Whitney & Whitney: Can I Be Me?

Roddelbladendocumentaires over superster

  • Datum 18-12-2018
  • Auteur Alexander Zwart
  • Gerelateerde Films WhitneyWhitney: Can I Be Me?
  • Regie
    Kevin Macdonald
    Te zien vanaf
    01-01-1970
    Land
    Groot-Brittannië/Verenigde Staten, 2018
  • Deel dit artikel

In twee opeenvolgende jaren verschenen twee documentaires over het leven van Whitney Houston. De makkelijk te verwarren titels Whitney: Can I Be Me? (2017) en Whitney (2018) wijzen al op het gebrek aan verschil. Elk van deze twee docu’s heeft een eigen onthulling, maar ze bieden vooral een overlap aan informatie.

Nick Broomfield en Kevin Macdonald. Twee vooraanstaande Britten in de documentairewereld. De meer controversiële Broomfield is met name bekend door zichzelf in zijn documentaires te plaatsen, en maakte onder meer Kurt & Courtney (1998) over Kurt Cobain en Biggie and Tupac (2002) over de vermoorde rappers the Notorious B.I.G. en Tupac Shakur. De meer degelijke Macdonald won een Oscar voor beste documentaire voor One Day in September (1999), over de gijzeling tijdens de Olympische Zomerspelen van 1972 in München, en maakte met Marley (2012) een documentaire over een andere legendarisch muzikant, Bob Marley.

In deze bokswedstrijd op niveau was de verwachting dat Broomfield als enfant terrible ook in het leven van Whitney Houston de sleaze and dirt zou opzoeken. Verrassend genoeg blijft zijn Whitney: Can I Be Me? (2017) opvallend dicht bij Houston zelf, lees: haar media-optredens. Een enorme stroom aan archiefbeelden, vermengd met interviews met familieleden, vrienden en zónder Broomfield zelf. Wat hij daarin wel doet, is bij monde van een van haar bodyguards beschuldigend richting de familie wijzen die inkomstenbron Whitney tot het bittere einde uitmolk.

Groot verschil met het glossier ogende Whitney (2018) van Macdonald is dat die de medewerking en het zogenoemde ‘autorisatie’-stempel van de Houstons zelf kreeg, en van ex-man Bobby Brown. Daarmee voelt Macdonalds documentaire als de tegenreactie die de familie wilde belonen met een extra scoop. Die onthulling over een voorval in Houstons jeugd is weliswaar een opmerkelijke en zet het verdere verloop van haar leven in een ander perspectief, maar hij is ook nogal dubieus. Of het nu echt gebeurd is of niet, het is alsof de ene Whitney-documentaire plagerig naar de andere uithaalt met ‘kijk eens wat ik heb’. Het valse zusje dat minder verdacht wordt door het meer glamoureuze uiterlijk en de goedkeuring van de nabestaanden. Het geeft Whitney de wrange nasmaak van een gevecht tussen roddelbladen, waarbij de familie hier en daar het boetekleed aantrekt om geloofwaardig te blijven.

Is een van de twee dé ultieme Whitney-­docu? Nee. Sterker nog, als er iets ondanks de verschillende insteek in deze twee documentaires opvalt, is het de enorme gelijkenis. Begin aan een van de twee en de ander is een herhalingsoefening waarvan het desastreuse einde sowieso al van tevoren bekend was. Dat déjà-vu-gevoel is een tragisch lot voor iemand die gestorven is aan een overdosis. Whitney Houston wordt hier uitgezwaaid met nog een extra overdosis, maar dan aan dubbele informatie.