Leviathan (Lucien Castaing-Taylor, Verena Paravel)

Zintuigelijk Zeemonster

Ooit zeeziek een bioscoopzaal uitgestrompeld? Het IDFA-programma Paradocs vertoont ‘horrordoc’ Leviathan, een film die het documentaire genre opnieuw uitvindt. Alweer een grensverleggend hoogtepunt uit het Sensory Ethnography Lab van Harvard.

Zes keer stapten documentairemakers Véréna Paravel en Lucien Castaing-Taylor aan boord van een vissersschip, steeds voor een reis van twee weken op de Noord-Atlantische Oceaan. Castaing-Taylor was het grootste deel van de tijd zeeziek. Paravel moest bij thuiskomst meermaals in het ziekenhuis op verhaal komen. Op zee hielden ze elkaar op de been door om beurten voor te lezen uit Moby Dick, de negentiende-eeuwse klassieker van Henry Melville, die zich in dezelfde wateren afspeelt als waar zij hun Leviathan vingen.
De film Leviathan is een monster, zoals de titel al verraadt, dat de kijker uitdaagt. Vernoemd naar het Bijbelse zeemonster uit het boek Job, waarin god zijn dienaar op de proef stelt. Thomas Hobbes verwees ernaar in zijn gelijknamige traktaat over staatsinrichting, waarin hij de natuurtoestand schetste als een strijd van allen tegen allen. De film verwijst ook weer naar Hobbes: de strijd van de mens tegen de elementen, tegen zeemonsters, en tegen zichzelf; op leven en dood, getuige de vele vermiste schepen die op de aftiteling in herinnering worden geroepen. En de vele door de scheepsbemanning gedode soorten vis die daar gebroederlijk op volgen. Vanwege de grimmige, duistere, claustrofobische setting met vochtig metaal en glibberige wezens werd de documentaire al vergeleken met Tony Scotts scifi horrorklassieker Alien. De sensationele film ging afgelopen augustus in première op het Filmfestival Locarno en maakte sindsdien een zegetocht langs talloze festivals voordat hij nu de verjaardagseditie van het IDFA aandoet.

Vlaggenschip
Leviathan is het vlaggenschip uit de documentaire school die Lucien Castaing-Taylor in 2006 begon onder de naam Sensory Ethnography Lab (SEL) aan de Amerikaanse Harvard University. Een praktische filmcursus voor jaarlijks tien studenten met bijbehorende faciliteiten; een bijzonder huwelijk tussen wetenschappelijke theorie en filmpraktijk. Toen Castaing-Taylor ermee begon, was hij plaatsvervangend hoofd van Harvards Film Study Center, dat in 1957 werd opgericht door de vermaarde Amerikaanse antropoloog en documentairemaker Robert Gardner (Dead Birds, Rivers of Sand, Forest of Bliss). Gardner maakte observerende documentaires die door middel van associatieve montage een min of meer afgerond verhaal vertelden. Belangrijkste uitgangspunt van SEL is dat de typisch filmische mogelijkheden om de zintuiglijke ervaringswereld vast te leggen ten volle worden benut. "We proberen films te maken die niets zéggen", aldus Castaing-Taylor in een op YouTube gepost interview over Leviathan. Hij betoogt verder dat de documentaire zich te veel door de fictie-praktijk heeft laten verleiden tot het maken van een statement. Castaing-Taylor: "Te bedenken dat het complete domein van de werkelijkheid dat non-fictie is, beroofd is van zijn overvloed, van de hele op ervaring gebaseerde, zintuigelijke kwaliteiten van het daadwerkelijk in de wereld zíjn, van de geleefde ervaring zelf, zodat die kan worden gereduceerd tot betekenis, kan worden ingekapseld in taal en proza; het is zo’n karikatuur van wat film vermag! Dat verklaart waarom de meeste documentaires zo zwak zijn." Regiecredits vindt hij onzin, omdat de werkelijkheid zich niet laat regisseren. Documentaires maken is een kwestie van anticiperen op toeval, aldus Castaing-Taylor.

