LA VIE EN ROSE

Geromantiseerde ode aan Edith Piaf

  • Datum 18-02-2011
  • Auteur
  • Gerelateerde Films LA VIE EN ROSE
  • Regie
    Olivier Dahan
    Te zien vanaf
    01-01-2007
    Land
    Frankrijk/Engeland/Tsjechië
  • Deel dit artikel

la vie en rose was de openingsfilm van het Filmfestival Berlijn. De Edith Piaf-biopic houdt de mythe rond de zangeres in stand.

Nee, niets, niemendal, nergens heeft ze spijt van. Van het goede noch het kwade dat haar overkwam; het doet haar allemaal niks. Edith Piaf zong het keer op keer en nu doet ze het weer, in het onvermijdelijk slotakkoord van de aan haar gewijde biopic met de mild-ironische titel la vie en rose. Dat het leven van de beroemde vertolkster van het Franse levenslied niet over rozen ging, is algemeen bekend.
Regisseur/scenarist Olivier Dahan, die zich samen met Isabelle Sobelman over het script boog, kon met Piafs bewogen biografie putten uit een zee aan dramatisch materiaal. De vertellers vallen in de openingsscène dan ook met de deur in huis. Onheilspellende akkoorden zetten de toon bij een Amerikaans optreden in 1959 dat eindigt met de komst van een ambulance. De gesoigneerde New Yorkse setting maakt vervolgens plaats voor een modderige Parijse volkswijk anno 1918, waar een handheld camera een smoezelig kind volgt dat voor galg en rad opgroeit. Moeder zingt op straat voor een aalmoes. Vader keert terug van het front om de kleine Edith onder te brengen bij zijn moeder die een hoerentent runt.

Lappendeken
Gedurende de rest van de film schakelt de vertelling voortdurend heen en weer tussen de jeugdjaren van de kleine mus (la môme luidt dan ook de originele titel van de film) en haar laatste jaren als diva, compleet met plaats- en jaaraanduidingen. Het tekent de volledigheidsdrang van de makers, die voortkomt uit een teveel aan respect voor de aanbeden chansonnière en een gebrek aan keuzes voor een coherent verhaal. Typerend is het desoriënterende leger aan bijfiguren dat marcheert in het kielzog van Piaf. Terwijl van de meeste mensen onduidelijk blijft wie of wat ze zijn, wijdt de diva tijdens een diner opeens wel een bedankje aan haar pianiste: een functieloos gebaar dat het verhaal geen spat verder helpt.
Dramatische accenten zijn er wel gelegd op de traumatische momenten in Piafs leven, zoals de keren dat ze met geweld van een geliefde werd gescheiden. De laatste breuk levert weliswaar een prachtig gemonteerde scène op waarin een wanhopige Piaf als een geest van het ene naar het andere vertrek doolt, om zich in dezelfde vloeiende beweging plotseling terug te vinden op het podium. Maar het is te weinig om de bijna twee en een half uur durende lappendeken van een dragend fundament te voorzien.
Ondanks het spel van actrice Marion Cotillard, die een betoverende imitatie van Piaf in zich heeft, overstijgt la vie en rose het liefdeslied niet. In deze geromantiseerde ode is Piaf geen vrouw van vlees en bloed. Dahan houdt de mythe in stand, met ‘je ne regrette rien’ als voor de hand liggend eindpunt, terwijl de zoektocht naar de vrouw die ‘C’est moi!’ riep toen ze dat complexe strijdlied voor het eerst hoorde, daar ook had kunnen beginnen.

Karin Wolfs