The Last Male on Earth

Kroniek van een aangekondigd uitsterven

Floor van der Meulen toont in haar scherp gefilmde, zwartkomische documentaire de laatste duizend levensdagen van Sudan, de laatste mannelijke noordelijke witte neushoorn op aarde.

Wat er al niet achter een titelwijziging kan zitten. Tijdens de ontwikkeling van Floor van der Meulens documentaire The Last Male on Earth, over de laatste nog levende mannelijke noordelijke witte neushoorn, heette de film nog Last Male Standing. Maar inmiddels ‘staat’ die neushoorn niet meer: Sudan, die op een reservaat in Kenia leefde, overleed op 19 maart 2018.

Heel even was dat wereldnieuws; daarna draaide de wereld verder. Maar zelfs voor wie het glad vergeten was, is de dood van Sudan geen spoiler bij het kijken naar The Last Male on Earth. De film zelf benadrukt het namelijk vanaf het begin, door af en toe een teller in beeld te brengen die onafwendbaar aftelt naar nul. De documentaire toont de laatste pakweg duizend dagen in het leven van het dier, en draait vooral om het complexe (menselijke) systeem dat ontstond rondom zijn de-laatste-zijn. Niet voor niets werd als poster voor de film een foto gekozen waarop de schaduwen van een groep fotograferende toeristen op het imposante lijf van Sudan vallen.

Met de opiniestukken van en over filosoof Bas Haring in de krantenkolommen heeft Van der Meulens film onverwacht de actualiteit in de rug. Voor wie de discussie miste: Haring stelt dat het verlies van biodiversiteit helemaal niet zo rampzalig is als veel wetenschappers beweren; die wetenschappers en andere activisten komen daartegen in verweer. Van der Meulens film mengt zich niet expliciet in die discussie, maar toont simpelweg hoe het eruit kan zien wanneer een diersoort uitsterft. Al zijn er enkele subtiel-komische momenten waarin ze experts vraagt waarom het eigenlijk zo belangrijk is om precies deze neushoornsoort te redden, en die mannen (altijd mannen) daarop geen echt antwoord hebben.

Rondom het in leven houden van Sudan en het redden van zijn soort is intussen een flinke menselijke machinerie en economie in het leven geroepen. Van der Meulen brengt het in kaart in puntige, zwartkomische scènes, die niet zelden (en dat is een compliment) Ulrich Seidls recente Safari in herinnering roepen. Van marketingmedewerker van het reservaat tot de als een legereenheid getrainde park rangers die Sudan beschermen; van de toeristen die een traantje laten voor ze weer op het vliegtuig naar Europa stappen tot VN-experts over biodiversiteit.

Telkens weer focussen de beelden scherp op veelzeggende details – zoals de foto van de Paus die aan de muur prijkt van een lab waar een klonende wetenschapper zelf voor God aan het spelen is. Van der Meulen presenteert geen polemiek of pamflet, maar een afgewogen documentaire waarin de uitgekiende beelden veel sterker spreken dan de vele woorden.