Hyperfysiek
Trefzeker herdefinieert Leviathan de documentaire film tot een sensationele ervaring pur sang, in de beste zin des woords. Gefilmd met kleine GoPro-camera’s, die op en rond het schip hyperfysieke, ruw-poëtische en even subjectieve als abstracte beelden verzamelden: vastgebonden aan de torso’s van de vissers, heen en weer klotsend in een bak met stervende vissen, schuivend over het dek, half verzuipend in het woeste zeewater onder een dreigende hemel vol zwart uitslaande meeuwen. Bemanningsleden zijn niet meer dan een stomende sigaret onder een capuchon, een zwaar getatoeëerde arm die mechanische bewegingen maakt, een buitenaards ogend wezen in een glimmend oranje pak dat mysterieuze handelingen verricht op een nachtelijk verlicht dek.
En dan de geluidsband met ingeblikt, verwrongen geluid, waarop het gegrom van de scheepsmotor en het gebulder van zee en wind als grondtonen om voorrang strijden. Daarbovenop het gekreun van hydraulische kranen, blikken bevelen door de intercom, het knerpen van mes op schelp of graat, naast borrelend, kletterend water. Geen interviews, geen voice-over, geen muziek, behalve dan even de heavy metal uit het vooronder. Begin- en eindtitels zijn geschreven in een gotische letter.
Leviathan is pure romantiek in de negentiende-eeuwse zin van het woord: persoonlijk, vertrouwend op de beeldende kracht van emotie en intuïtie, met een hoofdrol voor de overweldigende natuur. Maar gemaakt door 21ste-eeuwse cyborgs — een term die Paravel en Castaing-Taylor graag gebruiken: filmmakers die camera- en geluidsapparatuur zien als verlengstukken van hun eigen belevingswereld.

Losse volksstam
Een van de SEL-deelnemers van het eerste uur is John Paul Sniadecki, die in 2010 samen met Véréna Paravel Foreign Parts maakte, over het leven op en rond de autosloperij van Willets Point in Queens, New York. Dit jaar draaide Sniadecki’s ‘one take’ documentaire People’s Park in Locarno: een betoverende ‘wandeling’ door een Chinees park. Via Skype zegt hij over het SEL-verband: "We zijn een soort losse volksstam. Sommigen volgen de cursus, maken een korte film en doen het daarna nooit meer. Anderen komen terug. Maar Véréna en Lucien zijn voor mij als een zus en een broer."
Als inspiratiebronnen voor hun werk verwijst Sniadecki naar makers die opereren op het snijvlak tussen arthouse film en hedendaagse kunst. Hij noemt David MacDougall, Tacita Dean, Sergei Dvortsevoy, Arthur Peleshian, Sharon Lockhart en Steve McQueen, wiens werk tijdens de colleges van Castaing-Taylor werd behandeld. Maar ook de Nederlandse videokunstenares Fiona Tan en documentairemaker Leonard Retel Helmrich waren op Harvard te gast om hun werk toe te lichten.
Over de plaats van SEL-makers in de antropologische documentaire-traditie zegt Sniadecki: "Sommige antropologen vinden ons werk anti-etnografie omdat we geen context bieden. Maar er zijn er ook die van onze films genieten en ze bestaansrecht toedichten. Ik neem etnografie serieus in de zin dat ik geloof dat het zinvol is om voor een film veel tijd te investeren in een plek, om die wereld te proberen te begrijpen, de camera neer te leggen en met mensen te praten, toe te staan dat ze je uiteindelijke film helpen vormen, en om genoegen te kunnen nemen met de ambiguïteit van het leven."

