, 21,50 euro
Herdruk van gevarieerde en roemruchte bundel uit 1996, waaronder ‘Whose pussy is it?’, een feministische kritiek op she’s gotta have it van Spike Lee. Cultuurkritiek, verpakt in essays over film, van interviews met Wayne Wang en Charles Burnett tot een analyse van de avant-garde.

Diva. Defiance and passion in early Italian cinema
Angela dalle Vache
2008, University of Texas Press, 33,50 euro
Zo’n zeventig films passeren de revue in deze studie naar de Italiaanse film van voor de Eerste Wereldoorlog, waarbij de diva uit Italië in een omvangrijke historische context wordt geplaatst aan de hand van een grote hoeveelheid (filosofische) geschriften en illustraties. Boek wordt geleverd met een DVD van Peter Delpeut’s diva dolorosa uit 2004.

Film. A critical introduction
Maria Pramaggiore
2008, Laurence King Publishing, 39,95 euro
In het Engelse taalgebied zijn er een aantal omvangrijke inleidingen in de filmtheorie, waaronder het onder Nederlandse filmstudenten beruchte Film art van David Bordwell. De eerste editie van het hier vermelde boek verscheen in 2005 en is nu geheel herzien. Naast het bespreken van de bouwstenen van films en een introductie in de filmanalyse wordt ruime aandacht geschonken aan de sociale en ideologische context van film.

Transfigurations. Violence, death, and masculinity in American cinema
Asbjørn Grønstad
2008, Amsterdam University Press, 29,50 euro
Tweeluik over geweld in fictiefilm bespreekt eerst een aantal (mis-)concepties over het onderwerp om vervolgens de diverse uitingsvormen van geweld in een aantal afzonderlijke films aan de kaak te stellen (scarface, the killing).

Showreel.02. 56 projects on audiovisual design
Björn Bartholdy (Red.)
2008, daab, 49,95 euro
Tweede deel in serie is indrukwekkend overzicht van allerlei vormen van korte film, van experiment tot commercial. Geïllustreerde catalogus met interviews met de makers en bijgeleverde DVD. In dezelfde serie een boek over ‘broadcast design’, ook met voorbeelden op DVD.

Samenstelling Philip Hartzuiker (theatreandfilmbooks.com).

Geschreven door