The Perks of Being a Wallflower

Vrienden voor het leven

Van je vrienden moet je het hebben op school, leert een tiener in het herkenbare, tikkeltje behaagzieke coming-of-age drama The Perks of Being a Wallflower.

Geen verwarrender leeftijd in een mensenleven dan de tienertijd. Wie ben ik? Bij wie wil ik horen? Wat wil ik met mijn leven doen? Identiteitsvragen komen als een komeet op tieners af. J.D. Salinger schreef er in 1951 de verpletterende roman The Catcher in the Rye over, die vooral zo goed is omdat hij laat zien hoe makkelijk jongeren die zich buitenstaander voelen — goed beschouwd alle jongeren — in de greep raken van obsessieve gedachten. Hoofdpersoon Holden Caulfield, die terugblikt op zijn mislukte schooltijd, is even lucide als gestoord. Dat maakt hem niet tot een aaibaar, maar wel realistisch personage. Daarin zit het grote verschil met Stephen Chbosky’s in 1999 gepubliceerde roman The Perks of Being a Wallflower. Ook in dit in 1991 in Pittsburgh spelende boek worstelt een buitenbeentje, de vijftienjarige Charlie, in de arena van het schoolleven met zichzelf, maar deze tiener is vertederend en innemend. Hij is Caulfield-light in de roman, die Chbosky ruim tien jaar na verschijnen zelf heeft verfilmd.

Keurig recept
Buitenstaander en observator (wallflower) Charlie dreigt op school aan eenzaamheid ten onder te gaan maar wordt gered door twee oudere scholieren, Patrick en zijn halfzus Sam, die ook weten wat het is om buiten de hoofdstroom te staan. Patrick moet als homo overleven in de heteroschoolwereld, de vrijgevochten Sam heeft een problematisch gezinsverleden. Je gunt iedere nieuwe scholier vrienden als Patrick en Sam, want zij voeren interessante gesprekken met Charlie en brengen hem op een relaxte manier in aanraking met seks en drugs. En dan boft de knul ook nog eens met zijn Engelse literatuurdocent, die in hem een schrijver vermoedt. We zijn hier ver verwijderd van Holden Caulfields schooljeugd. Dat is Chbosky’s goed recht — waarom zou Salinger de norm moeten zijn? — maar The Perks of Being a Wallflower doet iets teveel aan een keurig uitgebalanceerd recept denken: je neemt wat zuur en iets meer zoet, mengt het, zet het in de oven, met als resultaat een gerecht zonder uitgesproken smaak. Niemand klaagt erover, maar ook valt niemand van verrassing van zijn stoel. Dat klinkt negatiever dan bedoeld, want iedereen tevreden stellen is ook een kunst. Chbosky bewijst met zijn regiedebuut dat hij, geholpen door uitstekende acteurs (Emma Watson in haar eerste echte post-Potter rol en Ezra Miller van We Need to Talk About Kevin zijn adorabel), van zware tienerproblemen een aanstekelijk en opbeurend drama kan maken.

Jos van der Burg