Porte bagage
Dementie-roadmovie met dubbele achtergrond
Porte bagage
De roadmovie waarin een van de reizigers dementie heeft is een genre op zichzelf geworden, met de onafhankelijke Nederlandse productie Porte bagage als nieuwste voorbeeld. Abdelkarim El-Fassi vinkt in zijn speelfilmdebuut de clichés van het genre af, maar gaat daar vervolgens voorbij om een ander, nog niet vaak belicht verhaal te vertellen.
Dankzij films als The Leisure Seeker (2017), Supernova (2020), De terugreis (2024) en The Last Journey (2024) kunnen we de dementie-roadmovie gerust een opbloeiend microgenre noemen. Zelfs superster Chris Hemsworth maakte met A Road Trip to Remember (2025) een documentaire die perfect in dit relatief nieuwe filmfenomeen past: een koppel of familie die één laatste roadtrip maakt, terwijl een van de reisgezellen dreigt weg te zakken in de hersenziekte.
Met een groeiend aantal mensen die lijden aan alzheimer en andere vormen van dementie, en een vergrijzend filmtheaterpubliek, is dit type roadmovie boomer-cinema pur sang: reflecties op een schrijnende ziekte die vaak pas op latere leeftijd aantreedt, verpakt in een behapbare vorm. Ook dierbaren rondom een dementerende kunnen veel hebben aan films die tonen hoe die absurde ziekte de levens van anderen aantast. Een beetje als een Alzheimer Café in het filmhuis.
Inmiddels is het microgenre oud genoeg om in herhaling te vallen – wat ergens wel passend is voor het ziektebeeld van dementie. Natuurlijk berust zowat elke roadmovie op een universele vertelvorm, met een doorgaans lineair narratief, voorspelbare mijlpalen om af te tikken, en het aloude adagium dat het niet om de bestemming, maar om de reis gaat. Veel dementie-roadmovies vinken dat lijstje echter al te braafjes af.
Het begint altijd met het moment waarop de symptomen van een dementerend persoon zo sterk worden dat er iets moet gebeuren. Dan komt het lumineuze idee om op reis te gaan, een trip down memory lane en een laatste wanhopige poging tot verbinding. Onderweg gebeuren er wat onbenullige dingen die laten zien hoe maf die dementie eigenlijk is, wat gepaard gaat met een lach en een traan. En aan het einde van de rit komt de pijnlijke gewaarwording dat de dementerende persoon tijdens de reis nog veel zieker is geworden. Het einde is natuurlijk open, want de reis richting het onbekende gaat altijd door in het brein, of je nou onderweg bent of vastzit in een verzorgingstehuis.
Deze voorspelbare tonen amper zin of durf om iets nieuws te proberen met wat eigenlijk een extreem vervreemdend onderwerp is. Ik kan het weten, want mijn vader is zo’n twee jaar geleden aan alzheimer overleden. Wat mij aan mijn intense tijd als mantelzorger vooral is bijgebleven, is de totale onvoorspelbaarheid van mijn vaders breinatrofie, alsof het hele universum door alzheimer wordt opgeslokt. De verbazing over zijn verwarrende woordkeuzes, absurde handelingen en totaal vertekende besef van ruimte en tijd deden me beseffen hoe fragiel ons construct van de realiteit eigenlijk is.

Een van de weinige films die met die uiterst subjectieve – en voor wie er niet mee leeft vrijwel onmogelijk in te beelden – non-realiteit speelt, is The Father (2020), waarin Anthony Hopkins in een constante ijldroom lijkt te verkeren. Maar dat soort fantasmagorische verbeeldingen van het verschrompelende brein ontbreken categorisch in de dementie-roadmovie.
De nieuwste toevoeging aan een groeiende canon is het Nederlandse speelfilmdebuut Porte bagage. In zijn film over een familie die in een busje stapt nadat vader zijn dementiediagnose heeft gekregen, vinkt Abdelkarim El-Fassi alle clichés van het genre af. Maar alsnog is Porte bagage veel interessanter dan zijn soortgenoten; vooral om wat de film, naast een verbeelding van die laatste, hopelijk memorabele tocht, allemaal nog meer is.
Om te beginnen is de film niet alleen onafhankelijk geproduceerd, maar ook volledig buiten het reguliere Nederlandse distributielandschap uitgebracht. Samen met zijn zus, producent Asma El-Fassi, werkte de regisseur zes jaar aan zijn speelfilmdebuut, waarbij het duo putte uit hun eigen ervaring als mantelzorgers. Na een wereldpremière op het Marrakech International Film Festival toerde hun roadmovie de afgelopen maanden langs Nederlandse theaters, gepaard met een live voorprogramma van cabaretier Nabil Aoulad Ayad in een vrij unieke samensmelting van theater en cinema.
Maar Porte bagage vult ook op zichzelf al een gat in het Nederlandse filmlandschap, als gevoelige schets van een Nederlandse familie met Marokkaanse roots die moet leren omgaan met de intrede van de ziekte.

Eigenlijk is de dementie van vader Musa (Mahjoub Benmoussa) het minst belangrijk aan Porte bagage, waardoor de film minder zwaar leunt op de clichés van de dementie-roadmovie. El-Fassi is vooral geïnteresseerd in hoe deze nieuwe realiteit inwerkt op de complexe familiedynamiek. Bijvoorbeeld hoe de zorgzame Noor (prachtrol voor Ahlaam Teghadouini) een deel van haar verantwoordelijkheid moet overdragen aan haar meer egocentrische broers. Hun jongere broertje Hamza (Sahil Amar Aïssa, ook in topvorm) beklijft het meest als sympathieke brokkenpiloot, die Musa’s laatste trip terug naar zijn geboorteland licht en luchtig probeert te houden. Noor ziet ze niet dat Hamza met zijn grappen een essentiële rol in de familie vervult. Juist in tijden van grote zorgen en emotionele instabiliteit moet er immers gespeeld kunnen worden.
De film overstijgt zijn genregenoten vooral in de verbeelding van de spanningen van Nederlanders uit de diaspora, specifiek in het personage van Noor. Welke rol is er voor haar weggelegd als de zorg voor haar vader stopt? Een carrière als chefkok lonkt – aan het begin van de film zien we haar solliciteren bij een toprestaurant in Frankrijk – maar dat betekent ook dat ze de zorg voor haar vader moet overdragen aan een ander. Krijgt de jonge vrouw in dit gezin de ruimte en vrijheid om dat te doen? En gunt ze zichzelf die ruimte überhaupt? Of stort ze zich in de mantelzorg, denkend dat dit het hoogst haalbare in haar leven is?
Op het eerste gezicht verloopt Porte bagage totaal conform de regels. Maar als je iets verder kijkt, doet de film alles nét even anders – van scenario tot en met productie en distributie. Het resultaat is een aardige film over dementie, en een veel betere film over Nederlanders met een biculturele achtergrond die op zoek zijn naar hun eigen toekomst – een toekomst die niets te maken heeft met ouders en hun ziektes.