ECHOES OF WAR

Een camera op de neus

  • Datum 08-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films ECHOES OF WAR
  • Regie
    Joop van Wijk
    Te zien vanaf
    01-01-2004
    Land
    Nederland
  • Deel dit artikel

Regisseur Joop van Wijk maakte de documentaire Echoes of war, waarin oorlogskinderen uit vier werelddelen over hun ervaringen vertellen. Met de camera dicht op hun neus en het verhaaltje over olifantje Baba dat zijn vader verliest als katalysator, filmde Van Wijk hun meest basale emoties.

‘Ik zat nog in mijn moeders buik toen we naar Kabul moesten verhuizen. Onderweg werden we gebombardeerd. Mijn vader werd gedood.’ Het Afghaanse meisje voor de camera begint te huilen. Het beeld verandert in animatiefilm. Olifantje Baba en zijn moeder kijken naar het bos waarin vaderolifant net verdwenen is. Over Baba’s wang stroomt een traan.
Baba is de hoofdrolspeler in het kinderboek A little elephant finds his courage van de Amerikaanse Nancy Baron. Achterin zit een folder: Let’s talk. Het boek is geschreven voor kinderen in Sri Lanka die een van hun ouders verloren hebben, en heeft een therapeutisch doel: laat kinderen praten over hun ervaringen en daarmee hun trauma’s verwerken. Van Wijk: ‘Ik zag hoe het werkte in de praktijk: vijfenzeventig kinderen die ademloos zaten te luisteren en daarna kwamen hun verhalen los.’ Van Wijk besloot om het verhaal in oorlogslanden voor te laten lezen en de reacties van kinderen te filmen.
Hij reisde van Sierra Leone naar Afghanistan, Colombia en New York. Alle kinderen die hij filmde zijn slachtoffer geworden van de politieke wantoestand in hun land, maar op totaal verschillende manieren. Kayla’s vader was brandweerman en kwam om in de Twin Towers, de zus van de kleine Mabinte uit Sierra Leone werd door rebellen toegetakeld, haar moeder vermoord. Van Wijk monteerde Barons boek in zijn film, animatie en beeld wisselen elkaar af. Als Baba’s vader het bos in gaat om te vechten tegen een naamloze, op macht beluste figuur, en Baba en zijn moeder urenlang in spanning wachten, vraagt de voorlezer aan drie Amerikaanse kinderen of zij ook zo lang gewacht hebben op hun vader.

Discussie
Het overkoepelende van alle kinderen is de ramp die hun leven getroffen heeft. De manier waarop verschilt echter. ‘In een klas op het vmbo barstte een heftige discussie los na het zien van de film. Hoe durf ik Amerikaanse kinderen naast Afghaanse kinderen te zetten? Heel veel mensen ergeren zich aan die Amerikaanse kinderen. In feite ergeren ze zich aan zichzelf. Het is natuurlijk erg gemakkelijk om een negerinnetje te filmen, waarvan moeder en vader dood zijn. Het voldoet aan het plaatje in ons hoofd, de ellende die we zien op het journaal. Die Amerikaanse kinderen staan te dichtbij.’
Is dat wat Van Wijk ons wil leren? ‘Ik vind het belangrijk dat mensen over dingen praten. De basisvoorwaarde om het überhaupt ergens over te hebben en dingen voor anderen te doen is compassie. Ik heb geprobeerd de film clean te houden, ik wilde geen tearjerker. Compassie heb ik wel willen bereiken.’
Je kunt je als kijker niet aan de gedachte onttrekken dat deze kinderen met rust gelaten moeten worden, dat het laatste wat ze nodig hebben een camera op hun neus is. Van Wijk: ‘Ze vonden hun verhalen veel belangrijker dan het feit dat ze gefilmd werden, hoe vreselijk de dingen die ze hebben meegemaakt ook zijn, dat blijft zo, of je ze nu filmt of niet. Ik heb ooit van Theo van de Sande geleerd: als je de camera hier neerzet [Van Wijk vormt zijn handen als lens en buigt naar achteren] dan gaan mensen poseren. Terwijl als je hem hier neerzet [Van Wijk buigt zich naar voren] dan kun je niks anders doen dan jezelf zijn. Bovendien zijn de kinderen niet gek. Ik ben in Sierra Leone in een psychiatrisch ziekenhuis geweest, daar liggen kinderen die helemaal dol zijn. Die zitten niet in mijn film.’
Echoes of war is geen politieke film. Toch roept de film politieke reacties op. ‘Bij de vertoning in Amerika aan een groep Democraten en Republikeinen waren de reacties respectievelijk ‘Bush moet weg daar’ en ‘dit kan niet, we have to go out there and save those kids!’

Lotte de Wit