Colony

De zombies leren bij

Datum
04-11-2026
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Yeon Sang-ho
Te zien vanaf
19-11-2026
Land
Zuid-Korea, 2026

Colony

De dansende zombiezwerm uit Yeon Sang-ho’s Colony imponeert, maar de overlevenden zijn zielloze personages in een repetitief scenario.

Yeon Sang-ho brak door met de razendsnelle zombiefilm Train to Busan (2016), waarin een ritje met de hogesnelheidstrein dankzij een besmette passagier ontaardt in een heerlijk geweldspektakel.

Een waardige opvolger van de Zuid-Koreaanse kaskraker bleef uit. Het middelmatige Peninsula (2020) vergeten we liever. Met Colony doet de regisseur een nieuwe, half geslaagde poging: de film toont hem van zijn beste en slechtste kant.

Ditmaal breekt tijdens een biotechcongres – nooit een goed idee in een zombiefilm – een schimmelachtige besmetting uit. Colony ruilt de krappe treincoupés in voor een afgegrendelde wolkenkrabber, waar een handjevol overlevenden jacht maakt op de bioloog die de uitbraak veroorzaakte en zichzelf injecteerde met het enige vaccin.

Het winkelcentrum in de toren doet onmiddellijk denken aan Dawn of the Dead (1978). Waar de klassieker van George A. Romero de consumptiemaatschappij op de korrel nam, mikt Yeon hier op zielloze AI. Zijn zombies strompelen niet meer, ze leren bij. Als kolonie vormen ze een superbrein, dat met elke aanval sneller, slimmer en gewelddadiger wordt.

Die evolutie is prachtig in beeld gebracht. Yeon verkiest echte special effects boven CGI, met de zombiechoreografie van Jeon Young als ster van de film. Twintig dansers geven de zwerm een rauwe, vloeiende lichamelijkheid. De besmetten kruipen op handen en voeten, plukken elkaar van de grond en smelten samen tot een moord­machine. In felle kleuren en vindingrijke shots groeit het organische zombiegeweld uit tot een grandioos bloedballet.

Ironisch genoeg wordt de film dommer naarmate de zombies slimmer worden. Train to Busan blonk uit in zijn rechtlijnige, brute actie: wagon na wagon ploegden de passagiers zich door de horde heen. Colony belooft een strategischer kat-en-muisspel, maar valt constant in herhaling. Telkens als de overlevenden de zwerm te slim af zijn, ondergaan de zombies een systeemshock. Na een trillerige herstart van hun brein, vliegen ze de overlevenden nog beter voorbereid naar de keel. Yeon voert dat trucje alsmaar op, naar eigen zeggen om de logica van videogames na te bootsen.

Maar het mechanische ritme van Colony knijpt vooral de ziel uit de personages. De film wil een pleidooi zijn voor de mens tegenover het superbrein, maar van echte mensen kun je amper spreken. De overlevenden gedragen zich eerder als npc’s (non-playable characters, de inwisselbare figuranten in een game), die plichtmatig door een kronkelig plot laveren. Yeon weet het zombiegenre nog steeds met enkele indruk­wekkende momenten te verrijken, maar het succes van Train to Busan blijkt lastig te evenaren.