POSSE

Hier wordt iets recht gezet

  • Datum 07-01-2011
  • Auteur
  • Gerelateerde Films POSSE
  • Regie
    Mario Van Peebles
    Te zien vanaf
    01-01-1993
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Een landelijke komiek heeft gezegd: "Eigenlijk is de jazzmuziek aan de Nederlanders te danken, want wij hebben al die negers naar Amerika gebracht". Als dat zo is, is het onze eigen schuld dat we nu in de bioscoop uren moeten aankijken tegen de inhaalmanoeuvre van de zwarte cowboy met de plantersnaam Van Peebles. Het is een huiswerkles die de pretentie heeft de geschiedenis te corrigeren. Dat werd hoog tijd. Alleen jammer dat Mario Van Peebles het medium film heeft genomen voor zijn geestelijke masturbatie.

Sluit verschil in huidskleur identificatie met de personages op het doek uit? Natuurlijk niet. We huilen mee met Gong Li, en Eddie Murphy’s Boomerang was, niet ten onrechte, een publiekstrekker. Toch voelde ik me niet betrokken bij de zwarte western Posse. Dat kan natuurlijk komen doordat ik slechts een bleekscheet ben. "Het enige probleem dat de zwarte heeft, is dat hij bang voor hem is", luidt een van de wijsheden van de film.
Op de golven van de revival van de cowboyfilm grijpt econoom/acteur/regisseur/producent Van Peebles de gelegenheid aan om in de epiloog van Posse verongelijkt te debiteren dat twaalf procent van de bevolking van de Verenigde Staten zwart is, maar dat zij slechts een half procent van de rijkdom bezit. Hier wordt iets recht gezet.

Zwarte cowboys
Wij kennen de tijd van de Frontier voornamelijk van de western. Of deze nu door Italianen of in Hollywood werd gemaakt, het aandeel van de ‘negers’ bleef beperkt tot een enkele bugel blazende cavalerist in de achterhoede of een aansteller in Mel Brooks’ Blazing saddles. De cowboy vormt een van de belangrijkste rolmodellen voor de jeugd in Amerika. Het Wilde Westen werd echter voor een derde bevolkt door zwarten, zeker na de afschaffing van de slavernij. Om de filmkijker met dit beeld vertrouwd te maken, begint Posse overtuigend met een montage van oude foto’s waarop, inderdaad, zwarte cowboys zijn te zien. Helaas raakt na de titelrol elke logica zoek.
Om de plausibiliteit er nog eens in te hameren, opent de film met een hele oude man die ons vertelt van vroeger. Het verhaal begint in 1898, op het einde van de Spaans-Amerikaanse strijd om Cuba. Jessie Lee (Mario Van Peebles zelf) deserteert met zijn makkers uit het (volledig zwarte) regiment van de ‘buffalo soldiers’ — een erenaam die wijst op hun kroeshaar en moed — nadat ze een Spaanse goudschat hebben bemachtigd. Na de chaotische oorlogsbeelden volgen we de bende. Ze zijn net zo clichématig aangekleed als John Wayne vroeger, er valt geen zinnige dialoog te beluisteren, de montage vertraagt nodeloos en Peter Menzies’ duizelingwekkende cameravoering is volledig losgeslagen. De meute van zes acteert dermate anachronistisch, dat het lijkt alsof de improvisaties voor de echte scènes per ongeluk in de eindmontage terecht zijn gekomen.
Jessie heeft voortdurend last van ernstige flashbacks. Hierin schieten drijvende wolken op de maat van koorzang langs een hellende horizon. Pas tegen het einde blijkt in deze flarden de motivatie van zijn queeste te moeten worden gezocht. Hij wil zijn vader wreken, die als dominee van de zwarte gemeenschap Freedomville werd gelyncht.

Folklore
Scenarioschrijver Sy Richardson ontleende dit gegeven aan zijn eigen grootvader, die als dominee een dergelijke ‘black township’ stichtte. Richardson verklaart dat hij dit script heeft geschreven omdat de zwarte jeugd niets weet van het Afro-Amerikaanse aandeel in dit stuk geschiedenis van het land. De povere uitwerking van het drama bevestigt de indruk dat het verhaal niet méér is dan een aanleiding om dertig procent van de eer op te eisen voor de folklore van het Wilde Westen. Van Peebles onderkende zijn functie van historiograaf in deze opvoedkundige beeldenreeks. De rolverdeling is een ‘showcase’ geworden van veelzijdig zwart talent (rappers en sportlui) en zwarte iconen van vele generaties (Isaac Hayes, Van Peebles’ vader Melvin). Met film heeft Posse echter weinig te maken.
Aan het eendimensionale scenario is verder gesleuteld door de debutant Dario Scardapanne. In een poging de ethische proporties van Sergio Leone’s werk te laten nagalmen in Posse, blijkt na bijna 120 minuten voortmodderen dat het motief voor het blanke geweld niet zozeer racisme, als wel hebzucht is. Zoals in zovele spaghettiwesterns zal de spoorlijn langs het stadje Freedomville worden gelegd, waardoor de grond veel waard wordt.
Het is te hopen dat Posse niet het startsein betekent voor reeksen verhaalloze remakes met een ‘all black cast’, die niet worden geproduceerd vanwege het drama, maar om het eigen gelijk te halen. Laat er aan het terugvorderen van de zwarte plaats in de geschiedenis in ieder geval, zoals bij Spike Lee, een origineel verhaalgegeven aan ten grondslag liggen.

Kees Hogenbirk