Op ooghoogte #26

Rondreis in rood

Mark Cousins (The Story of Film en A Story of Children and Film) schrijft voor de Filmkrant over film- en beeld­associaties. Deze maand maakt hij met zijn ogen een rondreis door Late Autumn, een van de gerestaureerde kleurenfilms van Yasujiro Ozo die in EYE te zien is.

De films van de Japanse grootmeester Yasujiro Ozu worden al decennialang door filmliefhebbers bewonderd. Zowel het British Film Institute als Wim Wenders beweerden dat hij de grootste filmmaker — misschien zelfs de grootste kunstenaar — van de twintigste eeuw was. Zelf heb ik bij gelegenheid zijn beelden met de schilderijen van Pablo Picasso vergeleken.
Wat vonden we er zo bijzonder aan? De mildheid van zijn verhalen over ouders en kinderen, de balans tussen hoop en teleurstelling. En we hielden van de uitzonderlijke sereniteit van zijn beelden: kaders binnen kaders, gecentreerde gezichten en lichamen, stillevens van stomende waterketels of de was aan de lijn, fabrieksschoorstenen in het gelid als de vazen in een schilderij van de Italiaanse schilder Giorgio Morandi.
De beelden van zijn beroemdste films zijn in zwart-wit, of beter gezegd: in grijstinten, maar toen kwamen de late films van Ozu en die waren in kleur! Toen kleur zijn intrede deed in Hollywood en Bollywood, in de commercieelste van de mondiale filmindustrieën, bracht dat bravoure, melodrama, visuele extravagantie.
Deed het hetzelfde met Ozu?
Verre van, zoals dit beeld uit zijn film Late Autumn uit 1960 laat zien. Zoals zo vaak in zijn films bevindt de camera zich dicht bij de grond. Nu het beeld echter in kleur is, krijgen de rode bloemen bij het hekje aan de linkerkant opeens veel meer nadruk. Ze doen wel een beetje denken aan de rode bloemen bij het witte hekje in Blue Velvet van David Lynch. Maar terwijl de kleur rood bij Lynch wildheid, fetisjisme en seksuele excessen oproept, is alles in het beeld van Ozu veel geordender en uitgebalanceerder. Bovendien is er naast het rood nog een tweede hoofdkleur, het blauwgroen van de lucht, de schutting op de achtergrond, en het huis in de schaduw aan de rechterkant van het beeld. Primaire kleuren in balans. Onze ogen bewegen van het rood van de bloemen naar het rood van het grote straatbord en dan naar het rood van het kleinere straatbord op de tweede electriciteitsmast. Door het gebruik van lange lenzen lijkt het alsof ze zich op hetzelfde visuele level bevinden. Ozu hield van dat soort vlakheid. Hij gebruikte nooit groothoeklenzen die perspectivische effecten gaven. Als je daar even over nadenkt, realiseer je je dat kleur aan die vlakheid bijdraagt. Er is geen ‘ver’ rood hier. Alle roden zijn rood en dragen bij aan het oppervlakte-effect.
Daarna spiralen onze ogen naar de roden van de meisjes — de jurk van degene rechts en de tas van degene in het midden. En vanaf daar zijn we weer terug bij de bloemen. Een visuele rondreis in rood.
Niet alleen ondermijnde kleur de visuele patronen in Ozu’s films niet, het droeg er juist toe bij. Ze kregen er meer textuur door. De kleuren nemen onze ogen mee voor een wandeling door het beeld, weerstreven de zuigkracht van het verhaal, een aantrekkingskracht die ons juist vaak voorbíj het beeld trekt, naar de plot. Deze spanning tussen oppervlakte en verhaal staat centraal in Ozu’s films. Kleur versterkte die spanning.

Mark Cousins | twitter @markcousinsfilm

Geschreven door Mark Cousins