Boeken: Liever lui dan moe
Het nut van nutteloosheid
Somewhere
Vervelen is een noodzakelijke bezigheid, betoogt Johannes De Breuker in dit bedachtzame boek, waarin hij troost vindt bij filmmakers die het verbeelden van verveling hebben verheven tot een kunstvorm.
Kinderen vervelen zich altijd eerst voordat ze beginnen te spelen. Dat is bijna een natuurwet. Momenten van verveling leiden ook bij volwassenen tot inspiratie, misschien wel omdat de kinderlijke verbeeldingskracht dan wordt aangewakkerd.
Auteur, redacteur en curator Johannes De Breuker omschrijft in Liever lui dan moe: zoeken naar verveling in een wereld vol afleiding hoezeer we vervelen zijn afgeleerd. “We lopen niet langer over wolken, maar zitten met ons hoofd in de cloud”, schrijft hij. We zijn gewend geraakt om saaie momenten te doden door te doemscrollen op onze smartphones. Elke potentieel contemplatieve gelegenheid wordt op die manier de kop ingedrukt.
De Breuker illustreert hoe ook hij een slaaf wordt van zijn smartphone. Na de geboorte van zijn tweede kind in 2024 is hij doodop. De oorzaak? Hij kijkt te veel op zijn scherm. De Vlaming besluit “de regie over zijn vrije tijd” weer in handen te nemen. Bijvoorbeeld door te skateboarden en basgitaar te spelen. “Mijn dagen waren leger, maar mijn leven was voller.” De Breuker spiegelt deze openbaring in zijn boek aan filmmakers die in hun werk manifesteren hoe troostrijk en waardevol verveling kan zijn. En hoe het betere mensen van ons maakt.
Neem bijvoorbeeld Columbus (2017) van Kogonada, over de opbloeiende vriendschap tussen twee dolende zielen. Een mijmerende rondreis langs de wonderlijke architectuur van het Amerikaans Colombus, Ohio en de schoonheid van het alledaagse. Kogonada “manipuleert onze blik niet, maar activeert hem”, schrijft De Breuker. Kogonada’s cinema is volgens de auteur “een cinema waarin blikken blijven hangen en mogen afdwalen. Waar tussenmomenten essentieel zijn. Waar tijd en plaats belangrijker zijn dan het verhaal”.
Op kalme en bedachtzame wijze legt De Breuker aan de hand van de films uit hoe hij in het dagelijks leven baat heeft bij verveling. Waar hij uiteindelijk naartoe wil is evident: het alledaagse op een voetstuk plaatsen. Maar net als de films die hij bespreekt draait zijn boek niet om een eenduidig doel, maar om de omzwervingen op de weg daarnaartoe.
Zie ook “de slopende ennui” in het oeuvre van Sofia Coppola. In Somewhere (2010) verblijft acteur Johnny Marco in het decadente Chateau Marmont. Coppola legt in de film de nadruk op “de nutteloze momenten” uit Marco’s leven. Zoals wanneer we hem op zijn hotelkamer zien slapen, omringd door strippers – “een snijpunt van verveling en verstrooiing”, in de woorden van De Breuker. We hebben in ons dagelijks leven de neiging om die momenten “door te spoelen”, schrijft hij.
Als ander voorbeeld noemt de auteur hoe filmproducent David O. Selznick in 1953 Stazione termini van Vittorio De Sica inkortte voor de Amerikaanse markt. Terwijl het juist de door Selznick verwijderde “afdwalingen” zijn die de film zo interessant maken.

Prikkels
Het ligt voor de hand dat De Breuker uiteindelijk terechtkomt bij meditatieve maestro’s als Yasujiro Ozu, Kelly Reichardt en Wim Wenders. Reichardt is in de ogen van de Vlaming een cineast die verwachtingen “weigert in te lossen”. Haar films zijn volgens hem vergelijkbaar met “naar de radio luisteren in de auto terwijl de omgeving buiten constant verandert”.
Verderop in het boek citeert De Breuker verslavingsexpert Anna Lembke die zegt: “We zijn vergeten hoe we alleen kunnen zijn met onze gedachten.” Het lezen van Liever lui dan moe helpt om je dat weer te herinneren. De Breuker verleidt de lezer te reflecteren op de romantiek van nietsdoen; van dagdromen. Om te sparren met je eigen overpeinzingen.
Over Wenders’ Perfect Days (2023) schrijft De Breuker dat het drama draait om “een gewone held die berusting en tevredenheid vindt in een rusteloze wereld”. Om de verveling te omarmen, moet je in deze moderne tijd vol technische snufjes echter wel een vastberaden karakter hebben. Een beetje zoals Jacques Tati in zijn komedies, die laten zien “wat er gebeurt als je niet in de vooruitgangsmachine stapt”, aldus de auteur.
Dat ouders van nu de schermtijd van hun kinderen inperken en buiten spelen ferm aanmoedigen, is begrijpelijk. Leven zonder de noodzaak om altijd maar bereikbaar te zijn en de prikkels die daarmee gepaard gaan zou een mensenrecht moeten zijn. Voor De Breuker sorteerde die levenshouding in ieder geval een louterend effect: “Ik stond niet langer ‘aan’ voor de wereld, ik stond ervoor open.”
Liever lui dan moe: zoeken naar verveling in een wereld vol afleiding Johannes De Breuker | 2026, Flaneur, Antwerpen | 161 pagina’s | € 22,50