Portobello
Theater van het absurde
Portobello
Marco Bellocchio baseerde zich voor zijn televisieserie Portobello op het waargebeurde verhaal van Enzo Tortora, een populaire Italiaanse televisiepresentator die verstrikt raakte in een web van leugens.
Terwijl kleur op televisie zwart-wit verdrijft, vindt in een grauw café een afrekening plaats. In de eerste aflevering van Portobello laat Marco Bellocchio twee werelden langs elkaar heen bewegen.
Enerzijds is er de televisiestudio waar de populaire presentator Enzo Tortora Portobello opneemt, eind jaren zeventig en begin jaren tachtig in Italië het best bekeken programma op de vrijdagavond. Anderzijds een gevangenis in Napels, van waaruit leden van de Camorra opereren. Openlijk. De baas heeft een eigen kantoor en de celdeuren gaan alleen dicht wanneer er iemand vermoord is.
Die twee werelden komen samen in het hoofd van de even behaagzieke als megalomane Giovanni Pandico (heerlijke rol van Lino Musella). Zoals heel Italië kijken ook de gevangenen naar Portobello en zien daar onder meer hoe elke week een gast mag proberen een papegaai zover te krijgen om de titel van de show uit te spreken. Elke vrijdag staat Pandico (die zichzelf ziet als belangrijke spil van de Camorra) als gefixeerd naar het televisiescherm te kijken en mompelt dat woord als een spreuk voor zich uit: “portobello, portobello, porto-bello.” Als de vogel het eindelijk zegt, is Pandico ervan overtuigd dat dat door zijn toedoen is.
Hoewel Bellocchio’s serie vooral het (waargebeurde) verhaal is van Tortora die er ten onrechte van werd beschuldigd banden te hebben met de Napolitaanse maffia, is het Pandico die de show steelt. Een gevaarlijke cocktail van vernedering en idolatrie brengt hem ertoe Tortora te ‘verraden’ aan justitie. Met een rijke fantasie schildert hij de presentator af als een drugskoerier. Bewijsstukken die het tegendeel aantonen, draait en kronkelt hij zijn verhaal in. Als een op een briefje gevonden telefoonnummer niet van Tortora blijkt maar van iemand die Tortona heet, schudt hij meewarig het hoofd: dat is helemaal geen telefoonnummer, het is een geheime code voor een drugsdeal.
Zodra Tortora (Fabrizio Gifuni) gearresteerd wordt, hebben ineens ook andere Camorra-leden verhalen over hem. Misschien hopen ze op strafvermindering, misschien willen ze simpelweg hun moment in de schijnwerpers. De rechtszaak van Tortora wordt al snel een showproces, of zoals hij zelf wanhopig verzucht: “Dit is het theater van het absurde.” En in dat theater wil iedereen een rol.
De inmiddels 86-jarige Bellocchio is de ideale regisseur voor dat theater. Zeker in het afgelopen decennium schoof hij steeds meer richting een klassieke stijl, maar daarbinnen zoekt hij altijd naar dat absurde, soms zelfs delirische randje en dat doet hij hier opnieuw. Films als Sbatti il mostro in prima pagina (1972), Vincere (2009) en Rapito (2023) speelden zich al af op dat snijvlak van politiek en theater, van waarheidsvinding en beeldvorming.
Net als die films is Portobello vooral ook de ontleding van een vooruitgeworpen schaduw. De periode die de serie bestrijkt, bleek achteraf bezien een kantelpunt naar een steeds innigere verstrengeling van politiek en televisie. Tien jaar na de arrestatie van Tortora in 1983 betrad een mediamagnaat de politieke arena. Zijn naam: Silvio Berlusconi.
Portobello is vanaf 20 februari 2026 te zien op HBO Max (VoD).