Boeken – 31 maart 2016
Pedro Almodóvar
Pedro Almodóvar
‘Ook al ben ik een sekssymbool, ik ben best wel evenwichtig’, meldt het vrolijke pornosterretje Patty Diphusa ergens in het begin van haar ‘autobiografie’. Ze heeft dan in een enkele nacht al aardig wat meegemaakt. Ze heeft teveel gedronken op de opening van een expositie van Algerijnse avant-gardekunst in Madrid. Ze is op straat verkracht en toegetakeld door twee psychopaten en ze is daarna opgevangen en getroost door een jonge maagdelijke voorbijganger. Voor hem vat Patty tijdens de vanzelfsprekende vrijpartij een diepe liefde op, maar de volgende dag blijkt hij een homoseksueel te zijn met een vaste relatie.
De Spaanse regisseur Pedro Almodóvar houdt in zijn films niet zo van matigheid, en als schrijver drijft hij de dingen ook graag wat verder door. Zijn creatie ‘Patty Diphusa’ is volgens haar auteur een beetje Holly Golightly, een beetje de vroege Divine, een beetje Lorelei Lee en een beetje Fran Lebowitz. En misschien heeft ze ook wel wat weg van Dorothy Parker, maar dat hoopt Almodóvar vooral, zo bekent de auteur ruiterlijk in de proloog. Het moet gezegd dat hij de sardonische humor van dat grote Amerikaanse voorbeeld ook niet weet te benaderen in deze nep-autobiografie, maar met zijn gevoel voor het leed van miskende meisjes komt hij aardig in haar buurt.
Wie zich aan deze in 1993 in Spanje verschenen en nu in Nederlandse vertaling verschenen verzameling hitsige columns waagt, herkent in Patty vooral een typische Almodóvar-creatie; in excessieve en pathetische vrouwelijkheid meer travestiet dan gewoon vrouw. Patty is rusteloos, naïef, hypernarcistisch, ze staat open voor iedereen en ze is bereid om alles altijd van de positieve kant te bekijken. Ze is stoer als Carmen Maura, ingehouden melodramatisch als Victoria Abril, mooi en taai als Penélope Cruz.
Almodóvar schiep Patty Diphusa (patidifusa=verbijsterd) begin jaren tachtig toen hij door het Madrileense blad La Luna werd benaderd voor een feuilleton. In die jaren maakte Madrid een onverschrokken periode door, schrijft Almodóvar. Eindelijk bevrijd van Franco stortte de stad zich plompverloren in drugs, seks en rock ’n roll: een groot feest was het. Deze tijd was ‘een non-stop Andy Warhol-Factory’ volgens Almodóvar en de jonge filmmaker zelf is een belangrijk boegbeeld van dit nieuwe Madrid. Hij geniet ook. Als jongetje in La Mancha droomde hij al van het grote Madrid, er wonen leek hem zo geweldig als wonen in sissi, die junge kaiserin.
Brandstapel
De echte Andy Warhol komt in die vroege jaren tachtig trouwens ook vaak langs op openingen en partijen en dan wordt de nog beginnende Spaanse filmmaker hem tot zijn verlegenheid steeds weer voorgesteld als de Spaanse Warhol. Pas de vijfde keer vraagt de al wat wazige Amerikaanse kunstenaar aan de filmmaker waarom dat nu toch zo is. Die heeft er niet echt een antwoord op: ‘Vast omdat in mijn films ook allemaal freaks en drugsverslaafden rondlopen.’
Tsja. En zo is het ook in deze verzameling columns: veel freaks, drugsverslaafden en pornosterretjes. Patty maakt veel mee maar veel komt ook zo’n beetje op hetzelfde neer: fellatio, cocaïne en verlatingsangst. Doorlezend in haar niettemin almaar onstuitbaar vrolijk uitschietende zinnen, voel je jezelf steeds treuriger worden.
Zo ook trouwens de auteur, die niet alleen zelf volwassen wordt in de jaren tachtig, maar ook zijn stad en land ziet veranderen. Wat eerst alleen maar spel was, verandert in ‘een culturele manifestatie’ en Almodóvar ziet deze groeiende (postmoderne) bewustwording met argusogen aan. ‘Waarom is er nu zoveel waardering voor talent, ongekunstelde charme, spontaniteit, onbeschaamdheid, de dingen bij hun naam noemen en dat bovendien op een intelligente manier, terwijl je voor die dingen tot voor kort nog op de brandstapel belandde?’ zo laat hij alter ego Patty verward verzuchten.
Als je niet wist dat Almodóvar zijn grootste films, zoals als all about my mother en volver, pas in de jaren negentig en nul, en dus na deze Patty Diphusa-columns, nog moest maken, zou je in deze nep-autobiografie ook de weerklank van een identiteitscrisis kunnen zien. Een verveelde Almodóvar snoert Patty op gegeven moment weer de mond. Er volgen nog wat losse essays die variëren van een ode aan gone with the wind tot aan een verslag van Almodóvars eerste schreden op het filmpad inclusief dwaze adviezen aan nieuwkomers. Allemaal opgewekte babbelstukken maar onder alles voel je toch ook melancholie en zelfs leegte groeien. Wat in de jaren tachtig nog vrijheid was en onverschrokkenheid, is in de jaren negentig ‘camp’ en ‘postmodernisme’ geworden, en de Spaanse vertegenwoordiger bij uitstek lijkt zich bij die namen toch ook ongemakkelijk te voelen. Ergens diep wil hij dat we echt huilen om Patty, net als hij zelf ooit om Vivien Leigh en Bette Davis, maar zo serieus kunnen we noch haar noch haar schepper nemen.