Karin Wolfs

Het International Documentary Filmfestival Amsterdam viert dit jaar z’n 25ste verjaardag van 14 tot en met 25 november met vertrouwde competities voor lange, korte en Nederlandse documentaires, een Top 10 van vaste IDFA-gast Victor Kossakovski, experimentele docu’s in het Stedelijk Museum en De Brakke Grond en het Paradocs-programma dat de naam van IDFA’s ‘creatieve documentaire’-traditie hoog houdt. Voor meer informatie zie idfa.nl


Belangrijkste SEL-films

Leviathan | 2012 | Véréna Paravel & Lucien Castaing-Taylor | Winnaar van de FIPRESCI-prijs van de internationale filmkritiek in Locarno. Zie artikel. Te zien op IDFA.

People’s Park | 2012 | J.P. Sniadecki & Libbie Dina Cohn | One take — ritje door een Chinees volkspark, langs de vele plekken waar mensen aan zelfexpressie doen door middel van muziek, zang en dans. Gefilmd vanuit een rolstoel, waardoor het lijkt of je in een treintje door een attractiepark rijdt. Draaide in Locarno, maar helaas niet op IDFA.

Foreign Parts | 2010 | Véréna Paravel & J.P. Sniadecki | Verslag van het leven rond de met sluiting bedreigde autosloperij van Willets Point, Queens, waar de onderdelen van sloopauto’s aan een tweede leven beginnen en een bron van inkomsten vormen voor immigranten. Beste film op zowel het DocsBarcelona Film Festival als het Punto de Vista documentaire festival van Pamplona, vertoond in MoMa. Te zien via mubi.com

Sweetgrass | 2009 | Ilisa Barbash & Lucien Castaing-Taylor | Barre tocht door de bergen van Montana aan de zijde van cowboys die daar voor het laatst met hun schapenkudde rondtrekken. Genomineerd voor de Independent Spirit Award voor beste documentaire. Te zien via mubi.com


Belangrijkste SEL-filmmakers

Lucien Castaing-Taylor (1966) | Gerekend tot de vijftig beste filmmakers onder de vijftig jaar door filmtijdschrift CinemaScope. Oprichter van en drijvende kracht achter het Sensory Ethnography Lab, dat in 2006 begon met een cursus documentaire maken aan Harvard University. Daarnaast sinds 2008 directeur van het Film Study Center van Harvard. Geboren en getogen zonder tv of film in de Britse havenstad Liverpool, waar zijn vader in de scheepvaart werkte. Ontmoette zijn vrouw Ilisa Barbash op de filmopleiding van de University of Southern California eind jaren ’80. Samen maakten ze in 2009 de eerste lange SEL-documentaire Sweetgrass. Tekende met Paravel voor Leviathan.

Véréna Paravel (1971) | Had nog nooit een film gemaakt toen ze bij Castaing-Taylor aanklopte om toegelaten te worden tot zijn SEL-cursus, maar was al wel doctor in de antropologie en sociologie. Groeide als dochter van een Franse olie-ingenieur op in Portugal, Algerije, Rusland, Ivoorkust en Togo. Verhuisde in 2002 van Toulouse naar New York en later naar Boston. Doceert nu antropologie in Harvard en is wat film betreft gespecialiseerd in kleurcorrectie, waarvan het resultaat te zien is in Leviathan. Maakte eerder met Sniadecki Foreign Parts.

J.P. Sniadecki (1979) | Groeide op in een katholiek gezin van Poolse komaf op een kleine geitenboerderij in Marne, Michigan. Studeerde film, filosofie en leerde Chinees. Maakte als 19-jarige zijn eerste buitenlandreis naar China, waar hij bij aankomst vast kwam te zitten in een studentenoproer omdat de NATO die dag de Chinese ambassade in Belgrado bombardeerde: "Een vormende ervaring." Zag sindsdien alle hoeken van China, waar hij meerdere periodes studeerde, woonde en werkte. Ging in 2005 als masterstudent naar Harvard, waar Castaing-Taylor net SEL had opgezet, en maakte vier korte films — allemaal over China — voor hij met Paravel Foreign Parts maakte en later People’s Park.