J’AI TUÉ MA MÈRE

Met jeugdige overmoed

De jonge Canadees Xavier Dolan barst van het talent, maar leverde met j’ai tué ma mère een aanstellerig semi-autobiografisch debuut af.

Hoe vaak kun je je moeder vermoorden? De als regisseur debuterende jonge Canadese acteur Xavier Dolan kan dat in j’ai tué ma mère een hele film lang. Elke avond bij het avondeten. In de auto. Walgend.
Alles wat zij doet werkt hem op de zenuwen. Of het nu eten, praten of zwijgen is. Ze is ook wel een tamelijk irritante burgertrut. Maar hij? Wat is hij dan? Met z’n hysterie, z’n geschreeuw en z’n poses? Deze twee vervelende mensen zijn aan elkaar gewaagd.
Dolan is piepjong (hij werd geboren in 1989) en barst van het talent. Maar dat maakt j’ai tué ma mère nog geen goeie film. De prijzen die hij na z’n vertoning in de Semaine de la Critique in Cannes in de wacht sleepte zeggen meer over de kwaliteit van de overige films, dan over de eigen kwaliteiten van de film. Of over het feit dat hij behalve irritant af en toe toch oprecht hartveroverend is. Maar over het algemeen is het coming of age- en coming out-verhaal koket en aanstellerig verteld, met allerlei interessante schots en scheve kaders die nauwelijks een andere functie hebben dan onbeholpen het gevoel van dislocatie van de hoofdpersoon op te roepen en te laten zien: kijk mij eens! En semi-belezen is hij ook nog: het vriendje van hoofdpersoon Hubert heet nota bene Antonin Rimbaud.

Schwärmen
Aan de andere kant, als je op 19-jarige leeftijd een film maakt, dan mag je dit misschien allemaal schaamteloos doen. Dan mag je een karakter voor jezelf verzinnen dat een martelaar in een vijandige wereld is, dan mag je net doen alsof je Orson Welles bent met je scheve digitale camera, dan mag je schwärmen en schmieren en net doen alsof je eigenlijk een negentiende-eeuwse dichter bent. De overmoed van de jeugd is makkelijk te vergeven.
Het interessantst wordt de film op de momenten dat hij de puberale woordenwisselingen tussen moeder en zoon lijkt te overstijgen. Dan roept hij vragen op die hem boven z’n macht gaan, maar het wel verdienen om door Dolan nog eens nader uitgewerkt te worden. Zoals of ouders en kinderen wel van elkaar moeten houden? Of mogen ze elkaar ook gewoon zonder gegronde reden haten? En waar die behoefte aan verzoening bij de toeschouwer toch vandaan komt?
Het is bijna jammer dat Hubert toch een beetje volwassen wordt aan het einde van de film. Binnen dit vormexperiment had ook best een formalistisch experiment met door en door ergerlijke karakters gepast. Nu lijkt Dolan daarvoor op het moment suprême terug te deinzen. Creëert hij toch een jongetje dat naar de borst van zijn moeder snakt. Dat is pas cliché.

Dana Linssen