Bittersweet

Schaduwboksen op topniveau

Welkom in de doorgaans niet erg zichtbare wereld van het vrouwenboksen, waarin oud-(kick)bokskampioen Lucia Rijker de Australische Diana Prazak voorbereidt op het wereldkampioenschap.

De boksfilm — tja, de boksfilm. Daar kan toch maar zoveel in gebeuren? Een bokser leeft en traint voor een wedstrijd, en dan wint hij. Of hij verliest. De weg ernaartoe is uiteraard bezaaid met complicaties en onzekerheden en als mantra dienstdoende oneliners, de onvermijdelijke peptalk van de coach. Verfrissend aan de documentaire Bittersweet is dat bokser en trainer hier allebei vrouw zijn. En omdat het geen fictiefilm is, voelde niemand de behoefte deze vrouwen een zachtzoet, onschadelijk uiterlijk of innerlijk mee te geven.
Bittersweet volgt de Australische bokser Diana Prazak in de trainingsweken voor haar gevecht met de Zweedse wereldkampioen Frida Wallberg. Prazak wordt getraind door de Nederlandse Lucia Rijker, meervoudig (kick)bokskampioen (het filmpubliek kent haar van haar rol als gemene tegenstander in Clint Eastwoods Million Dollar Baby; het tv-publiek van Sterren springen).
Het is een mooi duo, Prazak en Rijker. Rijker is een strenge maar rechtvaardige coach (vaak in beeld met haar aangeklede hondje op schoot), Prazak een hoekige bonk van een vrouw met een verrassend zachtaardig karakter. De rolverdeling is helder: Rijker is de meester/moeder die zich allang bewezen heeft, Prazak de ambitieuze en aanbiddende leerling/dochter, iemand in de sponsorloze sub-top die voorlopig nog even onopgemerkt over straat kan.
Prazak wordt soms zo door angst en onzekerheid overvallen dat ze het te kwaad krijgt. Angst om klappen te krijgen? Nee, om niet op tijd genoeg gewicht te verliezen, en vooral om überhaupt te verliezen. Mooi is haar shadow boxing: het oefenvechten zonder tegenstander in imposante vechtsequenties, maar ook haar strijd tegen onzekerheden en de moed die ze zichzelf hardop inpraat. De coach moedigt onvermoeibaar aan, maakt grapjes en doet zelfs Boeddhistische chanting-sessies om de boel wat te relativeren. De kijker weet meer dan Prazak: tijdens de openingstitels wordt er al gehint naar een mogelijk desastreus einde van de wedstrijd, en de beelden en interviews ten tijde van de trainingsperiode worden afgewisseld met beelden van het uiteindelijke gevecht. Vooral naar het einde van de film is dat bijna onhoudbaar spannend, om niet te zeggen: eng.
Van uitspraken als "We gaan voor de knock-out" of het aan de muur van de trainingsruimte hangende ‘Everybody’s got a game plan ‘till they get punched in the face’ (een citaat van Mike Tyson, tevens het motto van de film) zal niet iedereen warm worden. Zeker niet als je behoort tot het deel van de mensheid dat geen zin heeft om sport als (sleutel tot) het leven zelf op te vatten. Gelukkig houden de wonderlijke boksvriendschap, de ontwapenende Prazak en de zorgvuldig opgebouwde spanning je wakker in dit regiedebuut, dat nog voor zijn Nederlandse première al een paar buitenlandse publieksprijzen in de wacht sleepte.

Janna Reinsma