DE VLINDER TILT DE KAT OP
De symboliek van de gierzwaluw
‘De berg is zwaar, maar de vlinder tilt de kat op’, leert een oude wijsheid uit Tibet. Iets wat moeilijk lijkt, hoeft dat niet altijd te zijn. Het is maar hoe je tegen dingen aankijkt. Wanneer een kat naar een vlinder springt lijkt het ook of de vlinder de kat optilt. Willeke van Ammelrooy zal deze wijsheid hard nodig gehad hebben bij de realisering van haar eerste lange speelfilm. De produktie-omstandigheden, met veel financiële problemen, waren alles behalve zaligmakend.
In de film is de uitspraak vooral van toepassing op de hoofdfiguur David Storm (Arjan Kindermans), een gezonde jonge vent met een lieve vriendin en een leuke broer die tien jaar geleden te horen heeft gekregen dat hij MS (multiple-sclerose) heeft. Hij vertelde zijn vriendin destijds niks, pakte z’n spullen en vertrok voor onbepaalde tijd richting Himalaya. Wanneer zijn vroegere vriendin Linda (Marjolein Beumer) weer in zijn leven komt met de mededeling dat hij de vader is van een inmiddelds tienjarige zoon, blijkt hij zijn ziekte nog steeds niet geaccepteerd te hebben. Hij acht zichzelf dan ook niet geschikt voor het vaderschap en wil niets van Robert weten. Hoewel David en Linda nog steeds voor elkaar voelen, en zij bij hem intrekt om voor hem te zorgen, zijn ze niet in staat een relatie met elkaar op te bouwen. Ook broer Anton (Rik Launspach) die David vooral probeert op te vrolijken met stoere verhalen over vrouwen, maakt er in zijn privéleven een potje van en ziet geen kans zijn huwelijk te redden.
Gierzwaluwen
Van Ammelrooy wilde een film maken over het menselijk drama achter deze ziekte. Door allerlei omstandigheden werkte zij met tussenpozen van maanden met verschillende mensen aan het scenario. Die lange voorbereidingstijd heeft het eindprodukt geen goed gedaan. De film is een geheel van brokstukjes geworden waarbij alleen het thema MS overduidelijk aanwezig is. Van het beoogde menselijk drama achter de ziekte heb ik veel gezien, maar absoluut niets gevoeld, omdat me elke gelegenheid zelf iets te voelen ontnomen werd. Er wordt niets aan de verbeelding van de kijker overgelaten. Elke scène, veel van de film is merkbaar bedacht vanuit de découpage, is tot in detail uitgewerkt en voorgekauwd.
In geen enkel shot krijg je de kans zelf eens rond te kijken en de sfeer op je in te laten werken. Verstandelijk heb ik het daardoor allemaal precies begrepen. De dialogen laten aan duidelijkheid niets te wensen over, alle gevoelens worden letterlijk verwoord en de symboliek van de bergen, de fluit en de gierzwaluwen komen zo vaak terug dat je wel heel slecht gekeken moet hebben, wil het je ontgaan zijn. De flashbacks vertellen hoe het vroeger was, alsof dat niet al duidelijk genoeg is en ook de muziek geeft elke keer keurig aan dat je voorbereid moet zijn op een dramatisch moment. In elke scène is dat er minstens één.
Alter ego
Een ander zwak punt van het scenario is de oppervlakkigheid van het personage Linda. Wie is zij en wat wil zij eigenlijk? De vanzelfsprekendheid waarmee Linda bij David in trekt omdat zijn bovenetage toch leeg staat en voor David zorgt als hij een aanval heeft gehad, want zij is toevallig toch verpleegster, is ronduit storend.
Die gekunsteldheid geldt helaas niet alleen voor het scenario en de dialogen maar ook voor het camerawerk en het licht. De stijl waarin het geheel is gefilmd leent zich uitstekend voor een Grolschreclame: het blauwe zwaailicht van een ambulance op de muren, de tragiek van een heen en weer slaande tussendeur in gelig licht. In een film waarbij je iets zou moeten voelen van het menselijk drama achter MS werkt dat niet. Het schept alleen maar afstand. Daar kan het spel van de acteurs niets aan veranderen, hoe ze ook hun best doen. Wanneer David op het moment dat hij het echt niet meer ziet zitten bezoek krijgt van zijn alterego, houdt het voor mij echt op. Wat een kunstgreep. Dan ben ik alleen nog geïnteresseerd in de door Marco Bakker gezongen eindtune.
Denise van Laar