MA VRAIE VIE À ROUEN

Pirouettes op kunstijs

  • Datum 08-12-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films MA VRAIE VIE À ROUEN
  • Regie
    Olivier Ducastel, Jacques Martineau
    Te zien vanaf
    01-01-2002
    Land
    Frankrijk
  • Deel dit artikel

Het ware leven ontdekken in Rouen

Een schooljongen krijgt voor zijn zestiende verjaardag een videocamera cadeau, en besluit een jaar lang zijn omgeving vast te leggen. Hij filmt het leven thuis, met zijn moeder, en op school, met zijn knappe klasgenoot en zijn aardige aardrijkskundeleraar. Geen meisjes? Wat heeft dat te betekenen?

Het regisseursduo Olivier Ducastel (42) en Jacques Martineau (40) liet eerder van zich horen met de lichtvoetige roadmovie Drôle de Félix (2000), waarin een twintiger een tocht van Dieppe naar Marseille ondernam, om op zoek te gaan naar zijn voor zijn geboorte verdwenen vader. Félix was half-Marokkaans, homoseksueel, seropositief en werkloos, maar regisseurs Ducastel en Martineau deden daar niet al te moeilijk over. Ze stuurden Félix juist op avontuur, en lieten hem het leven omarmen, als in een realistisch ogend sprookje.
In Ma vraie vie à Rouen wordt een iets jongere jongen op pad gestuurd, niet liftend langs de weg met zijn duim omhoog, maar liftend op zijn eigen omgeving, met zijn vinger op de opnameknop. Etienne gaat nog naar school, en woont nog bij zijn moeder die weliswaar jong verweduwd is, maar met blij gemoed in het leven staat. Ariane Ascaride, huisactrice van de Franse Ken Loach Robert Guédiguian, speelt dit soort vrouwen op afroep. Getekend door het leven, maar toch altijd opgewekt. Er gaat geen hedendaagse Franse film voorbij, of daar is ze weer: stralende lach, ondanks de middelbare leeftijd strak in het vel, en altijd goed om ergens tussen proletariaat en middenklasse krachtig en begerenswaardig te zijn. Voorspelbaar ook, en daar heeft de film in zijn geheel last van.

Verjaardagstaart
Eerst is het nog aangenaam toeven met die tiener achter de videocamera en de manier waarop hij huis-, tuin- en keuken-voorvalletjes vastlegt, en zichzelf filmt als schaatser, pirouettes draaiend op het kunstijs. Alles is dan nog onbestemd, en spannend. Je hebt nog geen idee waar Ducastel en Martineau naar toe willen met hun geobsedeerde tiener. De film boeit dan nog door die rare acteerstijl, waarbij professionele acteurs doen alsof ze gewone mensen zijn die verlegen, houterig, onwennig, lacherig voor de camera staan, en zich eigenlijk geen raad weten. Het ‘ware leven’ dat feitelijk vol zit met non-acties, non-dialogen, raakt dan ook meer en meer geënsceneerd. Een gebogen rug wordt voor een lopende camera gestrekt. De kaarsjes van een verjaardagstaart, die niet in één keer worden uitgeblazen, worden drie keer opnieuw aangestoken. De camera eist perfectie. De ‘personages’ raken geïrriteerd. Maar op het moment dat de toeschouwer een voorsprong opbouwt in het ‘verhaal’ en al lang en breed weet waarom Etienne niet geïnteresseerd is in meisjes, laten Ducastel en Martineau hun hoofdpersoon nog heel lang dobberen. Het wordt dan een vermoeiende film over een schooljongen die zijn homoseksualiteit ontdekt, terwijl dat voor de toeschouwer al zonneklaar is. De filmmakers passen dan ook kunstgrepen toe in het verhaal. Het ‘gewone leven’ koerst af op een ‘echt drama’, compleet met deus ex machina. Drôle de Félix was een mooier sprookje.

Belinda van de Graaf