The Woman in Black

Echt eng – maar waarom?

‘De engste Britse horrorfilm’, een televisiefilm uit 1989, blijkt echt eng. Maar waarom? Dat heeft te maken met het alledaagse begin, het ritme van de dreigingen en een spook dat alle tijd van de wereld heeft.

Ik was echt bang. En zo vaak vind ik horrorfilms niet eng. Niet echt. Schrikken, spanning – ja. Maar kippenvel op kippenvel, dat overkomt me niet vaak.

De volledig spoiler-vrije beschrijving van deze langverwachte, gerestaureerde Blu-ray-release is dat het de eerste verfilming is, uit 1989, van het spookverhaal The Woman in Black van Susan Hill uit 1983, dat was geschreven in de gotische traditie van Henry James’ The Turn of the Screw (1898) en de griezelverhalen van M.R. James (vanaf 1895). Terwijl deze Britse televisiefilm, geregisseerd door Herbert Wise (I, Claudius, 1976), zelf weer teruggrijpt op de stijl van oudere horrorfilms – ik dacht eerst naar een jaren­zeventigfilm te kijken.

‘De engste Britse horrorfilm’, schreef The Guardian, dus hij kon alleen maar tegenvallen. Maar dat deed ie niet. Hij is niet alleen veel enger dan de sympathieke, maar meer op schrikmomenten leunende verfilming uit 2012, hij is ook enger dan het boek, dat de horror onevenwichtiger doseert (de theaterbewerking die sinds 1989 onafgebroken op West End loopt, heb ik niet gezien). Zelfs auteur Hill, die destijds ontevreden was over de bewerking, beaamde nu tegen The Guardian: “Hij is zeer angstaanjagend.” En het leukste weetje: Adrian Rawlins, de uitstekende hoofdrolspeler in 1989, speelde later de vader van Harry Potter (2001-11) – drie keer raden wat in 2012 Daniel Radcliffes eerste post-Harry Potter-rol was.

Spook
Dan betreden we nu licht spoiler-terrein. Waarom is deze film zo eng? Reden één: omdat aan het begin alles rustig en alledaags is. Dat is niet ongebruikelijk voor het horrorgenre, maar Wise neemt er wijselijk de tijd voor, zodat we vertrouwd kunnen raken met de vriendelijke advocaat Arthur Kidd, z’n gezin en z’n werk in het Londen van 1925. Er is geen pre-credit horrorscène, zoals in de 2012-versie (en talloze andere horrorfilms). Er is rust: lange shots en het eerste kwartier zelfs helemaal geen filmmuziek. Die muziek, van componist Rachel Portman, verklankt vervolgens met subtiel ongemak de ontregeling van deze alledaagsheid. Geheel volgens M.R. James’ ideeën om ‘personages rustig te leren kennen. We zien ze bij hun dagelijkse bezigheden, niet gestoord door voorgevoelens, tevreden over hun omgeving. Waarna in deze kalme entourage het onheilspellende verschijnsel opduikt, eerst bescheiden, dan steeds nadrukkelijker, totdat het alles overheerst.’

Reden twee: het ritme van dreigende vooruitwijzingen. Soms nadrukkelijk, soms subtiel – ‘Do you now?’, reageert de man tegen wie Kidd zegt dat ie verwacht binnen een paar dagen wel klaar te zijn met de paperassen van de overleden cliënt in het afgelegen landhuis. Het ritme van die omineuze hints voelt als een mechaniek dat aftelt, een hels en hypnotiserend uurwerk.

Reden drie: het spook. De Vrouw in het Zwart staat gewoon toe te kijken, bij daglicht en ten voeten uit. Kidd heeft ook niet meteen door dat het een spook was dat hij zag. Ze verschijnt dus niet, zoals in de meeste horrorfilms (inclusief TWIB 2012), in korte, duistere schrikeffecten. Wat de vraag oproept waarom spoken dat überhaupt zouden doen. Waarom verbergen? Waarom steeds zo kort en slecht zichtbaar? Dat doet deze Vrouw niet. Ze staat. Ze zwijgt. Ze staart, met haatdragende ogen. Ze kijkt naar jou en ze heeft alle tijd van de wereld. Door zich niet te verstoppen, laat ze zien dat ze van jou niets te vrezen heeft. En jij van haar dus des te meer.

Dood
Een gedachte-experiment. Stel je voor dat Dracula je huis binnenkomt, tanden ontbloot, fladderende cape, en zegt: “Je kan niet ontsnappen!” Of dat je thuis bent, je omdraait en er opeens een vrouw in je huis staat, rechtop, zwijgend, je aan te staren. Wat is enger? Ik vind die tweede. Wat gek is, welbeschouwd, want Dracula valt aan, terwijl die vrouw vooralsnog niks doet.

Ik denk dat de angst die de Vrouw in het Zwart oproept voortkomt uit een gevoel van verlammende onmacht. Bij Dracula kun je nog iets barricaderen, vluchten of vechten – je maakt misschien weinig kans, maar je bent nog aan zet.

Maar bij de Vrouw niet. Ze komt niet binnen, ze is er gewoon. Je verplaatsen heeft dus geen zin. Ze zegt niets; je kunt nergens op reageren. Net als de meeste hoofdpersonen van M.R. James is die aardige, naïeve Kidd onschuldig en net als bij M.R. James maakt dat niet uit. Het gaat niet om wie je bent of wat je doet, maar of je aan de beurt bent.

Dat is, denk ik, de diepe, verlammende en allesoverheersende angst waaraan Wise’ The Woman in Black raakt: bij deze Vrouw kijk je de dood in de ogen.


The Woman in Black is vanaf 10 augustus verkrijgbaar op blu-ray (Network, import).