Karakter

Een calvinistisch verhaal op katholieke wijze verbeeld

  • Datum 27-10-2020
  • Auteur Boyd van Hoeij
  • Gerelateerde Films Karakter
  • Regie
    Mike van Diem
    Te zien vanaf
    17-04-1997
    Land
    Nederland, 1997
  • Deel dit artikel

Karakter

De meest recente Nederlandse Oscar-winnaar, de Bordewijk-verfilming Karakter uit 1997, draait opnieuw in de bioscoop. Een terugblik op dit markante regiedebuut van Mike van Diem, die een Nederlandse film met internationale allure maakte.

De ambitieuze Rotterdamse bastaardzoon Katadreuffe (een piepjonge, doelbewust naïef ogende Fedja van Huêt) ligt zijn hele leven al overhoop met zijn vader, de imposante deurwaarder Dreverhaven (Jan Decleir, nors en genadeloos). In de indrukwekkende openingsscène van Karakter plant Katadreuffe, in de jaren dertig eindelijk advocaat geworden maar waarschijnlijk niet dankzij zijn vader, een knipmes in het houten bureau van Dreverhaven. “U bestaat niet meer voor mij!”, declareert Katadreuffe, die zegt dat hij nooit de hand zou kunnen schudden van iemand die hem zijn hele leven heeft tegengewerkt. “Of meegewerkt”, bromt uiteindelijk Dreverhaven, een man die niet graag ook maar één woord te veel gebruikt. Niet veel later vliegt de jongeman zijn enerverend stoïcijnse pa letterlijk naar de keel.

Mike van Diem, die het scenario schreef in samenwerking met Ruud van Megen en producent Laurens Geels, gebruikt deze flashforward, die niet in de chronologisch vertelde roman zit, om de ongemakkelijke relatie tussen vader en bastaardzoon direct op scherp te zetten. Doordat Katadreuffe de rest van het verhaal in flashbacks aan de politie vertelt, komen we als kijker langzaam te weten hoe veel wrok en wrevel de zoon koestert tegenover zijn vader en tot op welke hoogte een of beiden van hen gelijk had. Wie zat er wie in de weg en wie hielp nu wie? Al van kinds af aan probeert Katadreuffe zich als bastaardzoon van een huishoudster langzaam omhoog te werken door vlijtig te studeren en te werken, maar het blijkt nooit genoeg, tenminste niet als je rijke en invloedrijke vader die je bijna niet kent constant achter de schermen aan de touwtjes blijkt te trekken.

Deze voor de film gecreëerde structuur – die als motor voor de spanning het feit gebruikt dat Katadreuffe misschien wel patricide heeft gepleegd, aangezien de politie Katadreuffe ondervraagt na de dood van Dreverhaven op de dag dat het mes het bureau in ging – verbuigt het genre van Bordewijks roman. Van een uitgebeende, calvinistische Bildungsroman wordt het een soort familiale film noir met Bildungselementen.

Die film noir-indruk wordt niet alleen gegeven door het feit dat het buiten vaak pijpenstelen regent of het in ieder geval donker weer is, maar vooral ook door het veelvuldige gebruik van chiaroscuro in de fotografie van Rogier Stoffers. De enorme Rotterdamse havenpakhuizen zijn van binnen altijd duister en onheilspellend, met hier en daar een geconcentreerde lichtschacht die dramatische schaduwen oplevert als iemand er doorheen loopt – of rent.

Het ziet er niet alleen spectaculair uit op het grote doek maar versterkt ook het hoofdthema van Bordewijk. Een vader kan zijn kind misschien wel “voor negen tiende wurgen”, zoals Dreverhaven aan Katadreuffe’s moeder en zijn voormalige huishoudster Joba (Betty Schuurman) uitlegt, maar die laatste één tiende ademruimte zal hem, als het goed is, sterker maken. Veel duisternis maar met kleine maar uiteindelijk misschien wel verlossende lichtpuntjes dus, alsof Caravaggio de sculpturale belichting van de film heeft verzorgd.

Waarom de Italiaan Caravaggio erbij halen en niet Rembrandt, Neerlands grootmeester bekend om zijn gebruik van clair-obscur? Dat ligt vooral aan het feit dat de film visueel heel katholiek aandoet. Rembrandts stijl is eerder gereformeerd, bezinnend en bijna verstild, terwijl we bij Caravaggio vaker de chaotische drukte en heftigheid van de Italiaanse barok aantreffen, een kunststroming die door de contrareformatie werd voortgestuwd (als reactie op de beeldenstormen werd alles alleen nog maar heftiger in beeld gebracht). Karakter, dat op een bijna oudtestamentische manier het onderwerp van de vaderliefde aansnijdt, is dus een calvinistisch verhaal dat op een katholieke manier verbeeld wordt.

Stoffels’ gebruik van licht is niet het enige dat katholiek aandoet. Ook zijn camerabewegingen voelen heel barok aan, doordat ze sierlijk en tegelijkertijd een beetje gehaast zijn en daardoor de overdadige maar toch elegante wanorde van de Italiaanse barok heel precies verbeelden. Wat deze indruk nog eens versterkt is het drukke snijritme van de montage van Jessica de Koning; steadicamshots duren vaak maar enkele seconden en worden dan onderbroken door een ander shot, waardoor het verhaal constant op zichzelf vooruit lijkt te willen lopen. Deze montagetechniek onderstreept hoe Katadreuffe zichzelf voelt, want al zijn pogingen om vooruit te komen in het leven lijken door zijn vader te worden afgesneden en toch blijft hij maar doorrennen, in de hoop het uiteindelijk van zijn vader te kunnen winnen.

Het production design van Rikke Jelier en Alfred Schaaf, met decors uit vooral Antwerpen en Hamburg (omdat de Rotterdamse haven in de Tweede Wereldoorlog platgebombardeerd werd), zit ook vol met kleine, barokke details. Neem de korte scène waarin Dreverhaven als deurwaarder een familie letterlijk op straat gooit nadat ze tevergeefs geprobeerd hebben hem ervan te overtuigen dat een van hen stervende is. Het tafereel had rechtsreeks uit een schilderij van Caravaggio kunnen komen.

Haar en make-up en ook de kostuums van Jany Temine – die sindsdien vooral aan grote Engelstalige films werkt, waaronder zes Harry Potter-films en twee avonturen van James Bond – helpen Van Diem om Katadreuffe’s relaties met de nevenpersonages beter uit te diepen zonder dat er veel tijd aan wordt besteed. Zo blijken zijn moeder Joba en de mooie juffrouw Te George (Tamar van den Dop) op het advocatenkantoor waar hij werkt een donkerblonde en donkerharige versie van dezelfde onbereikbare vrouw te zijn. Onbereikbaar vooral omdat Katadreuffe net als zijn vader niet weet hoe hij met vrouwen om moet gaan. En net als zijn pa is hij het ook zo gewend om met teleurstellingen en afwijzingen door het leven te moeten gaan, dat hij zich een ander scenario nauwelijks voor kan stellen.

Van Diem zette zo, in zijn eerste speelfilm, heel geraffineerd beeld, montage en ook het geluid en de muziek naar zijn hand. Dit indrukwekkende niveau van filmmaken kon ook in het buitenland niet onopgemerkt blijven.