La distancia
Maffe mixer
Absurdistische heist-film waarin telepathische dwergen ‘De Afstand’ proberen te stelen. Ook al gaat het daar helemaal niet om.
Alfred Hitchcock populariseerde ooit de term MacGuffin: het ding dat in een verhaal door alle personages wordt nagejaagd en daardoor de plot op gang houdt, maar waarvan de daadwerkelijke inhoud er voor de lezer of kijker verder niet toe doet. Of het nou een koffer vol dollars is, of paperassen met atoomgeheimen, of een standbeeld van een Maltese valk: voor de toeschouwer gaat het niet om het ding zelf, maar om de jacht erop.
Sergio Caballero voert dat principe in zijn tweede lange film La distancia tot in het absurde extreme door. Voor zover de film ergens om draait, zijn dat de telekinetische en telepathische dwergen Scumek, Baransky en Vólkov, die van een naamloze performancekunstenaar de opdracht hebben gekregen om ‘De Afstand’ te stelen uit een energiecentrale ergens in Siberië. Maar daar gaat het dus niet om.
Waar het om gaat zijn de momenten. Waar de regisseur in zijn eersteling Finisterrae (winnaar van een Tiger Award op het IFFR in 2011) knipoogde naar landgenoot Buñuel, gooit hij in La distancia Tarkovski in zijn maffe mixer. Diens mystieke sfeer overheerst in de beeldschone beelden en de door Caballero zelf gecomponeerde muziek. Maar ze dienen als achtergrond voor vervreemdende, absurde momenten in een volstrekt eigen register, met een gortdroog gevoel voor humor dat laveert van koddig naar vunzig. De drie dwergen die elkaar telepathisch, in het Russisch, voor rotte vis uitmaken. Een vuurpot die, in vloeiend Japans, een haiku voordraagt. De bewaker van het complex die zich aftrekt in zijn privéverblijf, met rode pumps aan zijn voeten. Caballero gooit het op een hoop, en kijk maar wat je er mee doet.
Het resultaat is een film die, zoals de regisseur het zelf verwoordde tijdens een interview vorig jaar op IFFR, het serieuze van Stalker vermengt met de "demystificatie van het serieuze" (lees: onderbroekenlol) van films als Kung Fu Panda. Ook na de film twee keer gezien te hebben, ben ik er nog niet uit of er wel inhoud onder dat oppervlak aan hoogdravende flauwiteiten ligt. En ook niet of het erg is als dat niet zo is.
Joost Broeren