I Love Dollars (Workshop Filmkritiek)
De rode inkt van Johan van der Keuken
In I love dollars uit 1986 riep Johan van der Keuken op om fundamenteel anders na te denken over de economie. Het is een radicale film, waarvan vorm en stijl tegenwicht bieden aan de kritiekloze acceptatie van kapitalistisch gedachtegoed. Van der Keuken als voorloper van Occupy Wall Street.
Door Julius Koetsier
Misschien wel de belangrijkste bijdrage die Occupy aan het debat over economie leverde, is de introductie van nieuwe begrippen. Iedereen weet waar je het over hebt als je refereert aan ‘de 99%’ of ‘de 1%’. Alleen dat al beïnvloedt de manier waarop we denken over economie. Wie nieuwe ideeën wil introduceren, heeft nieuwe woorden nodig, wisten de Occupiërs. Johan van der Keuken probeerde in 1986 in I Love Dollars iets soortgelijks: een nieuwe beeldtaal om anders na te doen denken over economie en internationale geldstromen.
De film opent met een gokspel dat op straat gespeeld wordt. Dan volgen druk bellende beurshandelaren. De vergelijking is duidelijk. Maar Van der Keukens montages is niet altijd zo eenvoudig te duiden. Hij had de gewoonte om interviews te verknippen met shots van schijnbaar arbitraire zaken. Terwijl we iemand horen spreken, zien we een paaltje of een besneeuwde weg. Soms toont hij langdurig situaties die niet relevant lijken in een film over geld: dansende mensen op straat in New York, schaatsers in Amsterdam. Losjes gefilmd met de camera in de hand. Maar Van der Keuken wil niet in de eerste plaats inzicht verschaffen in de werking van de economie.
De meeste politieke documentaires proberen heldere uitleg te geven over hun onderwerp, compleet met grafieken en animaties. Van der Keuken zoekt juist naar de onduidelijkheid, naar de verwarring, naar de afstand tussen de haves en de have nots en de scheidingen tussen die twee groepen. Concrete feiten en cijfers worden door de experts die hij interviewt zelden genoemd; ze blijven over geld spreken als iets magisch. "Het enige onderwerp waarvoor je mensen ’s nachts wakker kan bellen" noemt een handelaar het. Een ander verliest zich in een metafoor waarin hij geld met bloed vergelijkt. Met zulke vage, poëtische omschrijvingen onthouden ze zich van verantwoordelijkheid, alsof zo’n mythologisering ze aan de macht houdt.
De rijkdom van de één gaat nou eenmaal ten koste van de ander, horen we. Uit die acceptatie spreekt de aanname dat het kapitalisme het enige economische systeem is waarbinnen wij kunnen functioneren. Alsof het geen menselijke uitvinding betreft, maar een natuurlijke orde. Tegenover die mythologisering staan de hyperconcrete verhalen van mensen die nauwelijks invloed hebben op de economie. Een werkeloos Amerikaans meisje beklaagt zich over haar situatie, een arbeider in Hongkong vertelt over het eten dat hij voor zijn gezin koopt. Waarom deze mensen zo lang aan het woord laten? Omdat zij niet minder te zeggen hebben dan de autoriteiten. Door de machthebbers en de machtelozen op dezelfde wijze te benaderen, protesteert Van der Keuken tegen de ongelijkheid in representatie die er in de meeste documentaires bestaat. Waarom luisteren we naar de autoriteiten, als ze ons niet meer kunnen vertellen dan de man op straat? Door deze mensen te portretteren creëert Van der Keuken gelijkheid tussen de groepen die nu bekendstaan als de 1% en de 99%.
De Marxistische filosoof Slavoj Žižek sprak in 2011 op Occupy Wall Street, en vertelde daar een grap uit de DDR, over een man die van Oost-Duitsland naar Siberië wordt gestuurd om te werken. Hij weet dat al zijn post voor die het land verlaat gelezen zal worden door censors, dus hij maakt een afspraak met zijn Oost-Duitse vrienden: wat hij in blauwe inkt schrijft is de waarheid, wat hij in rode inkt schrijft niet. Na een maand ontvangen de vrienden een brief, geschreven in het blauw: "Het is hier geweldig. De winkels liggen vol met goed eten. De huizen zijn groot en luxueus. Het enige dat je hier niet kunt krijgen, is rode inkt." Žižek stelt dat we in het kapitalistische systeem ook zo leven. We voelen ons vrij, omdat we niet de taal hebben om ons gebrek aan vrijheid uit te drukken. We hebben rode inkt nodig.
In discussies wordt vaak de dooddoener gebruikt dat het kapitalisme weliswaar niet ideaal is, maar nu eenmaal het best mogelijke systeem. We kunnen manieren bedenken om de werking van het kapitalisme te verbeteren, maar we denken er niet búiten. Wat we nodig hebben voor echte verbetering, is een andere denkwijze. I Love Dollars biedt daartoe een aanzet. Door niet mee te doen aan de conventies, dwingt de film ons naar nieuwe manieren te zoeken om na te denken over de economie. Daarmee loopt de film nog steeds voor op de discussie. Van der Keuken schept een nieuwe wereld, waarin de stem van de werkloze net zo duidelijk gehoord wordt als die van de bankier. Waarin de autoriteiten niet méér gelijk hebben dan anderen, en titels niet ter zake doen. Hij werkt met rode inkt.