Marty Supreme

De pingpongtafel als hypnotiserend strijdtoneel

Marty Supreme

De hysterische achtbaanritten Good Time en Uncut Gems regisseerde Josh Safdie met zijn broer Benny. Voor Marty Supreme ging hij solo, maar hij maakte toch weer een manische film. Over een tafeltennisser die alles op het spel zet.

Marty Mauser, het even weerzinwekkende als onweerstaanbare hoofdpersonage van Marty Supreme, leeft uitsluitend voor de toekomst. Hij raast door het New York van net na de Tweede Wereldoorlog, vastbesloten om zijn versie van de Amerikaanse Droom te verwezenlijken.

Marty (Timothée Chalamet in de beste rol van zijn carrière) bluft, liegt en steelt zich een weg naar de top. Hij verkoopt nu nog schoenen, maar hij is ervan overtuigd dat hij de beste tafeltennisser ter wereld is. De enige horde die nog genomen moet worden, is dat hij genoeg geld moet verzamelen om naar het WK tafeltennis in Japan te kunnen.

Josh Safdie werpt steeds hogere barrières op, waardoor Marty’s missie al snel ontspoort. Knap is dat de film toch ook steeds iets komisch houdt. Er zijn momenten waarop Marty Supreme zelfs iets van een comedy-of-errors heeft.

Dit is een film vol bokkensprongen die naadloos aansluit op de eerdere films die de broers regisseerden. Net als Good Time (2017) en Uncut Gems (2019) is het een race tegen de klok. En net als Robert Pattinsons personage in Good Time en Adam Sandlers personage in Uncut Gems laat Marty in die race een spoor van ravage achter. Hij is zo ontzettend overtuigd van zijn eigen talent dat zijn grootheidswaanzin een sympathiek randje krijgt. Ondanks z’n talloze gebreken hoop je dat Marty zijn doel bereikt.

Safdie’s ontwikkeling als regisseur voel je in elk facet van deze film. Hij is bijna net zo baldadig als z’n personage en schotelt je scènes voor die je totaal niet in een historische sportfilm verwacht. Een geanimeerde sequentie van spermacellen die een eicel bevruchten valt gek genoeg niet uit de toon, net zo min als een hilarische cameo van genreregisseur Abel Ferrara, die met zijn gehavende gezicht perfect gecast is als gangster die Marty op de hielen zit.

De sport zelf is een bijzaak in de film, maar is wel weergaloos in beeld gebracht door Darius Khondji, die van de pingpongtafel een hypnotiserend strijdtoneel maakt. Zelfs de meest bizarre terzijdes werken, zoals een flashback van een Holocaust-overlevende die, werkend buiten het kamp, zijn lichaam stiekem met honing insmeerde zodat zijn medegevangenen dat ’s nachts van hem af konden likken.

Marty Supreme schiet van sportfilm naar misdaadthriller en noir-achtig melodrama – met een prachtrol voor Gwyneth Paltrow als tragische femme fatale. Dat de uiterst beweeglijke film toonvast blijft, is onder meer te danken aan de muziek van Daniel Lopatin, beter bekend als experimentele elektronische muzikant Oneohtrix Point Never. Lopatin deed ook de scores van Good Time en Uncut Gems, maar is hier, net als Safdie, op zijn best.

De synthesizerscore wordt aangevuld met popklassiekers uit de jaren tachtig als Alphaville’s ‘Forever Young’. Het versterkt het gevoel dat Marty Mauser een man is die niet in zijn tijd past. Die zo hard op de toekomst afrent dat hij veel eerder dan de rest van Amerika in een nieuwe tijd aankomt, waarin hypercompetitief individualisme de boventoon voert. De film bekritiseert dat niet, maar viert het. Misschien omdat Mausers bewijsdrang ook de bewijsdrang is van Josh Safdie.