LA VEUVE DE SAINT-PIERRE

Het moet leven!

  • Datum 18-02-2011
  • Auteur
  • Gerelateerde Films LA VEUVE DE SAINT-PIERRE
  • Regie
    Patrice Leconte
    Te zien vanaf
    01-01-1999
    Land
    Frankrijk
  • Deel dit artikel

Patrice Leconte, wendbaar cineast en verhalenverteller uit Parijs. In zijn nieuwste film La veuve de Saint-Pierre regisseerde hij Emir Kusturica en Juliette Binoche. "Trieste verhalen fascineren me."

Patrice Leconte (foto: André Bakker)

Een Parijse decembermiddag, tien jaar geleden. Na een nachtelijke rit in een met huisvrouwen en dochters doorhangende touringcar (de reizende cinefiel die niet welgesteld is moet inventief zijn) spoed ik me onder een dreigend donkere hemel naar de bioscoop UGC Biarritz op de Champs-Elysées. Na een korte entr’acte verschijnt op het doek het beeld van de Franse westkust en begint Le mari de la coiffeuse, het verhaal van een jongetje dat ervan droomt om met een kapster te trouwen.
De maker van deze wonderlijke vertelling was Patrice Leconte (Monsieur Hire, Ridicule, La fille sur le pont), die tien jaar later te gast is in Amsterdam. Aanleiding is de voorvertoning tijdens het Franse-Filmfestival Ciné Premières van Lecontes zeventiende film: het kostuumdrama La veuve de Saint-Pierre, over een ter dood veroordeelde arbeider (Emir Kusturica) die in het Newfoundland van 1849, wachtend op de voltrekking van het vonnis, door de echtgenote van een legerkapitein (Juliette Binoche) onder de hoede wordt genomen.
"Collega Claude Faraldo schreef het scenario zo’n acht jaar geleden, maar geen producent gaf hem het groene licht, daarvoor was het project te prestigieus en kostbaar en vond men Faraldo te weinig bekend. Erg jammer voor hem, maar zo werkt filmproductie nu eenmaal", vertelt de tengere Leconte (1947), die geldt als wendbaar cineast en bescheiden mens. "Toen het script na vele omzwervingen bij de producent van Ridicule terechtkwam, kreeg ik het aangeboden, maar ik werkte aan La fille sur le pont en het project schoof door naar Alain Corneau (regisseur van excellente thrillers als Série noire en Police Python .357, OK). Corneau haakte echter in de voorbereidingsfase ineens af en zo kwam, tot mijn vreugde, La veuve de Saint-Pierre na een jaar toch bij mij terecht. Waarom ik deze film graag wilde maken kan ik niet zeggen. Het is net als verliefd zijn: je bent het zonder precies te weten waarom."

