Salvation
Een anatomie van geweld
Salvation
Geweld hangt voortdurend in de lucht in Salvation, maar hoe de bom precies zal barsten, blijft lang ongewis. Over groeiende paranoia in een afgelegen Turks berggebied.
Hoe en wanneer wordt een gemeenschap gewelddadig? In het broeierige Salvation (Kurtuluş) zet de terugkeer van een rivaliserende clan het bestaan in een afgelegen bergdorp in Anatolië op scherp.
De heersende clan vreest dat het zijn oude machtspositie kwijtraakt en wil actie tegen hun oude rivalen. Het is aan dorpsleider Ferit om de heethoofden onder controle te houden. Dat blijkt al lastig, maar dan heeft zijn oudere broer Mesut ook nog eens visioenen van naderend onheil en meent die de rol van dorpsleider van zijn voorzichtige broertje over te moeten nemen.
Ook in zijn vijfde speelfilm, in Berlijn bekroond met de Grote Juryprijs, vermengt de Turkse regisseur Emin Alper (Burning Days, 2022) neorealisme met een flinke dot paranoiathriller. Vaak is het een flauw trucje om bizarre gebeurtenissen te verklaren door een personage wakker te laten schrikken uit een boze droom. Maar in Salvation werken de herhaaldelijke droomsequenties wel, omdat realiteit en verbeelding in elkaar doorwerken en de scheidslijn tussen beide geleidelijk aan vager wordt.
Wanneer Mesut een ontmoeting heeft met een roodharige tweeling, schapen hoedend op zijn land (een droom?), ziet hij dat als een slecht voorteken. Tweelingen zijn het werk van de duivel, zo leerde hij van zijn grootvader. Maar wat betekent dat voor zijn vrouw, thuis opgesloten, die in verwachting blijkt van een tweeling?
Onderbewuste angsten en fascinaties worden vastgeknoopt aan patriarchale sociale structuren. Geweld hangt voortdurend in de lucht in Salvation, maar hoe de bom precies zal barsten, blijft lang ongewis. De dreigende sfeer komt tot uiting in een strakke, soms voyeuristische cinematografie, geschoten in veelal nachtelijke scènes met een sterke score van de Nederlandse componist Christiaan Verbeek.
De film is gebaseerd op clangeweld in het zuidoosten van Turkije, waar afgelegen gemeenschappen jarenlang zwaar zijn bewapend door het Turkse leger om het tegen de Koerdische afscheidingsbeweging PKK op te nemen. Waarmee een monster werd gecreëerd dat zich niet meer liet temmen. Die context blijft in de film achterwege, zodat Salvation zich ook laat bekijken als een meer tijdloze anatomie van (etnisch) geweld. De slotscène komt binnen als een mokerslag.