The Choral

Cultuur is er om uit te dagen

The Choral

Als film over de subversieve kracht van kunst die zelf binnen de lijnen kleurt, staart de ironie van The Choral je recht in het gezicht.

Als onheilsprofeet gaf Ralph Fiennes de apocalyptische zombiefilm 28 Years Later (2025) en vervolg The Bone Temple (2026) een onverwachte spirituele dimensie. Fiennes komt het best tot zijn recht als hij zich van zijn meest erudiete en intellectuele kant mag laten zien.

Het script van Alan Bennett over een fictief plaatsje in het Britse Yorkshire schetst hoe een kleine gemeenschap verscheurd wordt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De idealistische jonge mannen kunnen haast niet wachten om naar het front te gaan, terwijl de achterblijvers met lede ogen moeten aanzien hoe jeugdigheid en talent uit het dorpje verdwijnen.

Dat manifesteert zich het meest nadrukkelijk in het plaatselijke koor, dat zonder zangtalent – laat staan een dirigent – zichzelf bijna moet opheffen. Dus wie schiet te hulp? Ralph Fiennes natuurlijk, als de excentrieke musicus dr. Henry Guthrie, die in dit prettig voortkabbelende melodrama laat zien dat cultuur in tijden van oorlog als balsem voor de ziel dient.

Maar als geletterd man snapt Guthrie ook dat cultuur er is om uit te dagen. Hij wil de blik van de dorpsbewoners verruimen door het repertoire om te gooien. Deze keer staat geen plichtmatige vertolking van de Matteüspassie, maar een moderne uitvoering van Edward Elgars The Dream of Gerontius op het programma. Door het werk van een Duitse componist te selecteren, kiest hij voor de cultuur van de vijand. Het is zijn strategie om het Britse patriottisme te bevechten. Het helpt niet dat er genoeg ouderwetse dorpelingen zijn die met argwaan naar Guthrie’s Duitse achtergrond en amper verbloemde homoseksualiteit kijken.

Echt spannend conflict levert dat allemaal niet op; daarvoor is The Choral veel te braaf. Het camerawerk van Mike Eley is netjes en secuur, de ensemblecast sympathiek en de kooroptredens indrukwekkend. De grootste ironie van wat ongetwijfeld een filmhuisfavoriet gaat worden, is dat The Choral perfect binnen de lijntjes kleurt, terwijl de film over de subversieve rol van kunst gaat. Godzijdank is er Fiennes, die met zijn geraffineerde spel een op papier belegen niemendalletje verheft tot beklijvend historisch drama.