DOOR DE WIND GEJAAGD (EL VIENTO SE LLEVO LO QUE)

Oude filmsterren in Patagonië

Wereldvreemde vis- en filmliefhebbers

De Argentijn Alejandro Agresti filmt sneller dan god kan kijken. Hij is pas 36 jaar maar heeft tien films op zijn naam staan, waaronder het imponerende Buenos Aires vice versa (1996) over de moeizame verwerking van het Argentijnse dictatoriale verleden. In Door de wind gejaagd blikt Agresti nostalgisch terug op de tijd dat films nog een rol van betekenis speelden.

Agresti is in Nederland geen onbekende. Als 23-jarige kwam hij in 1986 met zijn debuutfilm El hombre que gano la rázon onder zijn arm op uitnodiging van het Filmfestival Rotterdam naar Nederland, om er meteen maar te blijven. In de jaren erna maakte hij zijn films afwisselend in Nederland en Argentinië. Aan filmkritische waardering ontbrak het hem in Nederland niet, zoals onder meer bleek in 1989 toen Secret wedding op het Nederlands Film Festival het Gouden Kalf voor de beste film kreeg. Halverwege de jaren negentig bekoelde de liefde tussen Agresti en Nederland nadat de VPRO zijn film El acto en cuestión niet in zijn geheel maar in drie delen uitzond. Toen korte tijd later de VPRO niets zag in zijn scenario voor Buenos Aires vice versa voelde Agresti zich ‘als een lulletje’ behandeld en verdween hij woedend naar Argentinië.
Buenos Aires vice versa is zo’n goede film omdat vorm en inhoud perfect met elkaar in balans zijn. In Agresti’s vorige films was dat vaak niet het geval, omdat de maker graag imponeerde met virtuoze staaltjes visuele bluf, die ten koste gingen van de inhoud. In Buenos Aires vice versa hebben de personages als slachtoffers van of als medeplichtigen aan het dictatoriale militaire regime, dat in de jaren zeventig beestachtig tekeer ging, elk houvast in het leven verloren. De film vertaalt dit meesterlijk in het camerawerk dat de kijker nooit een comfortabel overzicht gunt. Buenos Aires vice versa werd in 1997 gevolgd door het tussendoortje La cruz. De basis van de matig geslaagde satire op filmcritici lag in restmateriaal dat in de montage van Buenos Aires vice versa was gesneuveld. Met Door de wind gejaagd presenteert Agresti weer een volwaardige speelfilm.

Afgeragde filmkopieën
Door de wind gejaagd speelt zich af in de jaren zeventig. De film volgt de belevenissen van een jonge taxichauffeuse (Vera Fogwill), die na een ruzie met haar baas met haar taxi Buenos Aires ontvlucht, om na een bizar ongeluk — de weg houdt gewoon op, zodat de auto van het talud naar beneden tuimelt — in een klein dorpje in Patagonië terecht te komen. In het gehucht zijn radio en televisie nog niet doorgedrongen, de bioscoop is het enige vertier. Omdat het dorp in een verre uithoek ligt, krijgt de bioscoop altijd afgeragde filmkopieën. Als gevolg van filmbreuken zijn de actes vaak in de verkeerde volgorde aan elkaar geplakt. Waarmee de filmtitel is verklaard.
Wat volgt is een aburdistische schets van een aantal vrolijk-geschifte dorpelingen, die in het dagelijks leven voortdurend oneliners uit oude films citeren, waarbij de voorkeur uitgaat naar oude films met Edgar Wexley (Jean Rochefort). Onder de wereldvreemde types bevindt zich een filmcriticus, een mensensoort waar Agresti geen hoge pet van op heeft. Het meest bizarre personage is een geniale dorpsbewoner, die met zijn baanbrekende inzichten echter nogal laat is: achtereenvolgens ontdekt hij als een Einstein-après-la-lettre de relativiteitstheorie, als een late Freud de betekenis van seks en als een in de verkeerde eeuw geboren Marx de communistische utopie. Omdat hij de mensheid wil laten profiteren van zijn inzichten reist hij telkens naar Buenos Aires, waar men hem ongetwijfeld voor een gek verslijt, totdat hij zijn gelijkheidsideaal begint te prediken als toevallig de militairen net de macht hebben gegrepen. Zijn hulpeloze poging om na terugkeer in het dorp uit te leggen hoe hij is gemarteld, leidt tot de aangrijpendste scène uit de film.

Geïdealiseerd verleden
Dat het verleden Agresti niet loslaat, wekt geen bevreemding. Twee jaar geleden merkte hij in een interview op woedend te zijn "dat de beulen en moordenaars nog steeds vrij rondlopen en nu het masker van de democratie dragen. Er is een deal gesloten tussen militairen en politici om niet te vervolgen, maar daar kun je nooit tevreden mee zijn." Dit politieke aspect is in Door de wind gejaagd overigens een zijlijn, de film doet met zijn nostalgische toon vooral denken aan Cinema paradiso. We treffen hetzelfde verlangen aan naar een onschuldige, eenvoudige wereld, waarin de bioscoop nog een bindende functie vervulde. We mogen aannemen dat Agresti het ondanks de kluchtigheid waarin de film af en toe verzandt serieus bedoelt, want hij heeft uitgesproken opvattingen over het moderne stadsleven. "Mensen wonen in steden omdat de samenleving hen er toe dwingt, met als gevolg rotzooi en ziekte."
Door de wind gejaagd is zijn ‘Recherche du temps perdu’, waarbij het hem niet gaat om een geobjectiveerde reconstructie, maar om de verbeelding van een geïdealiseerd verleden. Daar is niets mis mee, maar wel een probleem is dat Door de wind gejaagd weliswaar een aangename nostalgische sfeer ademt — veel warme beelden van het zonovergoten landschap in Patagonië — maar ontbreekt aan een duidelijke richting. Na een sterk begin, dat een verhandeling over de sociale rol van film doet vermoeden, wordt de film rommeliger doordat hij teveel zijpaden inslaat.
Ook de vondst om Jean Rochefort aan het einde van de film in levenden lijve in het dorp te laten opduiken, loopt vast op het gebrek aan een vaste koers. De als een held binnengehaalde Rochefort keuvelt wat en wordt een liefdesprooi, maar heeft geen duidelijke functie. Het gebrek aan richting moet worden verhuld door de voice over van de taxichauffeuse, die aan het einde van de film als de televisie in het dorp de macht van de cinema heeft gebroken, tot de triviale slotsom komt, dat "er nog hoop is zolang iemand ons een verhaal vertelt dat ons pakt en meevoert, dat ons tegenslagen en ellende doet vergeten."
Door de wind gejaagd roept voortdurend het vermoeden van een briljante film op, maar lost de belofte niet in.

Jos van der Burg