L’envol

Een te groot mens voor een te kleine plek

L’envol

Pietro Marcello vermengt landerig drama met oorlogstragiek, fictie met archiefbeelden en fel realisme met musical in het wonderlijke L’envol.

“Een film met grote handen”, noemde collega Dana Linssen Martin Eden (2019). Knoestige handen spelen opnieuw een hoofdrol in Pietro Marcello’s nieuwe speelfilm L’envol. Hier: de eeltige knuisten van oorlogsveteraan Raphaël, die daarmee desondanks verfijnd houtwerk fabriceert en prachtige muziek maakt.

L’envol (‘de vlucht’) is losjes gebaseerd op het korte verhaal De scharlaken zeilen van Aleksandr Grin. Exact zo losjes als Marcello eerder omsprong met Jack Londons roman Martin Eden. Dat verhaal verplaatste hij van de Verenigde Staten naar het Italië van het interbellum, en L’envol plaatst hij nu in het Frankrijk van diezelfde tijd.

Grins verhaal speelt zich, zoals vrijwel al het werk van de Russische schrijver, af in een fictieve wereld die zijn fans ‘Grinlandia’ hebben gedoopt. Marcello verplaatst het naar de zeer aardse realiteit van het Normandische platteland in de decennia na de Eerste Wereldoorlog. Die realiteit zet de regisseur in de opening van de film stevig aan met archiefbeelden van strijdende soldaten – het zelfverzekerd vermengen van fictie en archief blijkt opnieuw een van Marcello’s unique selling points.

Het is bijna alsof Raphaël (Raphaël Thiéry) zo uit die oude beelden komt stappen. Gebroken en getraumatiseerd stiefelt hij een stoffig landweggetje af. Thuis aangekomen blijkt zijn vrouw overleden terwijl hij aan het front was en blijkt hij vader van een jonge dochter.

Gaandeweg verschuift het perspectief, eerst bijna onmerkbaar en dan onherroepelijk, naar die dochter, Juliette (als volwassene gespeeld door Juliette Jouan). Zowel vader als dochter wordt door het dorp met de nek aangekeken – hij had beter in het harnas kunnen sterven, fluistert men achter zijn rug, en zij is duidelijk een te groot mens voor deze kleingeestige omgeving. Een mogelijke uitweg arriveert in de vorm van vliegenier Jean (Louis Garrel), van wie het toestel strandt in een weiland net buiten het dorp.

De vergelijking met Martin Eden dringt zich vaak op tijdens L’envol. Dezelfde combinatie van gloedvolle, korrelige 16mm-beelden en archiefmateriaal. Dezelfde setting in het Europa tussen twee Wereldoorlogen, de geschiedenis waaruit ons heden werd geboren. Dezelfde excentrieke mengeling van fel realisme en sprookjesachtige mystiek. Het zijn twee films die in elkaar doorklinken, als keerzijdes van een medaille – via Juliette krijgen we hier het vrouwelijke perspectief op de geschiedenis waarop Martin Eden de mannelijke blik toonde.

Die vergelijking pakt niet altijd positief uit voor L’envol – er is iets minder urgentie, iets meer landerigheid. Wat niet wegneemt dat Marcello zich opnieuw een meester van atmosferisch filmmaken toont.