ELECTRIC SHADOWS

Kunstlicht en nepbloemen

  • Datum 08-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films ELECTRIC SHADOWS
  • Regie
    Xiao Jiang
    Te zien vanaf
    01-01-2004
    Land
    China
  • Deel dit artikel

Iedere filmcultuur heeft recht op zijn eigen Cinema Paradiso. Electric shadows lijkt die functie voor China te vervullen. Of toch liever voor de internationale markt?

Er is maar een plek waar cinefielen geboren worden en dat is tussen lichtflits en duisternis in de bioscoop. Voor het Chinese meisje Ling Ling gaat dat wel heel letterlijk op: ze ziet het levensfilmlicht tijdens een openluchtvoorstelling in de buitenbios van het Chinese provinciestadje Ningxia, waar haar moeder, eigenlijk ook een meisje nog, droomt dat zij de ster is die daar op het witte doek schittert, de Chinese diva Zhou Xuan.
Of het nu daardoor komt, of door het feit dat de haastig toegesnelde operateur behalve als vroedman ook als vader en echtgenoot in hun leven komt, de rest van haar leven speelt zich af volgens het ijzeren ritme van 24 beelden per seconde. In de projectiecabine, hoog op een dak onder de sterrenhemel in de rijkste loge die een bioscoop ooit kende. En ook de genrewetten van melodrama en tragedie volgen haar biografie getrouw, weerspiegeld in de talloze klassieke Chinese filmfragmenten die regisseur Xiao Jiang (1972) door zijn speelfilmdebuut heen monteerde.

Recept
Dat is het verleden. Maar Electric shadows (Meng ying tong nian) houdt zich ook met een minder flatteus heden bezig, als Ling Lings niet al te snuggere jeugdvriendje Mao Dabing via een reeks van gekunstelde toevalligheden de ontbrekende episodes in zijn en haar leven invult. De flashbackstructuur van de film suggereert meer dan hij, melodramatisch, inlost. Er is de filmliefde die hun beider levens bindt, en de weemoed over de gouden jaren van de Chinese cinema (voor een buitenstaander die de getoonde fragmenten niet herkent alleen verstandelijk meebeleeft). Maar dat recept kennen we al uit Cinema Paradiso en al die andere films die de teloorgang van de bioscoopcultuur bitterzoet bewenen.
Natuurlijk. Iedere filmcultuur heeft recht op zijn eigen Cinema Paradiso. En als Electric shadows die functie voor China vervult, prima dan.
Het weke sentiment van de film (simpele jongen en gekwetst meisje vinden elkaar) en het uitbaten van beproefde artfilmclichés (de weemoed naar het platteland, de onpersoonlijkheid van hedendaags Bejing, het verzekerde succes van de zwart-wit filmfragmenten) doen vermoeden dat deze film niet zozeer met het oog op de binnenlandse als wel de buitenlandse markt gemaakt is. Een Chinese maaltijd uit een westers kookboek. We hebben dat de afgelopen jaren wel vaker voorgeschoteld gekregen: een typische festivalfilm heet dat dan, of China-light. De huidige generatie ‘generatieloze’ nieuwe Chinese filmmakers wordt ook door de markt aangespoord dit soort films te maken. Een beetje artistiek en een beetje commercieel en als je erge pech hebt ook nog een beetje exotisch.
Het is dat er ondertussen in China nog steeds zoveel vernieuwende, opwindende en integere auteurscinema wordt gemaakt (tegenover Electric shadows draaide op het Filmfestival Rotterdam godzijdank ook nog The world van Jia Zhang-ke) dat je niet verleid wordt te denken dat de Chinese golf misschien zijn langste tijd gehad heeft. Maar met het openzetten van de marktsluizen is het wel belangrijk om met extra veel onderscheidingsvermogen om je heen te kijken. Cinema Paradiso wordt niet voor niets zoveel geciteerd. Electric shadows biedt wat de (internationale) titel beweert: kunstlicht. Net zo nep als kunstbloemen.

Dana Linssen