Hysteria

Valse betrokkenheid

Hysteria

Deze broeierige thriller over een jonge Turks-Duitse vrouw die getuige is van de verbranding van een koran op een filmset stelt wezenlijke vragen over de intenties van kunstenaars.

Heiligt het doel alle middelen als het om het maken van een kunstwerk gaat? Dat het antwoord op deze vraag ‘nee’ is, weet filmmaker Mehmet Akif Büyükatalay ook wel. Toch legt hij de kijker in zijn tweede speelfilm Hysteria de vraag voor.

In deze film-in-een-film is de jonge assistent-regisseur Elif (Devrim Lingnau uit The Empress, 2022) getuige van hoe de verbranding van een koran op een filmset leidt tot grote consternatie. De Turks-Duitse filmmaker Yigit (Serkan Kaya) reconstrueert in zijn film de racistische aanslag in het Duitse Solingen op 29 mei 1993, toen een groep extreemrechtse terroristen een woning in brand stak. Vijf vrouwen van Turkse afkomst kwamen daarbij om het leven.

Yigit heeft de woning in een loods tot in detail laten nabouwen. Nadat hij filmt hoe een vuurzee door de kamers trekt, volgt een scène waarin een groep schoonmakers – veelal Syrische en Turkse figuranten afkomstig uit een vluchtelingencentrum – puin mag ruimen. In deze scène, die voor de kijkers van Hysteria buiten beeld plaatsvindt, treft een van hen de koran aan. Yigit krijgt meteen de wind van voren. Zo vindt een van de figuranten dat de regisseur films maakt zodat “Europa een schoon geweten kan behouden”.

In tegenstelling tot Büyükatalay heeft Yigit de verbrande koran wel gefilmd. Elif ziet al snel hoe er een dilemma ontstaat: moeten de filmmaker en zijn Duitse producent Lilith (Nicolette Krebitz) aan zelfcensuur doen? Of krijgen deze controversiële beelden een plekje in de eindmontage? Als de opnames ineens verdwijnen, neemt de film een akelige wending: paranoia overheerst en alle sleutelpersonages worden verdacht gemaakt. Er gebeurt ook iets anders opmerkelijks: Elif wordt gedwongen te kiezen tussen de kunstenaars en de figuranten.

Saillant is dat ze aan het begin van de film nog wordt neergezet als een witte Duitse vrouw, terwijl gaandeweg blijkt dat ze een Turkse vader heeft en Turks spreekt. Ook de andere personages maken een ontwikkeling door: de vluchtelingen worden steeds sympathieker; Yigit en Lilith blijken een stel opportunisten.

Yigits poging om het lot van minderheden in Duitsland te verbeelden is vooral een excuus om zelf een positie te verwerven in de (witte) Duitse kunstenaarselite, zegt Büyükatalay. Met Hysteria stelt hij juist zulk pseudo-engagement aan de kaak.