KUNDUN

Controverse rondom een kijkdoos

  • Datum 03-12-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films KUNDUN
  • Regie
    Martin Scorsese
    Te zien vanaf
    01-01-1997
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Bewondering leidt tot exotisme

Het heeft lang geduurd voordat Martin Scorsese’s Kundun Nederland heeft bereikt. De reden is dat weinig distributeurs brood zagen in de film. Onbegrijpelijk is dat niet, want Kundun is een vorm van spiritueel exotisme dat alleen doorgewinterde fans van de Dalai Lama tot opwinding zal brengen.

De vrienden van het universele gezinsleven schrokken zich vorig jaar te pletter. Disney dacht met Kundun een prestigeproject te hebben gefinancierd waarmee zij hun imago artistiek konden oppoetsen, maar het resultaat was een hoogoplopend conflict met de Chinezen. De communistische autoriteiten bleken zich hevig te storen aan Martin Scorsese’s biografische film over de Dalai Lama. Het conflict kwam ongelegen, want Disney voerde sinds enige tijd besprekingen met hen over de openstelling van de Chinese markt voor Mickey Mouse en consorten. Als de film zou worden uitgebracht, zo dreigden de Chinezen, kon Disney haar visioenen over een miljard Chinezen die zich aan Aladdin vergapen tot in lengte van dagen vergeten. Wat volgde was een staaltje crisismanagement, waarin Disney’s topman Michael Eisner de Houdini-taak had om Disney’s morele geloofwaardigheid overeind te houden én de Chinezen te kalmeren. Het resultaat was een schaamteloos televisie-interview dat elke ouder aan zijn kinderen zou moeten laten zien, voordat er weer een Disneyvideo in de recorder verdwijnt. Films, zo betoogde Eisner, betekenen in Amerika niets. Ze krijgen zes seconden publicitaire aandacht en zijn vervolgens na drie weken weer vergeten. In de weken na het interview deed Eisner er alles aan om zijn woorden tot waarheid te maken. Op Kerstmis 1997 bracht Disney de film vrijwel zonder publiciteit in twee (!) bioscopen uit. Of de Chinezen genoegen hebben genomen met dit laffe staaltje kruiperij is onbekend, wel is zeker dat Scorsese zich zwaar geschoffeerd en in de steek gelaten voelde. Scorsese’s volgende film zal geen Disney-film zijn.

Geen massapubliek
Het ironische van de Chinese opwinding is dat het de aandacht op een film vestigde die anders tamelijk onopgemerkt gepasseerd zou zijn. Het ruim twee uur durende Kundun is namelijk voor Hollywoodbegrippen een hoogst uitzonderlijke film, die anders dan Annauds Seven years in Tibet geen massapubliek zal trekken. Er is vrijwel geen plot, er zijn geen sterren maar non-professionele acteurs en bijna de helft van de film bestaat uit een nauwkeurige reconstructie van de Tibetaanse boeddhistische rituelen. De film volgt het leven van Tenzin Gyatso, die in 1937 als tweejarige jongetje als de veertiende reïncarnatie van de Dalai Lama werd ‘ontdekt’, waarna hij in het heilige klooster in Lhasa door monniken werd voorbereid op zijn toekomst van spiritueel en werelds leider van Tibet. Zijn bewind was van korte duur, want twee jaar na zijn installatie als leider, ‘bevrijdde’ het Chinese leger in 1950 het Tibetaanse volk van zijn ‘theocratische overheersing’. Pogingen van de Dalai Lama om met de Chinese bezetters tot een vergelijk te komen, strandden op de ijzeren wil van de Chinezen om Tibet als Chinese provincie aan hun communistische imperium toe te voegen. Een beroep op de Verenigde Naties voor bijstand werd niet gehonoreerd. In 1959 vluchtte de Dalai Lama naar India, waar hij sindsdien in ballingschap verblijft.

Stofbrillen
Scorsese bedient zich in Kundun, die in Marokko werd gedraaid, van een gedurfde aanpak, die niet zonder gebreken is. De fotografie is schitterend: het felle geel en rood van de monniken en de majestueuze landschapsopnamen zorgen voor een spetterend kleurenspektakel. Scorsese’s uitstekende oog voor details in de boeddhistische rituelen doet denken aan zijn film The age of innocence, waarin hij even trefzeker de geritualiseerde omgangsvormen van de elite in de Amerikaanse samenleving van rond de eeuwwisseling vastlegde. Kundun heeft echter een paar grote problemen, die voortkomen uit Scorsese’s bewondering voor de Dalai Lama, die het script ter goedkeuring kreeg voorgelegd. Dat er een heiligenverhaal is ontstaan over een man, die grossiert in wijsheden en geen twijfel of angsten schijnt te kennen, valt nog wel te accepteren. Ook het (valse) beeld van het Tibet van voor de Chinese bezetting als een harmonieuze natie, waarin het hele volk achter de Dalai Lama stond, is te overkomen. Een fundamenteler probleem is de oppervlakkigheid van de film. De boeddhistische rituelen worden, zoals gezegd, schitterend in beeld gebracht, maar over de betekenis ervan en de spirituele wereld erachter, komen we niets te weten. Het resultaat is een vorm van spiritueel exotisme, dat nog eens wordt versterkt door Scorsese’s bijna dwangmatige behoefte aan esthetisering, die de kijker emotioneel op afstand houdt. Een groep vermoorde monniken ligt zo choreografisch fraai geordend op de grond, dat het beeld verwordt tot een kleurige abstracte compositie. Ook het Chinese leger, dat Tibet komt binnengemarcheerd met prachtige stofbrillen op en in grauwe uniformen die perfect passen bij het droge landschap, levert vooral oogstrelende beelden op.
Scorsese heeft als hommage aan de Dalai Lama een sjieke film willen maken. Het resultaat is een schitterende, ouderwetse kijkdoos.

Jos van der Burg