It Must Be Heaven

Eeuwige verbazing

It Must Be Heaven

Voor Elia Suleiman is de wereld nog altijd een verzameling bizarre taferelen, ook als hij van Israël naar Parijs en New York verkast. Woede heeft plaatsgemaakt voor melancholie.

“Het is niet Palestijns genoeg”, zegt de Franse filmproducent als hij door het script van regisseur Elia Suleiman bladert. “Het had zich net zo goed hier kunnen afspelen.” Suleiman zwijgt. Zoals hij op een handvol woorden na de hele film zwijgt. Met zijn altijd net wat opgetrokken wenkbrauwen is hij een toonbeeld van eeuwige verbazing. Of het nu een buurman is die citroenen uit zijn tuin steelt, of vuilnismannen die golfen met een frisdrankblikje; hij slaat het gade alsof het zich in een wereld afspeelt waar hij net buiten staat.

In de tien jaar sinds zijn laatste film is Suleimans haar grijzer geworden, maar gebleven zijn de droogkomische situaties waar hij als een versie van zichzelf doorheen dwaalt, ditmaal nadrukkelijker aanwezig dan in eerdere films. Beu van de onverschillige Israëlische politieagenten en elkaar beledigende buren, pakt hij zijn spullen en vertrekt naar Parijs en later New York. Maar overal komt Suleiman diezelfde ontheemding tegen, waarmee de film wel degelijk gaat over de Palestijnse identiteit. Over altijd en overal een vreemdeling zijn.

Suleimans werk ligt dicht tegen de zwijgende film aan, door een minimum aan dialoog en de wijze waarop betekenis ontstaat door het stapelen of laten botsen van visuele informatie. Zoals in het kat-en-muisspel in het park tussen een Palestijnse activiste en de New Yorkse politie, slalommend door de tai-chiënde ouderen en kussende stelletjes, terwijl Leonard Cohen met zijn zware bariton zingt over de duisternis die bezit van hem neemt. Het is slapstick, badend in zonlicht, maar met een bittere ondertoon.

Toch mist It Must Be Heaven iets van het venijn dat zat in eerdere films als Divine Intervention (2002), waarin vergelijkbaar absurdistische taferelen langzaam veranderden in wraakfantasieën. Die woede heeft plaatsgemaakt voor melancholie, voor het besef dat het nu de wereld is van de volgende generatie. En dat hij, met zijn grijze haren, ook in die wereld een vreemdeling is.