Jann Ruyters
Patty Diphusa
Pedro Almodóvar
Wereldbibliotheek, 160 p, 15,90 euro
It’s not TV. Watching HBO in the post-television era
Marc Leverette
2008, Routledge, 28,50 euro
Betaalstation Home Box Office scoort al sinds 1972, en zeker de afgelopen jaren, met hoogwaardig televisiedrama (the sopranos), dat niet alleen invloed uitoefende in de televisiewereld, maar ook op film. Boek onderzoekt publiek, de opkomst van vergelijkbare zenders en het succes daarvan en de diverse series en films van HBO zelf.
Paying respect to The Sopranos. A psychosocial analysis
Christopher J. Vincent
2008, McFarland & Company, 39,95 euro
Over bekendste telg van hiervoor vernoemd HBO. Geschreven door absolute fan (‘I am convinced that the sopranos is the greatest American art of the twenty-first century’) met nieuwe analyse van (receptie van) 86-delige televisieserie na Yacowar’s The Sopranos on the couch, Lavery’s This thing of ours en Reading the Sopranos en allerlei minder serieuze spin-offs zoals kookboeken.
Hollywood goes to Washington. American politics on screen
Michael Coyne
2008, Reaktion Books, 30,- euro
Volgens Coyne is de Amerikaanse politieke film van meer belang dan ooit in een tijdperk dat aan alle burgerlijke vrijheden in de VS wordt geknaagd. Politieke film is in dit geval alles van portretten van presidenten en satires (wag the dog) tot documentaires over 9/11.
The cult film reader
Ernest Mathijs
2008, McGraw-Hill, 39,95 euro
Bundel artikelen in vier delen geeft uitgebreide definitie van het onderwerp, verschillende suggesties voor manieren om cult films te bestuderen, verzamelt natuurlijk een aantal case-studies (un chien andalou, eraserhead), geeft voorbeelden van nationale en internationale ‘cults’ en besteedt ruime aandacht aan receptie en publiek.
The horse who drank the sky. Film experience beyond narrative and theory
Murray Pomerance
2008, Rutgers University Press, 29,95 euro
Wat gebeurt er voordat we de bioscoop uitlopen en het proces van analyseren en deconstrueren begint? Ligt de essentie van film niet veel meer in een aantal moeilijk te benoemen momenten en is het mogelijk die momenten te benoemen? Pomerance doet een poging die momenten, en daarmee een andere manier van films ervaren, te analyseren.
James Bond encyclopedie
John Cork
2008, Tirion, 34,95 euro
Geautoriseerd en daarmee wat saai, maar uitvoerig naslagwerk over fenomeen Bond, niet alleen over Connery en Craig, maar ook over de Bond-stijl, de vrouwen, de auto’s en de schurken. Nederlandstalig.
American prince. A memoir
Tony Curtis
2008, Harmony Books, 22,50 euro
Home. A memoir of my early years
Julie Andrews
2008, Hyperion Books, 29,95 euro
Andrews beperkt zich tot verhalen over haar jeugd in Engeland tot aan haar doorbraak met mary poppins, Curtis concentreert zich op zijn werkende jaren in Hollywood, met alle anekdotes over medespelers, regisseurs en aanverwanten. Ook Robert Wagner, Alec Baldwin, Christopher Plummer en Roger Moore komen deze maand met autobiografieën.
Hollywood movie stills. Art and technique in the golden age of the studios
Joel W. Finler
2008, Reynolds & Hearn, 32,50 euro
Gedocumenteerde geschiedenis van ‘still’-fotografie van de jaren twintig tot zestig levert zeer uiteenlopende plaatjes op, niet alleen geijkte portretten van sterren, maar ook opnames van achter de schermen in allerlei soorten en maten en meer geregisseerde opnames die de studio’s naar buiten brachten.
Cecil B. DeMille. A life in art
Simon Louvish
2008, Thomas Dunne Books, 24,50 euro
Louvish publiceerde eerder over Laurel & Hardy, Groucho Marx en Mae West en komt volgend jaar met een biografie van Chaplin. Dit is een uitvoerig gedocumenteerde beschrijving van DeMille’s carrière die begon in 1914 en ongeveer 75 films later eindigde met een remake van zijn eigen ten commandments. DeMille wordt beschreven als reactionair, obsessief overspelig en een bezeten filmmaker.
Hollywood. Het film- en TV-spel voor iedereen
Enrico Groenveld
2008, Rubinstein, 29,90 euro
Bordspel met zo’n duizend vragen over films en televisieseries aan de hand van kaarten en filmfragmenten op bijgeleverde DVD.
Samenstelling Philip Hartzuiker (International Theatre & Film Books, theatreandfilmbooks.com).