PEEPING TOM

Moord en oogopslag

De camera als moordwapen

In de dagen van reality-tv, docu-soap, soap-docu en real life soap hebben de meeste film- en televisiekijkers zich braaf in hun rol als voyeur laten voegen. We schamen ons niet meer voor onze perversiteiten. De klassieke gluurdersfilm Peeping Tom laat ons lachen, griezelen en nadenken over ons kijkgedrag.

Terwijl ik dit schrijf zendt Veronica de eerste aflevering van de real life soap ‘Big Brother’ uit. Negen personen laten zich honderd dagen opsluiten en door ons bekijken. De programmamakers anticiperen op ruzie, seksuele intriges en jaloezie en 24 camera’s staan standby om dat 24 uur per dag te registreren. De afgelopen maanden is het programma in de media luidruchtig bekritiseerd, misschien wel iets te luidruchtig.
Want hoe groter onze morele bezwaren, hoe minder aandacht we hoeven besteden aan het feit dat we het wel lekker vinden om naar anderen te kijken, om nog maar niet te spreken over het feit dat de gemiddelde nieuwbouwwijk in Nederland al lang een mega-Big Brother-complex is. De doorzonrijtjeshuizen, met hun grote vensterruiten en altijd geopende gordijnen laten er geen twijfel over bestaan dat wat hun bewoners doen door de beugel kan: eten, stofzuigen, een kuise kus bij het slapengaan en heel veel televisiekijken. Naar de keurige levens van anderen. En daar kijken we graag naar. Vooral omdat we hopen dat er onverhoopt iets gebeurt wat appelleert aan onze ranzigste instincten: seksuele uitspattingen, doodslag, gekonkel.
Dat alle filmkijkers voyeurs zijn, is inherent aan de filmkunst. Zelfs als we soms heel ver gaan in het binnendringen in de levens van onze verhaalhelden. Veel films gaan ook daar weer over (denk maar aan het recente Following van Christopher Nolan). Maar dat we als toeschouwer ook medeplichtig kunnen zijn aan wat we zien (of worden gemaakt zoals in Michael Haneke’s Funny games) is nooit pregnanter verbeeld dan in de klassieker Peeping Tom (Michael Powell, 1960).
De film was twee jaar geleden te zien tijdens het Filmfestival Rotterdam, als onderdeel van het programma ‘The cruel machine’ en wordt nu door het Filmmuseum in een beperkt roulement heruitgebracht. Waarom? Moet er altijd een reden zijn om naar een goede film te gaan kijken?

Proefkonijn
Vanaf het moment dat Peeping Tom in 1960 met afgrijzen werd ontvangen, totdat Martin Scorsese de film twintig jaar later herontdekte, is hij gebruikt om elke mogelijke opvatting over kijken, je laten bekijken en bekeken worden (wat een verschil is) te staven. Hoewel het scenario vrij rechtlijnig is in z’n freudiaanse duiding van het wezen van de voyeur, is de film in z’n uitwerking gelukkig ook ambivalent genoeg om meerdere interpretaties toe te laten.
De eerste recensenten van de film waren vooral gechoqueerd over het feit dat Powell zo nietsontziend (en amoralistisch) gruwelijke en wrede gebeurtenissen tot leven wist te wekken.
Om het geheugen op te frissen: Peeping Tom vertelt het verhaal van de gefrustreerde en getraumatiseerde, maar zachtaardige fotograaf Mark, die door zijn vader, een gedragsbioloog die onderzoek deed naar angst, veelvuldig als proefkonijn werd gebruikt, terwijl zijn reacties op film werden vastgelegd. Volwassen geworden kan hij zijn gevoelens alleen maar uiten (en tegelijkertijd zijn verleden verwerken) door zijn vaders gedrag te immiteren. Hij begint vrouwen te vermoorden en legt hun laatste, van schrik vertrokken oogopslag op film vast. De camera is daarbij letterlijk een moordwapen gevonden.
Martin Scorsese roemde de manier waarop techniek en thema in de film verweven zijn. Volgens hem is Peeping Tom de beste film over filmmaken aller tijden, waarbij de camera als agressor en het object als slachtoffer worden afgebeeld.

Beleefde psychopaat
Er is altijd een eerste keer dat je een film ziet, en in dit geval was dat een Duits nagesynchroniseerde versie midden in de nacht. Peeping Tom was mij dan ook vooral als een ijzersterke griezelfilm bijgebleven. Want hoewel al vrij snel duidelijk wordt hoe de vork in de steel zit (Karlheinz Böhm is met z’n licht Duitse accent ook zó’n beleefde psychopaat dat je wel het ergste moet vermoeden), is de spanning van de film magnifiek opgebouwd tot en met een gruwelijk en toch nog onverwacht einde. Briljant zijn de moordscènes die we beurtelings door het oog van Marks camera, vanuit een objectief perspectief of zonder geluid op een filmdoek geprojecteerd zien. Geluid en muziek, kleur en zwart-wit spelen hierbij een belangrijke rol.
Maar wat is de film ook humoristisch! "What paper are you from?" vraagt een agent als Mark filmend op de plaats delict wordt aangetroffen. "The observer." En wat is het leuk om nu te weten dat de wrede vaderrol wordt vertolkt door Michael Powell zelf.
Zo zit de film vol dubbelzinnigheden over het verbond tussen regisseur en toeschouwer, waarvan een goede film het contract is. Peeping Tom laat ons lachen, griezelen en nadenken over ons kijkgedrag. Want het is niet de vraag of je alles moet filmen, maar of je alles moet bekijken die beklijft. Hoofdpersoon Mark neemt een beslissing en daagt de toeschouwer uit die te motiveren.

Dana Linssen