GHOST DOG: THE WAY OF THE SAMURAI

Moord via een afvoerputje

Amerikaanse samoerai (Forest Whitaker)

Na de western Dead man heeft Jim Jarmusch opnieuw een film gemaakt die lonkt naar klassieke filmgenres. Ghost dog: the way of the samurai is een eerbetoon aan de Japanse yakuza-film en een parodie op Italiaanse gangsterfilms.

Ghost Dog draagt witte handschoentjes als hij op pad gaat. Met chirurgische precisie steelt hij een auto of maakt hij zijn wapen schoon. Iedere beweging is gecontroleerd; zonder een aarzeling vermoordt hij zijn slachtoffers. Zijn enige vrienden zijn de duiven met wie hij op het dak van een huis woont. Zijn opdrachtgevers kunnen slechts contact met hem krijgen door de berichten te beantwoorden die hij per postduif verstuurt.
Forest Whitaker, die de rol van Ghost Dog speelt, heeft goed gekeken naar Alain Delon in Le samurai. Maar nog sterker doet hij denken aan een van de supercoole yakuza’s uit Branded to kill, Tokyo drifter of een van de andere, even poëtische als absurde gangsterfilm van Seijun Suzuki. Eén moordaanslag is zelfs rechtstreeks ontleend aan diens Branded to kill (1967). Net als Jo Shishido schiet Ghost Dog een van zijn tegenstanders dood door het afvoerputje van een wasbak. Regisseur Jim Jarmusch steekt zijn bewondering voor Suzuki niet onder stoelen of banken, maar dweept in zijn nieuwste film iets te nadrukkelijk met zijn liefde voor Japanse film en cultuur. Ghost Dog heeft het handboek voor de samoerai tot zijn bijbel gemaakt, en Jarmusch strooit de leefregels voor de samoerai vervolgens wel erg kwistig door de film.
Ook wilde Jarmusch in zijn film nog een hommage brengen aan Kurosawa, zodat hij de verhalenbundel ‘Rashomon’ (de basis van Kurosawa’s gelijknamige filmklassieker) door de film slingert zonder dat die referentie steek houdt. De momenten dat Whitaker op het dak wierookvaatjes aansteekt en met een groot samoeraizwaard oefeningen doet, komen onbedoeld lachwekkend over.

IJsverkoper
Jarmusch heeft voor de film uit vele vaatjes getapt, maar doseert zijn enthousiasme niet altijd even goed. Behalve de vele verwijzingen naar de Japanse film en cultuur, is Ghost Dog ook een parodie op de maffiafilms waarin hij bejaarde, schor sprekende Italianen afschildert als seniele fossielen, die alleen maar naar tekenfilms op televisie kijken.
Ghost Dog is ondanks een paar uitglijders een geslaagde gangsterparodie, waarin Jarmusch elementen uit de Japanse cinema op originele en geestige wijze naar zijn hand zet. Zo is het bijvoorbeeld al een fraai staaltje van cultuurvermenging dat deze would-be samoerai gespeeld wordt door de massieve zwarte acteur Forest Whitaker.
Ghost Dog: the way of the samurai bevat ook nog een aantal typische Jarmusch-personages, zoals een Haïtiaanse ijsverkoper en een nieuwsgierig negermeisje dat met Ghost Dog over literatuur praat. Het zijn de kleurrijke bijfiguren die de film de anekdotische signatuur geeft die kenmerkend is voor veel van Jarmusch’ eerdere werk. Toch blijft Ghost Dog een bijzonder strak vertelde film en ademt hij dezelfde beheersing die de leefregels uit ‘The way of the samurai’ voorschrijven. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan het charismatische spel van acteur Forest Whitaker. Hij dwingt alleen al enorm respect af door op de lome beats van hiphopband RZA eenzaam door de straat te sjokken.

Pieter Bots