The Velvet Underground

Muziekdocumentaire met kloppend hart

The Velvet Underground

De eerste documentaire van de Amerikaanse queer cinema-auteur Todd Haynes is veel meer dan een traditioneel portret van de legendarische artrockband The Velvet Underground. Haynes bottelt hier de creatieve energie van de jaren zestig, een periode van ongekende vernieuwingsdrang in beeldende kunst, performance, mode, muziek en film.

Er is iets ongrijpbaars aan de etherische muziek van The Velvet Underground, de iconische artrockgroep van onder andere Lou Reed, John Cale, Sterling Morrison, Moe Tucker en kortstondig de Duitse chanteuse Nico. Zoals bij alle geweldige muziek — die van alle kunstdisciplines toch het meest op het lichaam en gevoel inspeelt — laten ook de extatische klanken van deze band zich amper in woorden vangen. Daarom is het des te indrukwekkender hoe de Amerikaanse regisseur Todd Haynes in zijn eerste documentaire ooit het geluid, het imago en de mythe van The Velvet Underground ontleedt en vervolgens weer netjes in elkaar zet.

Of netjes… Wat deze muziekdocumentaire onderscheidt van de zoveelste formuleproductie die je tijdens Het uur van de wolf kunt zien is dat Haynes je er niet van wil overtuigen dat The Velvet Underground zo’n belangrijke muziekgroep was, maar je vooral wil laten voelen waar deze muziek voor stond. Simpel gezegd is het een muziekdocumentaire met een kloppend hart. The Velvet Underground is ook een product van Andy Warhols The Factory, het hoofdkwartier voor de New Yorkse avant-garde in de jaren zestig en zeventig, waar muziek, mode, performance en cinema altijd door elkaar liepen. Daarom omarmt deze documentaire ook al die kunstdisciplines in een overweldigende trip door een van de belangrijkste creatieve periodes van de Amerikaanse cultuur. Haynes, die ooit doorbrak met de DIY barbiepoppen-cultfilm Superstar: The Karen Carpenter Story (1988) en zijn creatieve hoogtepunt bereikte met de glamrockmusical Velvet Goldmine (1998), is hier zichtbaar op zijn gemak met de indrukwekkende hoeveelheid archiefmateriaal die hij tot zijn beschikking had.

De grotendeels in split-screen opgedeelde composities gebruiken voornamelijk beeldmateriaal van experimentele-cinemapioniers als Andy Warhol, Stan Brakhage en Jonas Mekas, die het tempo en de textuur van die tijd belichamen. De manier waarop het vertraagde filmwerk van Andy Warhol afsteekt tegen de (on)gecontroleerde chaos van Mekas en Brakhage vormt een slim leidmotief in de documentaire die haarfijn uitlegt hoe The Velvet Underground speelden met versnelling en vertraging. Alles valt ineens op zijn plek als je je realiseert dat Lou Reed en John Cale de mantra-achtige kwaliteiten van de opzwepende, zich alsmaar herhalende rock-’n’-roll-gitaarloopjes combineerden met de eindeloos uitgestrekte tonen van minimal-musicpionier La Monte Young. Als je een groep tijdloos mag noemen, dan moet het wel The Velvet Underground zijn. Deze liefdevol gemaakte documentaire is daar bewijs van.