Fixed Bayonets

Overleven in Samuel Fullers hel

  • Datum 12-09-2018
  • Auteur Ivo De Kock
  • Deel dit artikel

“Wanneer je niet van Sam Fullers films houdt, dan hou je gewoon niet van cinema”, wist Martin Scorsese. Als bewijsmateriaal geldt de blu-ray restauratie van Fixed Bayonets, een oorlogsfilm waarmee de actiefilmer heroïsme doorprikt.

‘In Fixed Bayonets is het belangrijkste motief voor actie overleven en niet heroïek’, schrijft Samuel Fuller (1912-1997) in zijn autobiografie A Third Face. ‘Ik wilde de futiliteit van militaire gevechten en het tragische menselijke verlies onderstrepen.’ De maker van The Steel Helmet, Merrill’s Marauders en The Big Red One die stelde “film is een slagveld”, was als ex-soldaat geobsedeerd door de zinloosheid van oorlog en het heldendom dat Hollywood eraan verbond. De onafhankelijke cineast streefde als verhalenverteller emotioneel realisme na. “Het leven is in kleur maar zwart-wit is veel realistischer”, antwoordde Fuller toen hem werd gevraagd waarom zijn zwart-witte Koreaverhaal Fixed Bayonets zo’n nazinderende mokerslag is.

“Een film van Fuller is meteen herkenbaar”, zegt criticus Frank Lafond in het bonusmateriaal van de blu-ray. Dat klopt. De rauwe energie die van het scherm spat, de onvoorspelbaarheid van het verhaal, de nerveuze camerabewegingen, de excentrieke personages, de afwisseling van lange takes en snelle montage: vintage Fuller is 100 procent herkenbaar. Het is de handtekening van iemand die een directe emotionele impact nastreeft, die wil verrassen en entertainen, die een waarheid tracht te onthullen en probeert “to grab audiences by the balls!” In 1952 kreeg regisseur-scenarist Fuller van Fox-baas Darryl Zanuck creatieve ruimte en voldoende budget voor een film over een militaire zelfmoordmissie. Fixed Bayonets volgt een peloton dat bij de Noord-Koreaanse opmars geïsoleerd achterblijft om de aftocht van hun eenheid te dekken.

Fuller toont geen lang uitgesponnen gevechten maar korte geweldexplosies en duikt vooral in het lichaam en de geest van de soldaten. Daarbij heeft hij oog voor fysieke uitputting en mentaal lijden. Maar ook voor verveling, angst en twijfel. Oorlog is voor Fuller een afwisseling van lange wachtperiodes en korte geweldserupties. De dood komt uit het niets en is verbonden met toeval. Zo wordt een soldaat in een ‘veilige’ grot fataal getroffen door een weerkaatsende kogel. Oorlog voeren is constant balanceren op een dunne lijn tussen leven en dood. Een dode bewaart zijn gelaatsuitdrukking en blik waardoor het besef van zijn overlijden maar met vertraging doorsijpelt.

Terwijl een korporaal worstelt met angst voor verantwoordelijkheid, ontdekken anderen de zinloosheid van heroïek. Bij een poging een gewonde kameraad te redden sterft een soldaat terwijl een andere alleen een stoffelijk overschot terugbrengt. “Voor het Amerikaanse leger was deze blik op oorlog vanuit soldatenstandpunt te somber, te begaan met de slachtoffers en te respectvol voor de vijand”, aldus Lafond, “maar bij het publiek sloeg hij aan.”