La isla mínima
Seriemoorden onder de Spaanse zon
La isla mínima
In Post-Franco Spanje maken de lokale autoriteiten in een Andalusisch dorp het wel erg gemakkelijk voor een seriemoordenaar.
Twee rechercheurs reizen in 1980 van Madrid naar het broeierige deltagebied onder Sevilla waar twee zusjes spoorloos zijn verdwenen. Een lokale militair geeft aan dat dit niet ongebruikelijk is, de meisjes zouden wellustig zijn. De werkelijke toedracht is diepgaander – Pedro (Raúl Arévalo) en zijn partner Juan (Javier Gutiérrez) komen een seriemoordenaar op het spoor. Een onvervalste sadist die de vrouwen verminkt en verkracht voordat ze een worden met het landschap.
In hun zoektocht naar de dader stuiten ze op tegenwerking van getuigen en de lokale politiechef. De oogst is nabij en die moet niet verziekt worden door allerlei bijzaken. Ver van de hoofdstad lijkt er na de dood van dictator Francisco Franco weinig veranderd. De Madrileense agenten ontdekken een voedingsbodem voor ellende – een plek waar niemand wil blijven. Een dichotomie van schoonheid en verval waar de industriële revolutie nooit heeft plaatsgehad. Met adembenemend mooie moeraslanden en rechthoekige irrigatiekanalen, waar het repetitieve geluid van krekels het tempo bepalen.
La isla mínima leidt tot een catharsis. Net als in de televisieserie True Detective (2014) en in het intrigerende Memories of Murder (2003) van de Koreaanse filmmaker Bong Song-ho heeft de zoektocht naar een psychopaat een botsing tussen oude wereld en nieuwe wereld tot gevolg. Heroïne is hier het medicijn tegen de armoede. De twee Madrilenen komen in conflict met het hete klimaat en het constante wantrouwen van de gemeenschap, maar ook met elkaar. Iedereen heeft een geheim. Het is allemaal sferisch en donker gefilmd, verborgen voor de septemberzon. Aan het einde komt de regen, ter ondersteuning van de ontluisterende slotwending.