Elle s’en va

Op de achterbank

Kijken naar Catherine Deneuve is puur genot. In Elle s’en va is ze even soeverein als frivool.

Door Sasja Koetsier

‘Ik ben zo terug’, zegt zestiger Bettie terwijl ze wegbeent uit de keuken van het familierestaurant dat ze runt. Maar ze komt niet terug. Ze gaat weg van een minnaar die haar niet respecteert, een moeder die zich te veel met haar leven bemoeit en leveranciers bij wie ze in het krijt staat.
Filmmaker Emmanuelle Bercot schreef het script van Elle s’en va simpelweg omdat ze een film wilde maken met Catherine Deneuve. Dat laatste is altijd een goed idee, want kijken naar Deneuve is puur genot. Leeftijd is bij haar vloeibaar: de ene tel is ze een respectabele dame, de volgende een verbaasd kind. Dat past volkomen bij het complexe karakter van Bettie, die even soeverein als frivool is, even passief als eigenzinnig.
Maar Elle s’en va dankt zijn charme niet alleen maar aan Deneuve. Bercot werkte met een klein budget en een cast die verder grotendeels uit niet-professionals bestaat. Zij geven glansrijk gestalte aan de kleurrijke types die Bettie op haar vlucht ontmoet. Het zijn bijna documentaire uitstapjes, die tegenwicht bieden aan een plot die in rechtlijnige vorm nogal gezocht zou zijn; met een verloren kleinzoon als onverwachte reisgenoot, een terugkeer naar een vermeden episode uit het verleden, en de beloning van de liefde. Maar eigenlijk valt dat pas achteraf op, want tijdens de rit blijft het uitstekend toeven bij Bettie op de achterbank. Dat gevoel heeft te maken met de cinematografie, waarin veel aandacht is voor details, en met het geluid, dat de omgeving krachtig oproept. Die omgeving is er een die je niet vaak ziet in films, maar wel onmiddellijk herkent als je ooit per auto door Frankrijk hebt gereisd. De lethargie van een zondag op het Franse platteland is sinds Dumonts La vie de Jésus waarschijnlijk niet meer zo treffend verbeeld.