Botsauto
Het in Nova Scotia met een forse équipe opgenomen La veuve heeft Leconte meer energie gekost dan gebruikelijk: "Door de soms barre weersomstandigheden met sneeuw en mist, en de snel veranderende dagen werden veel scènes afgebroken om ze later te hervatten. Tegen het einde van de draaitijd zaten we met heel wat onvoltooide scènes, en dan is het zaak om je kalmte te bewaren." Hij fronst het voorhoofd. "En met zoveel geld en prestige op het spel verlies je snel de essentie uit het oog: de breekbaarheid en subtiliteit van het verhaal. Toch hoop ik dat ik erin ben geslaagd om in de twee uur die de film duurt die onderhuidse spanning, de onderdrukte emoties van de drie hoofdpersonages voelbaar te maken."
Regisseur Emir Kusturica (Underground, Black cat, white cat) als de ter dood veroordeelde Neel Auguste is een opmerkelijk staaltje casting. Leconte: "Ik kneep hem wel een beetje, want ik dacht dat Emir zich met de regie zou bemoeien of zich na twee weken zou vervelen. Maar voor hem was het zonder al die verantwoordelijkheden net vakantie. ’s Avonds tijdens het eten grapte hij eens provocerend tegen Daniel [Auteuil, de legerkapitein in La veuve]: ‘Wat een lui vak hebben jullie acteurs! Patrice doet al het werk!’ Waarop Daniel ironisch antwoordde: ‘Klopt, wij zijn lui van nature.’ Maar Juliette Binoche ging er serieus op in en zei ontsteld: ‘Maar dat kun je toch niet zeggen, Emir, acteren is een zwaar vak!’"
Als reactie op het grote La veuve maakte Leconte onlangs het kleinschalige Félix et Lola, met een kermis als coulisse: "Philippe Torreton, uit Bertrand Taverniers Capitaine Conan en Ça commence aujourd’hui, is de eigenaar van een botsautootjesattractie en ontmoet op een dag een bijzonder meisje, gespeeld door Charlotte Gainsbourg. Het is een kleine liefdesgeschiedenis, wat sentimenteel, daar houd ik nu eenmaal van." De film moet nog uitkomen, maar de energieke Leconte (die daags na het interview 53 wordt en daar allerminst gelukkig mee is) zit alweer midden in de pre-productie van het ambitieuzere Rue des Plaisirs, waarvoor hij eind januari de set weer op mag. "Het scenario van Serge Frydman, die ook La fille sur le pont schreef, gaat over drie heel verschillende mensen in een Parijs’ huis van plezier aan het eind van WO II. Verwacht geen happy end, zoals in La fille, het is een fantasie die dramatisch eindigt. Trieste verhalen fascineren me."
Ook voor die film zal de ex-stripmaker voor het legendarische tijdschrift ‘Pilote’ weer zelf de camera hanteren, de tijdrovende belichting laat hij aan de chef-operateur over. "Omdat ik zelf kadreer en fotografeer, ontstaat er tussen de acteurs en mij een intimiteit die vaak emotionele momenten oplevert. Ik snap niets van die hedendaagse regisseurs die aan de rand van de set via een monitor de takes gadeslaan en af en toe iets richting acteurs roepen." (Imiteert megafoongeluid:) "’Okee, nog een keer, maar dan wat sneller graag!’ Een bevriende cameraman zei onlangs tegen me dat dit een hoofdreden is waarom tegenwoordig zoveel films net televisie lijken; door de op een monitor gekadreerde fotografie staat alles in het midden, en voel je vrijwel geen menselijke interactie." Leconte draait het liefst in CinemaScope: "Het brede, rechthoekige formaat weerspiegelt de lay-out van een pagina en het is zo vitaal. Ik houd ook niet van al te statische shots, het moet leven!"

Stille ontgoocheling
Waarvan acte in de avonturenkomedie 1 chance sur 2 (1998), waarin de oude helden Alain Delon en Jean-Paul Belmondo actrice/zangeres Vanessa Paradis flankeren: met zijn karikaturale schurken, snedige dialogen en finale vol dynamietstaven herinnert deze heerlijke brok zaterdagavondverstrooiing aan de avonturenstrips uit de jaren zeventig (‘Bernard Prince’, ‘Bruno Brazil’ et cetera) en aan de genrefilms van vaklui als Robert Enrico, Henri Verneuil en Georges Lautner. De onverwachte flop kwam dan ook hard aan, vertelt Leconte, nog steeds enigszins verbaasd: "De pers snapte niet dat de regisseur van het serieuze en veelbekroonde Ridicule een ‘dergelijke pretentieloze publieksfilm’ maakte. Het is absurd, maar ik mocht me blijkbaar niet al te veel amuseren. Het ergste was echter, dat het jonge bioscooppubliek niet meer geïnteresseerd bleek in Belmondo en Delon; het heeft andere helden. Ik vond juist de ironie in het verhaal amusant: twee oudere, wat ingedutte kerels vragen zich af of ze nog een potje kunnen knallen als ’t erop aankomt."
Dat kunnen ze. Zo hangt de inmiddels witblond geworden Belmondo weer net als vroeger aan de touwladder onder een helicopter. Een enthousiaste Leconte: "Die scène stond niet zo in het script, ik had hem dat nooit durven vragen! Belmondo, die veel humor heeft en zichzelf niet zo serieus neemt, kwam er zelf mee. Terugkijkend moet ik wel zeggen dat het werken met de twee grootheden niet altijd even makkelijk was, en ik prefereer mijn actiefilm Les spécialistes, waarmee de jonge acteurs Bernard Giraudeau en Gérard Lanvin in 1985 de fakkel eigenlijk overnamen van Delon en Belmondo, boven 1 chance sur 2."
Weinig bekend is Leconte’s acht minuten durende eenakter Le batteur du Boléro (1991) met komiek Jacques Villeret (uit Le dîner de cons). "Dat was een geintje. Ik heb namelijk een ontzettende hekel aan de Boléro van Ravel, en vertelde destijds aan Cannes-festivaldirecteur Gilles Jacob dat ik een ideetje had voor een korte film over de arme drommel in het orkest die zestien minuten lang met die drumroffel de maat moet aangeven. Gilles zei: ‘Maak dat filmpje maar, dan programmeer ik het in de eerstvolgende Cannes-editie.’ Let wel: hij zei niet ‘Hier heb je geld en draai ’t maar’, nee." Hij grijnst kwajongensachtig. Trouwens, zestien minuten Boléro in een filmpje van acht minuten? "We hebben een ultra-korte Boléro-versie gemaakt, anders was ’t ondraaglijk geweest", is de droge repliek.
Tegen het einde van het gesprek uit ik mijn bewondering voor Le parfum d’Yvonne (1994), de fijnzinnige adaptatie van Patrick Modiano’s roman ‘Villa triste’. Patrice Leconte is zichtbaar geroerd. "Ik houd enorm van zijn werk, de weemoed, de stille ontgoocheling erin. Nadat Modiano de film had gezien vertelde hij geëmotioneerd dat hij zoveel zaken herkende. Ja, ik geloof dat ik dichtbij zijn specifieke universum ben gekomen. Zijn tekst is altijd zo compact, hij roept met zo weinig middelen een melancholieke sfeer op." Op de suggestie toch nog eens een ‘Modiano’ te verfilmen reageert Leconte warm maar ontwijkend: "Die film is mijn grootste échec aan de box-office geworden, en ik ben niet bijgelovig, maar ik betwijfel of ik ooit nog iets van hem voor film bewerk. Hoewel ik graag ‘Dimanches d’août’, dat zich in Nice afspeelt, zou doen. Wat me altijd zal spijten is dat de eerste film die idiote titel Le parfum d’Yvonne draagt en niet Villa triste heet, zoals het boek." Producenten hebben altijd het laatste woord — some things never change.

