Two-Lane Blacktop

Elegische roadmovie

Two-Lane Blacktop

Van links naar rechts en weer terug scheurt de soundtrack van Monte Hellmans elegische roadmovie Two-Lane Blacktop (1971), en het Universal-logo heeft nog maar nauwelijks z’n CinemaScope-rondje om de aarde gedraaid. Zo’n film wordt het dus.

Plankgas, U-turns. Zwijgzaam flirten in vier versnellingen. Drie stoere mannen (nou ja, eentje veel minder stoer dan de andere) en een lanterfantliftend meisje. Harry Dean Stanton als handtastelijke cowboynicht. Zinnen zonder persoonsvorm en de gele middenstreep van de highway als eindeloos gouden pad naar de horizon. In de verte zie je nog net Peter Fonda en Dennis Hopper. Two-Lane Blacktop is een film vol gesprekken waarin het woord ‘auto’ minstens tien keer moet vallen. “Die Plymouth had een Hemi met een Torqueflight” is de eerste zin die — na een minuut of vijf — gesproken wordt. “369?” vraagt de ene vrijgevochten autoracer aan de andere. “354”, luidt het krachtige antwoord. Zouden het twee vrienden zijn, of toch broers die elkaar het leven in de roestige, maar supersnelle Chevy met de paplepel hebben ingegoten? “354. Je meent het.”

Met zulke existentialistische discussies is er nog eerder ruimte voor cicaden en woestijnstilte dan voor muziek. Behalve dan de countrydeuntjes uit Warren Oates’ autoradio. Hij heeft wél muziek nodig. Iets zal toch de tobberige monologen moeten overstemmen waarmee hij zichzelf het ene mislukte leven na het andere fantaseert — waar is het hoofd van Alfredo Garcia om iets terug te zeggen? En wat zielig dat hij wedstrijdjes meent te moeten rijden met eerdergenoemde coureurs — alsof opgekropte frustraties en jaloezie je het snelst over de finish brengen. Two-Lane Blacktop is voortdurend onderweg; een film in zes tankstations, drie diners, vijf races en voor zover ik kon tellen vijf staten. Waarom die twee ‘broers’ van hun bestaan een roadmovie maken? Geen idee. Het meisje komt en het meisje gaat, veel meer dan vragen of ze ook eens voorin mag zitten en de pook bedienen, doet ze niet. En Oates blijft een kneutert met een veel te stoere bak. Ook met 200 km per uur kun je wachten op Godot. Verandert tenminste nog het uitzicht.