Oliver Kerkdijk


La veuve de Saint-Pierre

Het zwaard van Damocles

La veuve de Saint-Pierre speelt zich af rond 1850 op het eilandje Saint-Pierre bij Newfoundland, waar een Franse legerkapitein (Daniel Auteuil) en zijn echtgenote (Juliette Binoche) zich ontfermen over de voor moord ter dood veroordeelde rauwdouwer Neel Auguste (Emir Kusturica). De voor de executie voorgeschreven guillotine moet echter van overzee komen en in afwachting daarvan helpt Neel de officiersvrouw, in de volksmond Madame La genoemd, met allerlei klusssen. Het karakter van de zwijgzame man rijmt nauwelijks met de misdaad waarvoor hij moet boeten en gaandeweg wint hij de affectie van Madame La en het respect van haar dwarse maar rechtvaardige kapitein, die allebei de idealen van 1789 helder voor ogen hebben. Wanneer Neel een vrouw redt uit een levensbedreigende situatie, is hij de held van het dorp. Een jaar verstrijkt en niet alleen Madame La is ervan overtuigd dat executie van de sterk veranderde gevangene geen gerechtigheid maar een mensonwaardige vergeldingsdaad zal zijn. Dan arriveert het schip met aan boord de ‘veuve’ (bargoens voor valbijl), en de tragedie neemt haar loop.
In het oorspronkelijk door Claude Faraldo als aanklacht tegen de doodsstraf geschreven verhaal lag het accent op de positie van de analfabete proletariër. Faraldo zelf was overigens de eerste Franse regisseur die in de jaren zeventig vanuit de underdog-positie van arbeider succes boekte met tegendraadse films als Bôf en Themroc. Leconte vervlocht de boodschap met zijn klassieke vertellerscinema: de acteurs staan op de voorplecht en brengen met de gecompliceerde onderlinge relatie van hun personages het humanisme in Faraldo’s tragedie over. In het elegant ogende en zorgvuldig geconstrueerde La veuve de Saint-Pierre, dat leeft van het gepassioneerde spel van de drie hoofdrolspelers, vallen opnieuw artisticiteit en ambacht samen — een onbetwiste kwaliteitsconstante in het rijke oeuvre van Patrice Leconte, verhalenverteller uit Parijs.

OK